Laden

II - De erkenning van de zonden

II - De erkenning van de zonden

Plechtige Erkenning van de Openbare Zonden en van de Schendingen van het Verbond, en Plechtige Verbintenis tot de Plichten (Schotland, 1648), volledige tekst met gratis PDF

Hoewel er in het land velen van alle rangen zijn die tot een getuigenis voor de waarheid en tot een naam van vreugde en lof voor de Heere zijn, door godzalig te leven, zich te benaarstigen hun klederen rein te bewaren en standvastig te zijn in het Verbond en de zaak Gods; Zo hebben wij toch reden te erkennen dat de meesten van ons niet met die wezenlijkheid, oprechtheid en standvastigheid die ons betaamde, gestreefd hebben het werk der Hervorming in de Kerk van Schotland te bewaren; Velen hebben zich tevredengesteld met de zuiverheid van de inzettingen, terwijl zij de kracht daarvan verwaarloosden; ja, sommigen zijn afgeweken tot kromme wegen, die voor beide verderfelijk zijn. Het goddeloze, losbandige en onbeschaamde gedrag van velen in onze legers, die onze BROEDERS in ENGELAND te hulp zijn getrokken, En het gekonkel en het onoprechte handelen van sommigen van onze gecommitteerden en anderen van onze natie te Londen, op het eiland Wight en op andere plaatsen van dat koninkrijk zijn grote beletselen gebleken voor het werk der Hervorming en de vestiging van de kerkregering aldaar, waardoor dwaling en scheuring in dat land zijn toegenomen en de sektariërs in hun weg verhard zijn; Wij zijn zo ver ervan verwijderd geweest te streven naar de uitroeiing van de goddeloosheid en van hetgeen strijdig is met de kracht der godzaligheid, dat men de goddeloosheid veelszins door de vingers heeft gezien en goddeloze personen veelszins begunstigd en menigmaal gebruikt heeft, totdat ongerechtigheid en goddeloosheid als een vloed over het aangezicht van het land gegaan zijn; Ja, er is geen genoegzame zorg gedragen om het kostelijke van het snode te scheiden, door alle onkundige en ergerlijke personen naar de verordeningen van deze Kerk van het Sacrament te weren.

Ook zijn de voorrechten van de Parlementen en de vrijheden van de onderdaan niet naar behoren behartigd; Maar sommigen onder onszelf hebben gearbeid om in de handen van onze koning een willekeurige en onbeperkte macht te stellen, die voor beide verderfelijk is, En velen van ons zijn onlangs medeplichtig geweest aan die middelen en wegen waardoor inbreuk is gemaakt op de vrijheid en voorrechten van de Parlementen en de onderdanen verdrukt zijn in hun gewetens, personen en goederen: Ook hebben wij er geen zorg voor gedragen die dingen te vermijden die de koning in zijn kwade weg zouden kunnen verharden; Maar integendeel, het is hem niet alleen toegelaten, maar velen van ons zijn er het werktuig toe geweest dat hij zijn macht uitoefende in vele dingen die strekten tot nadeel van de religie en van het Verbond, en van de vrede en veiligheid van deze koninkrijken; Hetgeen zo ver af is van de rechte weg tot bewaring van de persoon en het gezag van Zijne Majesteit, dat het niet anders kan dan de Heere tegen hem verbitteren, tot gevaar van beide; Ja, onder voorwendsel van de koning te ontzetten en voor hem te handelen, terwijl hij weigert te doen wat nodig was voor het huis Gods, hebben sommigen de meeste artikelen van het Verbond omvergeworpen en geschonden.

Ons eigen geweten van binnen en Gods oordelen over ons van buiten overtuigen ons van de menigvuldige, moedwillige en herhaalde schendingen van dat artikel dat de ontdekking en bestraffing van de kwaadwilligen betreft, wier misdaden niet alleen door de vingers zijn gezien, maar ook kwijtgescholden en vergeven, en die zelf in vertrouwelijke gemeenschap met ons zijn opgenomen, aan wie onze beraadslagingen zijn toevertrouwd, die tot onze Parlementen zijn toegelaten en in plaatsen van macht en gezag zijn gesteld tot het besturen van de openbare zaken van het koninkrijk, Waardoor zij, naar Gods gerechtigheid, ten laatste de gehele macht en sterkte van het koninkrijk, zowel in de rechtscolleges als in de legers, in hun handen kregen, En dezelve gebruikten tot het vaststellen en doorzetten van een onwettige Verbintenis tot oorlog tegen het koninkrijk Engeland, Niettegenstaande het afwijkend oordeel van vele aanzienlijke leden van het Parlement, die van het begin af standvastig bewijs van hun oprechtheid in de zaak hadden gegeven, vele getrouwe getuigenissen en vrijmoedige waarschuwingen van de dienstknechten Gods, de smeekschriften van vele synoden, presbyteriën en graafschappen, en de verklaringen van de Generale Assemblee en haar gecommitteerden in tegengestelde zin: Welke Verbintenis, gelijk zij de oorzaak is geweest van veel zonde, zo ook van veel ellende en rampspoed voor dit land, en ons in de grootte van ons oordeel de zwaarte voorhoudt van onze zonde van ons te hebben ingelaten met de kwaadwilligen, opdat wij geleerd worden nooit weer te stranden op dezelfde rots, waarop de Heere zo'n opmerkelijk baken heeft gezet. En na al wat over ons gekomen is vanwege deze onze schuld, en nadat ons genade bewezen is van de Heere onze God, door het juk van deze mannen van onze hals te breken en ons wederom in staat te stellen te handelen tot het welzijn van de religie, onze eigen veiligheid en de vrede en veiligheid van dit koninkrijk, zouden wij wederom Zijn gebod en Verbond breken door ons nogmaals te verbinden met het volk dezer gruwelen, en die slangen in onze boezem op te nemen die ons tevoren bijna ten dode gestoken hadden: Dit zou, gelijk het grote waanzin en dwaasheid van onze zijde zou bewijzen, zo zonder twijfel, indien het niet vermeden wordt, de Heere tegen ons verbitteren om ons te verteren, totdat er geen overblijfsel noch ontkoming in het land zij.

En hoewel de vrede en de unie tussen de koninkrijken een grote zegen Gods voor beide is en een band die wij verplicht zijn ongeschonden te bewaren, En te streven dat over de tegenstanders daarvan gericht geoefend worde; Zo hebben toch sommigen in dit land, die onder de band van het Verbond zijn gekomen, het hun grote studie gemaakt hoe zij deze unie zouden ontbinden, en weinig of geen pogingen zijn door iemand van ons aangewend tot bestraffing van zodanigen.

Wij hebben toegelaten dat velen van onze broeders in onderscheiden delen van het land door de gemeenschappelijke vijand verdrukt werden zonder medelijden of hulp; Er is groot gemurmureer en geklaag geweest vanwege de uitgave van middelen en moeite in het doen van onze plicht; Velen hebben zich door overreding of verschrikking laten verdelen en terugtrekken om over te lopen naar de tegenpartij, Velen hebben zich gewend tot een verfoeilijke onverschilligheid en neutraliteit in deze zaak, die zozeer de heerlijkheid Gods en het welzijn van deze koninkrijken aangaat; Ja, velen hebben het hun studie gemaakt zo te wandelen dat zij zich zouden kunnen schikken naar alle tijden en al de omwentelingen daarvan. Wij hebben er geen zorg voor gedragen alleen zodanigen te begunstigen, aan te moedigen, te vertrouwen en te gebruiken die van harte het werk Gods liefhadden en behartigden; Maar de harten van zodanigen zijn menigmaal ontmoedigd en hun handen verzwakt, hun lijden verwaarloosd en zijzelf geringgeacht, en velen die eens openlijke vijanden en altijd heimelijke ondermijners waren, zijn begunstigd en gebruikt; Ja, zelfs zij die als brandstichters waren aangemerkt, en op wie de Heere de kentekenen van wanhopige kwaadwilligheid, valsheid en bedrog had gezet, werden binnengehaald als geschikt om de openbare zaken te besturen; Vele zijn de hinderpalen en beletselen geweest die op de weg geworpen zijn om het werk des Heeren te vertragen en te belemmeren, en sommigen hebben verborgen gehouden wat zij zelf niet vermochten te onderdrukken en te boven te komen.

Behalve deze en vele andere schendingen van de artikelen van het Verbond wat de inhoud daarvan betreft, die ieder van ons behoort na te sporen en voor de Heere te erkennen, zo wij wensen dat Zijn toorn van ons afgewend worde; Zo zijn ook velen van ons uitermate tekortgeschoten in de wijze waarop wij de daarin vervatte plichten hebben opgevolgd en nagestreefd, niet alleen door grote dingen voor onszelf te zoeken en private belangen en oogmerken, die onszelf en onze vrienden en volgelingen aangingen, te vermengen met de dingen die het openbaar welzijn aangaan, maar door zulke dingen menigmaal te verkiezen boven de eer Gods en het welzijn van Zijn zaak, en het werk Gods te vertragen totdat wij onze eigen belangen en plannen met ons konden meevoeren. Het is onze weg geweest op de middelen te vertrouwen en voor de goede uitkomst te steunen op de vleselijke arm; Hoewel de Heere ons daarin menigmaal teleurstelling heeft doen ondervinden en de hovaardij van al onze heerlijkheid heeft ontheiligd door elk vleselijk vertrouwen voor ons te doen verdorren: Wij zijn meestendeels de raadslagen van vlees en bloed gevolgd, en hebben meer naar de regels van de staatkunde dan van de godsvrucht gewandeld, en meer naar mensen gehoord dan naar God.

Hoewel wij voor de wereld plechtige openbare belijdenis hebben gedaan van ons ongeveinsd verlangen om voor de Heere verootmoedigd te worden over onze eigen zonden en de zonden van deze koninkrijken, inzonderheid dat wij de onschatbare weldaad van het Evangelie geringgeschat hebben, en niet gearbeid hebben voor de kracht daarvan, en Christus niet in onze harten hebben ontvangen, en niet waardiglijk van Hem gewandeld hebben in ons leven, en van ons waar en ongeveinsd voornemen, verlangen en streven, voor onszelf en voor allen onder onze macht en zorg, zowel in het openbaar als in het bijzonder, in alle plichten die wij aan God en de mensen verschuldigd zijn, ons leven te verbeteren, en ieder de ander voor te gaan in het voorbeeld van een wezenlijke hervorming, opdat de Heere Zijn toorn en zware gramschap zou afwenden en deze Kerken en koninkrijken in waarheid en vrede zou bevestigen; Zo hebben wij toch geweigerd ons te laten hervormen, en hebben hoogmoedig en hardnekkig tegen de Heere gewandeld, Zijn Evangelie niet waarderende, noch ons onderwerpende aan de gehoorzaamheid daarvan, Christus niet zoekende, noch ons benaarstigende Hem te eren in de uitnemendheid van Zijn persoon, noch Hem te gebruiken in de kracht van Zijn ambten, noch een gewetenszaak makende van de openbare inzettingen, noch van de huiselijke, noch van de verborgen plichten, noch ons benaarstigende elkander in liefde te stichten. De onkunde van God en van Zijn Zoon Jezus Christus heerst uitermate in het land; Het grootste deel van de huisvaders onder de edelen, baronnen, landedelen, burgers en gewone lieden verzuimt God te zoeken in hun huisgezinnen en te streven naar de hervorming daarvan; En hoewel er sterk op is aangedrongen, konden toch tot op deze dag weinigen van onze edelen en groten overreed worden om de huiselijke plichten zelf en in eigen persoon te verrichten; hetgeen maakt dat een zo noodzakelijke en nuttige plicht door anderen van lagere rang veronachtzaamd wordt; Ja, velen van de adel, de landadel en de steden, die anderen voorbeelden van godzaligheid en een ingetogen wandel hadden moeten zijn, zijn aanvoerders geweest van brasserij en overdaad. Hoewel wij het volk des HEEREN zijn, op plechtige wijze aan Hem verbonden, hebben wij het ons toch tot op deze dag niet ter harte genomen dat de rechtscolleges en legers zouden bestaan uit, en de plaatsen van macht en vertrouwen vervuld zouden worden met mannen van een onberispelijke en christelijke wandel, en van bekende oprechtheid en beproefde getrouwheid, genegenheid en ijver voor de zaak Gods, maar niet alleen zij die neutraal en onverschillig zijn geweest, maar ook afkerigen en kwaadwilligen, en anderen die goddeloos en ergerlijk zijn geweest, zijn met vertrouwen bekleed; Waardoor het gekomen is dat de rechtscolleges zetels van onrecht en ongerechtigheid zijn geweest, en velen in onze legers door hun wangedrag onze plaag zijn geworden, tot groot nadeel van de zaak Gods, tot grote ergernis van het Evangelie en tot grote toename van losbandigheid en goddeloosheid door het gehele land. Het zou onmogelijk zijn al de gruwelen op te sommen die in het land zijn, maar het lasteren van de naam Gods, het zweren bij de schepselen, de ontheiliging van de dag des Heeren, onreinheid, dronkenschap, brasserij en overdaad, ijdelheid in kleding, leugen en bedrog, schelden en vloeken, willekeurige en onbeteugelde verdrukking, en het vermalen van de aangezichten der armen door landheren en anderen in ambt en macht, zijn gewone en algemene zonden geworden; En behalve al deze dingen zijn er vele andere overtredingen waaraan het land waarin wij leven schuldig is: Welke alle wij begeren te erkennen en daarover verootmoedigd te worden, opdat de wereld met ons getuige dat bij God de gerechtigheid is, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het blijkt te dezen dage.