III - De verbintenis tot de plichten
III - De verbintenis tot de plichten
Plechtige Erkenning van de Openbare Zonden en van de Schendingen van het Verbond, en Plechtige Verbintenis tot de Plichten (Schotland, 1648), volledige tekst met gratis PDF
En omdat het nodig is voor hen die barmhartigheid vinden, hun zonde niet alleen te belijden maar ook te laten, Daarom, opdat de wezenlijkheid en oprechtheid van ons berouw moge blijken, Besluiten wij en verbinden wij ons plechtig voor de HEERE, voortaan al deze overtredingen, waarvan wij nu plechtige openbare erkenning hebben gedaan, en alle strikken en verzoekingen die daartoe leiden, zorgvuldig te vermijden: En om de oprechtheid van ons besluit hierin te betuigen, en opdat wij in de sterkte van de macht des HEEREN des te beter bekwaam gemaakt mogen worden om hetzelve te volbrengen, Vernieuwen wij wederom onze Plechtige Liga en ons Verbond, en beloven voortaan een gewetenszaak te maken van al de plichten waartoe wij in al de hoofdstukken en artikelen daarvan verplicht zijn, inzonderheid van deze die volgen.
1. Omdat de religie van alle dingen het voortreffelijkste en kostbaarste is, zal het bevorderen en voortzetten van de kracht daarvan tegen alle goddeloosheid en ontheiliging, het beveiligen en bewaren van de zuiverheid daarvan tegen alle dwaling, ketterij en scheuring, en met name het independentisme, het anabaptisme, het antinomianisme, het arminianisme en het socinianisme, het familisme, het libertinisme, het scepticisme en het erastianisme, en het voortzetten van het werk der eenvormigheid, door ons behartigd en nagestreefd worden boven alle wereldse belangen, hetzij deze de koning, onszelf of enig ander wie ook betreffen. 2. Omdat velen onlangs gearbeid hebben om de vrijheden van de Kerk te ondermijnen, zullen wij de Kerk van Schotland in al haar vrijheden en voorrechten handhaven en verdedigen tegen allen die zich daartegen zullen verzetten, of die ondermijnen, of daarop inbreuk maken onder enig voorwendsel wat ook. 3. Wij zullen de vrijheden van de onderdanen voorstaan en handhaven in al die dingen die hun gewetens, personen en goederen aangaan. 4. Wij zullen de unie tussen de koninkrijken zorgvuldig handhaven en verdedigen, en alles vermijden wat die zou kunnen verzwakken, of ons in enige mate zou kunnen doen deelhebben aan de schuld van hen die het koninkrijk Engeland zijn binnengevallen. 5. Gelijk wij altijd trouw zijn geweest aan onze koning, zo zullen wij er nog steeds naar streven Gode te geven wat Gods is, en den keizer wat des keizers is. 6. Wij zullen er zo ver van af zijn door de vingers te zien, ons te schikken naar of te begunstigen kwaadwilligheid, onrecht, ongerechtigheid, ontheiliging en goddeloosheid, dat wij niet alleen die dingen zullen vermijden en tegengaan, en die personen koesteren en aanmoedigen die ijverig zijn voor de zaak Gods en naar het Evangelie wandelen; Maar ook in onze respectieve plaatsen en roepingen een krachtdadiger weg dan tevoren zullen inslaan tot bestraffing en onderdrukking van deze kwaden, en getrouw zullen streven dat de beste en geschiktste middelen worden aangewend tot wegneming van de oorzaken daarvan, en tot bevordering van de kennis van God en van heiligheid en gerechtigheid in het land. En daarom in de laatste plaats: gelijk wij God ernstig zullen bidden dat Hij ons kloeke mannen geve, godvrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende, om onder Zijn volk te richten en het bewind te voeren, zo zullen wij naar onze plaatsen en roepingen ernaar streven dat de rechtscolleges en alle plaatsen van macht en vertrouwen, zowel in Kerk als in Staat, mogen bestaan uit en vervuld worden met zodanige mannen als bekend zijn om hun goede genegenheid voor de zaak Gods en om een onberispelijke en christelijke wandel.
En omdat er velen zijn die tevoren geen gewetenszaak gemaakt hebben van de eed Gods, maar sommigen uit vrees, anderen door overreding en om lage oogmerken en menselijke belangen daarin zijn getreden, die zich naderhand hebben ontdekt als zulken die bedrieglijk met de Heere hebben gehandeld door vals te zweren bij Zijn naam; Daarom betuigen wij, die nu ons Verbond vernieuwen met het oog op deze plichten en alle andere daarin vervatte plichten, Voor het aangezicht van Hem Die de Doorzoeker der harten is, plechtig dat het niet is om enig staatkundig voordeel of privaat belang of bijoogmerk, noch vanwege enige verschrikking of overreding van mensen, noch huichelachtig en bedrieglijk, dat wij de eed Gods wederom op ons nemen, Maar eerlijk en oprecht en uit besef van onze plicht, En dat wij daarom, onszelf en het onze verloochenende en alle eigenbelang en eigen oogmerken ter zijde stellende, boven alle dingen de eer Gods, het welzijn van Zijn zaak en de welvaart van Zijn volk zullen zoeken, en dat wij, de raadslagen van vlees en bloed verlatende en niet steunende op vleselijk vertrouwen, op de Heere zullen steunen, naar de regel van Zijn Woord zullen wandelen en naar de stem van Zijn dienstknechten zullen horen: In dit alles onze eigen zwakheid belijdende, bidden wij God, Die de Vader der barmhartigheden is, door Zijn Zoon Jezus Christus ernstig, dat Hij ons genadig wil zijn en ons door de sterkte Zijner macht bekwaam wil maken, opdat wij onze plicht doen tot prijs Zijner genade in de Kerken. Amen.