Laden

Vraag Zouden ware gelóvigen, dank zij hun onvolkomenheid in de vele verzoekingen en zonden waardoor ze overvallen worden, uit de staat van genade kunnen raken? van de Grote Westminster Catechismus

Vraag Zouden ware gelóvigen, dank zij hun onvolkomenheid in de vele verzoekingen en zonden waardoor ze overvallen worden, uit de staat van genade kunnen raken? van de Grote Westminster Catechismus - antwoord met schriftplaatsen
Vr. 79. Zouden ware gelóvigen, dank zij hun onvolkomenheid in de vele verzoekingen en zonden waardoor ze overvallen worden, uit de staat van genade kunnen raken?
Antw. Dank zij de onveranderlijke liefde van God, en zijn besluit en verbond om hun vollarding te geven, hun onafscheidelijke eenheid met Christus, diens voortdurende voorbede voor hen, en de Geest en het zaad van God dat in hen blijft, kunnen ware gelovigen noch totaal noch voorgoed uit de staat van genade raken, maar ze worden in de kracht van God door het geloof tot de zaligheid bewaard 7.
  • Jeremia 31:3.
  • 2 Timoteüs 2:19-21.
  • 2 Samuël 23:5.
  • 1 Korintiërs 1:8,9.
  • Hebreeën 7:25.
  • Lucas 22:32.
  • 1 Johannes 2:27.
  • 1 Johannes 3:9.
  • Jeremia 32:40.
  • Johannes 10:28.
  • 1 Petrus 1:5.

Samenvatting van de Christelijke Leer

Vraag Zouden ware gelóvigen, dank zij hun onvolkomenheid in de vele verzoekingen en zonden waardoor ze overvallen worden, uit de staat van genade kunnen raken? van de Grote Westminster Catechismus

Vraag Zouden ware gelóvigen, dank zij hun onvolkomenheid in de vele verzoekingen en zonden waardoor ze overvallen worden, uit de staat van genade kunnen raken? van de Grote Westminster Catechismus - antwoord met schriftplaatsen
  1. Wat is het voornaamste en hoogste doel van het leven van de mens?
  2. Hoe blijkt het dat er een God is?
  3. Wat is het Woord van God?
  4. Hoe blijkt dat de Schriften het Woord van God zijn?
  5. Wat leren de Schriften in hoofdzaak?
  6. Wat maken de Schriften over God bekend?
  7. Wat is God?
  8. Is er meer dan één God?
  9. Hoeveel Personen zijn er in de Godheid?
  10. Wat zijn de persoonlijke eigenschappen van de drie Personen in de Godheid?
  11. Hoe blijken de Zoon en de Heilige Geest God te zijn, gelijk aan de Vader?
  12. Wat zijn de besluiten van God?
  13. Wat heeft God in het bijzonder ten aanzien van engelen en mensen besloten?
  14. Hoe voert God zijn besluiten uit?
  15. Wat is het scheppingswerk?
  16. Hoe schiep God de engelen?
  17. Hoe schiep God de mens?
  18. Wat zijn Gods voorzienigheidswerken?
  19. Waaruit bestaat Gods voorzienigheid met betrekking tot de engelen?
  20. Wat was Gods voorzienigheid met betrekking tot de mens in de staat waarin hij was geschapen?
  21. Is de mens gebleven in de staat waarin God hem eerst had geschapen?
  22. Is de hele mensheid met die eerste overtreding gevallen?
  23. In welke staat bracht de zondeval de mensheid?
  24. Wat is zonde?
  25. Waarin bestaat de zondigheid van de staat waarin de mens gevallen is?
  26. Hoe wordt de erfzonde van onze eerste voorouders op hun nageslacht overgedragen?
  27. Welke ellende bracht de zondeval over de mensheid?
  28. Waarin bestaan de straffen over de zonde in deze wereld?
  29. Waarin bestaan de straffen op de zonde in de toekomstige wereld?
  30. Laat God de hele mensheid in de staat van zonde en ellende omkomen?
  31. Met wie werd dat genadeverbond gemaakt?
  32. Hoe wordt de genade van God openbaar gemaakt in het tweede verbond?
  33. Is het genadeverbond altijd op een en dezelfde manier bediend?
  34. Hoe werd het genadeverbond onder het Oude Testament bediend?
  35. Hoe wordt het genadeverbond bediend onder het Nieuwe Testament?
  36. Wie is de Middelaar van het genadeverbond?
  37. Hoe werd Christus, die de Zoon van God is, mens?
  38. Waarom was het nodig dat de Middelaar God zou zijn?
  39. Waarom was het nodig dat de Middelaar mens zou zijn?
  40. Waarom was het nodig dat de Middelaar God en mens in één Persoon zou zijn?
  41. Waarom werd onze Middelaar Jezus genoemd?
  42. Waarom werd onze Middelaar Christus genoemd?
  43. Hoe oefent Christus het ambt van profeet uit?
  44. Hoe oefent Christus het ambt van priester uit?
  45. Hoe oefent Christus het ambt van koning uit?
  46. Wat was de staat van Christus vernedering?
  47. Hoe heeft Christus Zich vernederd in zijn ontvangenis en geboorte?
  48. Hoe heeft Christus Zich in zijn leven vernederd?
  49. Hoe heeft Christus Zich in zijn sterven vernederd?
  50. Waarin bestond Christus vernedering na zijn sterven?
  51. Wat was de staat van Christus verhoging?
  52. Hoe werd Christus verhoogd in zijn opstanding?
  53. Hoe werd Christus verhoogd in zijn hemelvaart?
  54. Hoe is Christus verhoogd in zijn zitten aan de rechterhand van God?
  55. Hoe doet Christus voorbede?
  56. Hoe zal Christus verhoogd worden als Hij wederkomt om de wereld te oordelen?
  57. Welke weldaden heeft Christus door zijn optreden als Middelaar verworven?
  58. Hoe worden wij tot deelgenoten gemaakt in de weldaden die Christus heeft verworven?
  59. Wie worden er tot deelgenoten in de verlossing door Christus gemaakt?
  60. Kunnen zij die nooit het evangelie gehoord hebben en dus Jezus Christus niet kennen, ook niet in Hem geloven, behouden worden door overeenkomstig het licht der natuur te leven?
  61. Worden allen, die het evangelie horen en in de kerk leven, behouden?
  62. Wat is de zichtbare kerk?
  63. Wat zijn de bijzondere voorrechten van de zichtbare kerk?
  64. Wat is de onzichtbare kerk?
  65. Welke speciale weldaden genieten de leden van de onzichtbare kerk door Christus?
  66. War is die eenheid welke de uitverkorenen met Christus hebben?
  67. Wat is krachtdadige roeping?
  68. Worden alleen de uitverkorenen krachtdadig geroepen?
  69. Wat is de genadige gemeenschap die de leden van de onzichtbare kerk met Christus hebben?
  70. Wat is rechtvaardiging?
  71. Hoe is de rechtvaardiging een daad van Gods vrije genade?
  72. Wat is rechtvaardigend geloof?
  73. Hoe rechtvaardigt het geloof een zondaar voor Gods aangezicht?
  74. Wat is aanneming tot kinderen?
  75. Wat is heiliging?
  76. Wat isberouw ten leven?
  77. Waarin verschillen rechtvaardiging en heiliging van elkaar?
  78. Waar komt de onvolkomenheid van de heiliging bij de gelovigen vandaan?
  79. Zouden ware gelóvigen, dank zij hun onvolkomenheid in de vele verzoekingen en zonden waardoor ze overvallen worden, uit de staat van genade kunnen raken?
  80. Kunnen ware gelovigen er onfeilbaar van verzekerd worden dat zij in de staat van genade zijn en daarin zullen volharden tot de zaligheid?
  81. Zijn alle ware gelovigen er altijd van verzekerd dat ze op dat moment in de staat van genade zijn en zalig zullen worden?
  82. War is de gemeenschap in heerlijkheid die de leden van de onzichtbare kerk met Christus hebben?
  83. Wat is de gemeenschap in heerlijkheid met Christus die de leden van de onzichtbare kerk in dit leven genieten?
  84. Zullen alle mensen sterven?
  85. De dood is dus het loon op de zonde. Maar waarom zijn de rechtvaardigen niet van de dood verlost, gezien het feit dat al hun zonden hun in Christus vergeven zijn?
  86. Wat is de gemeenschap met Christus in heerlijkheid, die de leden van de onzichtbare kerk onmiddellijk na hun sterven genieten?
  87. Wat moeten we geloven over de opstanding?
  88. Wat zal er onmiddellijk na de opstanding volgen?
  89. Wat zaler op de oordeelsdag met de bozen gebeuren?
  90. Wat zaler op de oordeelsdag met de rechtvaardigen gebeuren?