Laden

Acte van goedkeuring (Schotland, 1648)

Acte van goedkeuring (Schotland, 1648) van de Grote Westminster Catechismus

Acte van goedkeuring (Schotland, 1648) - Sectie van de Grote Westminster Catechismus

OVEREENGEKOMEN DOOR DE VERGADERING DER GODGELEERDEN TE WESTMINSTER, MET BIJSTAND VAN DE GECOMMITTEERDEN VAN DE KERK VAN SCHOTLAND

ALS ONDERDEEL VAN HET BIJ VERBOND VASTGELEGDE PACT VAN EENSGEZINDHEID IN DE GODSDIENST TUSSEN DE KERKEN VAN CHRISTUS IN DE KONINKRIJKEN VAN SCHOTLAND, ENGELAND EN IERLAND.

EN GOEDGEKEURD IN HET JAAR 1648, DOOR DE GENERALE ASSEMBLEE VAN DE KERK VAN SCHOTLAND, OM EEN LEIDRAAD TE ZIJN VOOR DE CATECHISATIE VAN HEN DIE AL ENIGE VORDERING HEBBEN GEMAAKT IN DE KENNIS VAN DE GRONDSLAGEN VAN DE GODSDIENST, MET DE BEWIJZEN UIT DE SCHRIFTEN.

Assemblee te EDINBURGH, 20 juli 1648. Zitting 10.

Acte van goedkeuring van de GROTE CATECHISMUS.

DE GENERALE ASSEMBLEE, die de GROTE CATECHISMUS, overeengekomen door de Vergadering der Godgeleerden bijeen te Westminster, met bijstand van de gecommitteerden van deze Kerk, nauwkeurig onderzocht en ernstig overwogen heeft, nadat er exemplaren van waren gedrukt en naar de presbyteria gezonden voor een nauwkeuriger oordeel erover; en nadat er in deze Assemblee herhaaldelijk een openbare uitnodiging is gedaan, opdat allen die enige twijfel of bezwaar erover hadden, dit zouden kunnen indienen; bevindt, na behoorlijk onderzoek, dat genoemde Catechismus overeenstemt met het Woord van God, en in niets strijdig is met de aanvaarde leer, eredienst, tucht en regering van deze Kerk; hij is een noodzakelijk onderdeel van de beoogde eensgezindheid in de godsdienst, en een rijke schat om de kennis onder het volk van God te vermeerderen: en daarom keurt de Assemblee, terwijl zij de Heere zegent voor de voorbereiding van zulk een voortreffelijke Catechismus, hem goed als onderdeel van de eensgezindheid; en komt van haar kant overeen dat hij een gemeenschappelijke Catechismus zal zijn voor de drie koninkrijken, en een leidraad voor de catechisatie van hen die al enige vordering hebben gemaakt in de kennis van de grondslagen van de godsdienst.