Laden

Inleiding

Grote Westminster Catechismus (1647) - Vragen en antwoorden

Grote Westminster Catechismus (1647), met audio en gratis PDF: de 196 vragen en antwoorden van de gereformeerde catechismus met schriftplaatsen

Inleiding van westminster1647.com: maakt geen deel uit van de documenten van de Westminster Vergadering.

Het christelijk geloof heeft een inhoud. Van het begin af heeft de Kerk zich niet beperkt tot de oproep om te geloven, maar heeft zij geleerd wát men moet geloven. Lukas schrijft aan Theofilus „opdat gij moogt kennen de zekerheid der dingen waarvan gij onderwezen zijt” (Luk. 1:4), en het werkwoord dat hij gebruikt is hetzelfde waarvan het woord „catechismus” afkomstig is: mondeling onderwijzen, door het onderwijs te laten weerklinken in het oor van hem die leert. Paulus gebiedt Timotheüs „het voorbeeld der gezonde woorden” te houden (2 Tim. 1:13), want de geopenbaarde waarheid is geen vage indruk, maar een pand dat ontvangen, bewaard en doorgegeven wordt.

Zo heeft de Kerk het door haar hele geschiedenis heen verstaan. De oude Kerk bereidde haar catechumenen langdurig voor op de doop, en toen de Reformatie het Woord aan het volk teruggaf, behoorden de catechismussen tot haar eerste vruchten: die van Luther (1529), die van Calvijn in Genève (1541) of die van Heidelberg (1563). De reformatoren wisten dat prediken alleen niet genoeg is: de waarheid moet vast verankerd worden in het verstand en in het hart van iedere gelovige, en in ieder huisgezin onderwezen worden. De Westminster Vergadering nam die erfenis over en gaf haar haar meest voltooide uitdrukking.

Vandaag daarentegen wordt de leer met argwaan bekeken, zo niet met minachting. Men zegt dat zij verdeelt, dat zij het hart verkilt, dat het om de ervaring gaat en niet om definities. De vrucht is duidelijk zichtbaar: gelovigen die geen rekenschap kunnen geven van de hoop die in hen is (1 Petr. 3:15), en kerken die de tijd beleven die de apostel aankondigde, waarin „zij de gezonde leer niet zullen verdragen” (2 Tim. 4:3). Maar er is geen ware godsvrucht zonder waarheid: „Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is” (Hos. 4:6).

Met zijn 196 vragen is de Grote Catechismus de volledigste van de catechismussen die de Reformatie ons heeft nagelaten. De Kleine was bedoeld voor beginners; de Grote werd door de Kerk van Schotland goedgekeurd als „een leidraad voor de catechisatie van hen die al enige vordering hebben gemaakt in de kennis van de grondslagen van de godsdienst”, en diende de predikanten tot richtsnoer bij het openbaar onderwijs. Hij volgt de orde die hij zelf aangeeft: „wat de mens aangaande God moet geloven en wat God aan plichten van de mens vereist” (vr. 5). Uitmuntend is zijn uiteenzetting van de Tien Geboden, die niet blijft staan bij de letter van elk voorschrift, maar de plichten die het vereist en de zonden die het verbiedt in bijzonderheden uitwerkt, naar de regels van uitleg die de catechismus zelf vaststelt (vr. 99). De Schotse Generale Assemblee noemde hem „een rijke schat om de kennis onder het volk van God te vermeerderen”.

De gelovige die hem met geopende Bijbel bestudeert en elk antwoord toetst aan de schriftbewijzen die erbij staan, zal erin vinden wat vandaag schaars is: een degelijke, geordende en volledige vorming, die niet afhangt van mode of smaak. Hij neemt de plaats van de Schrift niet in, maar vat haar getrouw samen en leert haar in haar geheel te lezen. Hem kennen is het fundament leggen: weten wat men gelooft, waarom men het gelooft en hoe men moet leven, „opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer” (Ef. 4:14).

Aan de Catechismus gaat de acte vooraf waarmee de Generale Assemblee van de Kerk van Schotland hem in 1648 goedkeurde.