Over het leerstellige gedeelte van de ordening van dienaren
Over het leerstellige gedeelte van de ordening van dienaren
Formulier van de Presbyteriaanse Kerkregering van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: kerkstructuur in presbyteries en synodes, en de regering van ouderlingen
1. Geen mens mag het ambt van dienaar van het Woord op zich nemen zonder een wettige roeping.
2. De ordening moet altijd in de kerk voortgezet worden.
3. De ordening is de plechtige afzondering van een persoon voor enig openbaar ambt van de kerk.
4. Iedere dienaar van het Woord moet geordend worden door oplegging van handen en gebed, met vasten, door deze predikende ouderlingen aan wie dit toekomt.
5. De macht om te ordenen, het gehele werk van de ordening, berust bij het gehele presbyterium, hetwelk, wanneer het over meer dan één gemeente gesteld is, hetzij deze gemeenten vast zijn of niet, wat ambtsdragers of leden betreft, onverschillig is wat het punt van ordening betreft.
6. Het is overeenkomstig het Woord, en zeer gepast, dat zij die tot dienaren geordend zullen worden, bestemd worden voor een bepaalde gemeente, of ander bedieningswerk.
7. Hij die tot dienaar geordend zal worden, moet behoorlijk bekwaam zijn, zowel wat het leven als wat de bedieningsgaven betreft, overeenkomstig de regels van de apostel.
8. Hij moet onderzocht en goedgekeurd worden door hen die hem zullen ordenen.
9. Geen mens mag tot dienaar van een bepaalde gemeente geordend worden, indien zij van die gemeente een rechtvaardige reden van uitzondering tegen hem kunnen aantonen.
10. De predikende ouderlingen die op geregelde wijze verenigd zijn, hetzij in de steden of in de naburige dorpen, zijn zij aan wie de oplegging van handen toekomt, voor die gemeenten die zich respectievelijk binnen hun grenzen bevinden.
11. In buitengewone gevallen kan er iets buitengewoons gedaan worden, totdat er een vaste orde is, maar zich daarbij zo dicht mogelijk houdend aan de regel.
12. Er is op dit ogenblik (zoals wij nederig menen) een buitengewone gelegenheid voor een vorm van ordening voor de tegenwoordige voorziening van dienaren.