I - Inleiding
I - Inleiding
Plechtige Erkenning van de Openbare Zonden en van de Schendingen van het Verbond, en Plechtige Verbintenis tot de Plichten (Schotland, 1648), volledige tekst met gratis PDF
Een plechtige Erkenning van de openbare zonden en schendingen van het Verbond: En een plechtige Verbintenis tot al de daarin vervatte plichten, te weten die welke op meer bijzondere wijze betrekking hebben op de gevaren van deze tijden.
WIJ, edelen, baronnen, landedelen, burgers, dienaren van het Evangelie en gewone lieden van elke rang binnen dit koninkrijk, door de goede hand van GOD over ons, in ernstige overweging nemende de vele droevige verdrukkingen en diepe benauwdheden waarmee wij nu lange tijd geoefend zijn, en dat het land, nadat het met het zwaard en de pest zwaar verwoest is, ook met hongersnood bedreigd wordt, en dat schande en verachting van de Heere zijn uitgestort over vele duizenden van onze natie, die op zondige wijze oorlog hebben gevoerd tegen het koninkrijk Engeland, tegen het getuigenis van Zijn dienstknechten en de begeerten van Zijn volk in, en dat de overblijfselen van dat leger, bij hun terugkeer in dit land, velen van onze broeders hebben beroofd en onderdrukt, en dat de partij der kwaadwilligen nog talrijk is en, vasthoudend aan haar vroegere beginselen, wacht op een gelegenheid om een nieuwe en gevaarlijke oorlog te verwekken, niet alleen tot verscheuring van het binnenste van dit koninkrijk, maar tot onze scheiding van Engeland en tot omverwerping van het werk Gods in alle drie de koninkrijken: En tevens overwegende dat een wolk van rampen nog boven onze hoofden hangt en ons met droevige dingen die komen zullen bedreigt, kunnen wij niet anders dan deze dingen beschouwen als komende van de Heere, Die rechtvaardig is in al Zijn wegen, Die ons spijst met tranenbrood en ons het water der bedruktheid doet drinken, totdat wij geleerd worden te weten hoe kwaad en bitter het is van Hem af te wijken door de eed en het Verbond te breken die wij met Hem gemaakt hebben, en opdat wij voor Hem verootmoedigd worden door onze zonde te belijden en het kwaad van onze weg te verlaten.
Daarom, gedrongen door zo grote noden en benauwdheden, en gerechtvaardigd door het Woord van God, en hebbende het voorbeeld van Gods volk van ouds, dat zich in de tijd van zijn benauwdheden, en wanneer het verlossing en een rechte weg voor zich moest zoeken, opdat de Heere met hen zou zijn om hen voorspoedig te maken, voor Hem heeft verootmoedigd en een vrije en bijzondere belijdenis heeft gedaan van de zonden van zijn vorsten, zijn oversten, zijn hoofdmannen, zijn priesters en zijn volk, en zich verbonden heeft zo niet meer te doen, maar zijn wegen te hervormen en standvastig te zijn in Zijn verbond; En gedenkende de handelwijze van onze voorgangers in het jaar 1596, Waarin de Generale Assemblee en alle kerkelijke rechtscolleges, met de medewerking van velen van de adel, de landadel en de burgers, met vele tranen voor God de schending van het Nationaal Verbond hebben erkend en zich tot een Hervorming hebben verbonden, zoals onze voorgangers en de hunne tevoren hadden gedaan in de Generale Assemblee en de Conventie van Staten in het jaar 1567. En bemerkende dat deze plicht, wanneer zij uit geweten en in oprechtheid werd ondernomen, altijd gepaard is gegaan met een verlevendiging uit de benauwdheden en met een zegen en goede uitkomst uit de hemel; Zo erkennen wij ootmoedig en oprecht, als voor het aangezicht van Hem Die de Doorzoeker der harten is, de vele zonden en grote overtredingen van het land; Wij hebben goddelooslijk gehandeld, onze koningen, onze vorsten, onze edelen, onze rechters, onze ambtenaren, onze leraars en ons volk: Hoewel de Heere lang en klaar tot ons gesproken heeft, hebben wij niet naar Zijn stem gehoord; Hoewel Hij ons met tedere barmhartigheden is nagegaan, hebben wij ons niet laten bewegen om Hem te verwachten en in Zijn weg te wandelen; en hoewel Hij ons geslagen heeft, hebben wij toch geen pijn gevoeld: Ja, hoewel Hij ons verteerd heeft, hebben wij geweigerd de tucht aan te nemen; Wij hebben er niet aan gedacht de Heere te vergelden naar Zijn goedheid en naar onze eigen geloften en beloften, maar zijn achterwaarts gegaan door een voortdurende loop van afkerigheid, en hebben al de artikelen van die Plechtige Liga en dat Verbond gebroken, die wij voor God, engelen en mensen gezworen hebben.