Inleiding
Plechtige Erkenning van de Openbare Zonden (Solemn Acknowledgement, 1648)
Plechtige Erkenning van de Openbare Zonden en van de Schendingen van het Verbond, en Plechtige Verbintenis tot de Plichten (Schotland, 1648), volledige tekst met gratis PDF
Inleiding van westminster1647.com: maakt geen deel uit van de documenten van de Westminster Vergadering.
De Plechtige Erkenning is het meest boetvaardige document van deze verzameling. Zij omschrijft geen leer en regelt geen eredienst: zij is een openbare belijdenis van zonden, afgelegd door een heel volk voor Gods aangezicht, gevolgd door de verbintenis zich te beteren. Als het Nationaal Verbond en de Plechtige Liga en het Verbond de eden zijn, dan is de Erkenning het gewetensonderzoek van hen die ze hadden gebroken. Daarom hebben de Schotse uitgaven van de Geloofsbelijdenis haar samen met de beide verbonden afgedrukt, en zo nemen ook wij haar hier op.
Om haar te begrijpen moet men weten wat er in 1647 en 1648 gebeurde. Verslagen in de Engelse burgeroorlog, onderhandelde Karel I in het geheim met een groep Schotse edelen onder leiding van de hertog van Hamilton. In december 1647 ondertekenden zij op het eiland Wight het zogeheten Engagement, de „Verbintenis”: de koning verplichtte zich het presbyterianisme voor drie jaar in Engeland in te voeren, en de Schotten, hem met de wapenen weer op de troon te brengen. Het Schotse Parlement keurde haar goed, maar de Kerk veroordeelde haar: de koning zwoer het Verbond niet, de beloofde reformatie was voorlopig en het bondgenootschap werd gesloten met juist de vijanden van de zaak. Toch viel in juli 1648 een Schots leger Engeland binnen, en in augustus werd het door Cromwell bij Preston verslagen.
De nederlaag veranderde de regering van Schotland. De aanhangers van het Verbond kregen de macht terug, en de Commissie van de Generale Assemblee wilde dat het volk niet alleen van politiek veranderde, maar zich bekeerde. Op 6 oktober 1648 beval zij de Plechtige Liga en het Verbond in alle gemeenten van het koninkrijk te vernieuwen, en daartoe stelde zij deze Erkenning op; het Comité van de Staten van het Parlement keurde haar op 14 oktober goed. Zij werd in elke kerk in het openbaar voorgelezen, er werden twee dagen van verootmoediging en vasten gehouden, en daarna zwoeren en ondertekenden predikanten en volk opnieuw de Liga. Op diezelfde 6 oktober sloot de Commissie hen die in het leger van de Verbintenis een bevel hadden gevoerd of haar hadden bevorderd, uit van de vernieuwing, van het Avondmaal des Heeren en van de kerkelijke ambten, totdat de Generale Assemblee over hen zou beslissen; en in januari 1649 sloot het Parlement hen uit van de openbare ambten.
Het document heeft drie delen, die wij hier ter wille van de leesbaarheid hebben gescheiden. Eerst de oorzaken: de beproevingen die God over het land had gezonden en het besluit zich te verootmoedigen en de zonden te belijden. Daarna de eigenlijke belijdenis, verrassend door haar openhartigheid. Zij begint bij de openbare zonden: dat men de vijanden van de reformatie had geduld, dat men het Verbond met de Verbintenis had gebroken, dat men een onrechtvaardige oorlog tegen Engeland had gevoerd en dat men in de zaak van God het eigen belang had gezocht; en zij eindigt met de onwetendheid omtrent God, de onverschilligheid tegenover het Evangelie, het verzuim om God in de gezinnen te zoeken en de goddeloosheid. Niemand blijft erbuiten, edelen noch predikanten noch volk. Ten slotte de verbintenis: zes concrete plichten, die overeenkomen met de beleden zonden, en de belofte het verbond te vernieuwen „niet […] om enig staatkundig voordeel of privaat belang”, maar oprecht en uit besef van plicht.
Haar toon is die van de profeten en van Ezra en Daniël, wanneer zij belijdt „dat bij God de gerechtigheid is, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het blijkt te dezen dage”. Het is niet de stem van een partij die haar tegenstanders de schuld geeft, maar die van een volk dat zich als geheel schuldig weet en Gods barmhartigheid zoekt. En het is geen abstract onderzoek: zij noemt zonden van het openbare en van het persoonlijke leven met dezelfde nauwkeurigheid, omdat voor de opstellers de trouw van een volk aan God in beide op het spel stond.
Haar latere geschiedenis is die van de verbonden zelf. Na de restauratie van Karel II in 1660 werd de Liga verworpen en werden de presbyterianen die er trouw aan bleven vervolgd. Maar de Erkenning werd niet vergeten: de covenanters gebruikten haar opnieuw bij de vernieuwing van hun verbonden, te Lesmahagow in 1689 en te Auchensaugh in 1712, en de Schotse uitgaven van de Geloofsbelijdenis bleven haar afdrukken. Haar vandaag lezen is leren dat ook berouw openbaar kan zijn, en dat een volk dat God iets beloofd heeft, zichzelf moet onderzoeken in het licht van wat het beloofde.
De tekst die wij publiceren is die van de oorspronkelijke druk van Edinburgh uit 1648, vergezeld van zijn titelpagina en van de drie acten van de Commissie van de Assemblee en van het Comité van de Staten die de vernieuwing bevalen; latere uitgaven lieten er één van weg, namelijk die welke de deelnemers aan de Verbintenis uitsloot van de vernieuwing en van het Avondmaal.