Het Directorium voor de Ordening van Dienaren
Het Directorium voor de Ordening van Dienaren
Formulier van de Presbyteriaanse Kerkregering van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: kerkstructuur in presbyteries en synodes, en de regering van ouderlingen
Aangezien het uit het Woord van God blijkt, dat geen mens het ambt van dienaar van het evangelie op zich mag nemen, voordat hij daartoe wettig geroepen en geordend is; en dat het werk van de ordening met alle verschuldigde zorg, wijsheid, ernst en plechtigheid verricht moet worden, bieden wij ootmoedig deze aanwijzingen aan, als hetgeen in acht genomen behoort te worden.
1. Hij die geordend zal worden, hetzij door het volk genomineerd, of anderszins aan het presbyterium aanbevolen, voor enige plaats, moet zich tot het presbyterium wenden en een getuigenis met zich meebrengen van zijn aanneming van het verbond der drie koninkrijken; van zijn vlijt en bekwaamheid in zijn studies; welke graden hij aan de universiteit behaald heeft en hoelang hij daar verbleven heeft; en verder van zijn leeftijd, die vierentwintig jaar moet zijn; maar in het bijzonder van zijn leven en wandel.
2. Nadat zij door het presbyterium onderzocht zijn, zullen zij voortgaan met onderzoek te doen naar de genade Gods in hem, en of hij de heiligheid van leven bezit die van een dienaar van het Evangelie vereist wordt; en zij zullen hem onderzoeken wat betreft zijn geleerdheid en bekwaamheid, en wat betreft de bewijzen van zijn roeping tot de heilige bediening; en, in het bijzonder, zijn rechtmatige en rechtstreekse roeping tot die plaats.
3. Wanneer hij hierin goedgekeurd is, zal hij naar de kerk gezonden worden waar hij dienen zal, om daar drie dagen te prediken en met het volk te spreken, opdat dit zijn gaven tot hun opbouw kan beproeven, en tijd en gelegenheid heeft om nader te onderzoeken en beter kennis te nemen van zijn leven en wandel.
4. Op de laatste van deze drie dagen, bestemd voor de beproeving van zijn gaven in de prediking, zal vanuit het presbyterium een openbare schriftelijke kennisgeving aan de gemeente gezonden worden, welke openlijk voor het volk voorgelezen zal worden, en daarna aan de kerkdeur bevestigd, om aan te kondigen dat op die dag een bekwaam aantal van de leden van die gemeente, door henzelf benoemd, voor het presbyterium zal verschijnen, om hun instemming en goedkeuring te geven dat die man hun dienaar zal zijn; of anders, om met alle christelijke bescheidenheid en zachtmoedigheid, de bezwaren die zij tegen hem hebben, uiteen te zetten. En indien er op de aangewezen dag geen rechtvaardig bezwaar tegen hem is, maar het volk zijn instemming geeft, dan zal het presbyterium tot de ordening overgaan.
5. Op de dag die voor de ordening bestemd is, die gehouden moet worden in de kerk waar hij die geordend zal worden, dienen zal, zal de gemeente een plechtige vastendag houden, opdat zij zich vuriger mogen verenigen in het gebed om zegen over de inzettingen van Christus en de arbeid van Zijn dienaar tot hun bestwil. Het presbyterium zal naar de plaats komen, of ten minste zullen drie of vier dienaren van het Woord daarheen gezonden worden vanuit het presbyterium; van wie één, door het presbyterium aangewezen, tot het volk zal prediken over het ambt en de plicht van de dienaren van Christus, en hoe het volk hen behoort te ontvangen ter wille van hun werk.
6. Na de prediking zal de dienaar die gepredikt heeft, in tegenwoordigheid van de gemeente, hem die nu geordend zal worden, ondervragen over zijn geloof in Christus Jezus, en zijn overtuiging van de waarheid van de gereformeerde religie, overeenkomstig de Schriften; zijn oprechte bedoelingen en doeleinden in zijn verlangen om tot deze roeping toe te treden; zijn vlijt in het gebed, het lezen, het overdenken, het prediken, de bediening van de sacramenten, de tucht, en de vervulling van alle bedieningsplichten jegens zijn gemeente; zijn ijver en trouw in het handhaven van de waarheid van het evangelie en de eenheid van de kerk tegen dwaling en scheuring; zijn zorg dat hij en zijn gezin onberispelijk zijn en voorbeelden voor de kudde; zijn bereidheid en nederigheid, met zachtmoedigheid van geest, om zich te onderwerpen aan de vermaningen van zijn broeders en de tucht van de kerk; en zijn vastberadenheid om in zijn plicht te volharden tegen alle moeilijkheid en vervolging.
7. Nadat dit alles verklaard, zijn wil beleden en zijn inspanningen, met Gods hulp, beloofd zijn, zal de dienaar evenzo van het volk hun wil eisen om hem als dienaar van Christus te ontvangen en te erkennen, en hem te gehoorzamen en zich aan hem te onderwerpen, als aan iemand die door de Heere geregeerd wordt, en hem in alle delen van zijn ambt te onderhouden, aan te moedigen en te helpen.
8. Nadat dit wederzijds door het volk beloofd is, zal het presbyterium, of de dienaren die door hen voor de ordening gezonden zijn, hem plechtig afzonderen voor het ambt en het werk van de bediening, door hem de handen op te leggen, hetgeen vergezeld moet gaan van een kort gebed of zegen, tot dit doel:
"Dankende voor de grote barmhartigheid Gods in het zenden van Jezus Christus tot verlossing van Zijn volk; en voor Zijn hemelvaart aan de rechterhand van God de Vader, en het van daaruit uitstorten van Zijn Geest, en het geven van gaven aan de mensen, apostelen, evangelisten, profeten, herders en leraars; tot vergadering en opbouw van Zijn kerk; en voor het bekwamen en genegen maken van deze man tot dit grote werk: * om Hem te smeken dat Hij hem met Zijn Heilige Geest wil begiftigen, om hem (die wij in Zijn naam aldus voor deze heilige dienst afzonderen) de vervulling van het werk van zijn bediening in alle dingen te geven, opdat hij zichzelf en zijn hem toevertrouwde volk moge behouden."
*Hier worden de handen op zijn hoofd gelegd.
9. Nadat deze vorm van gebed en zegen beëindigd is, worde de dienaar die gepredikt heeft, kort vermaand om de grootheid van zijn ambt en zijn werk te overwegen, het gevaar van nalatigheid, zowel voor hemzelf als voor zijn volk, de zegen die zijn trouw zal vergezellen in dit leven en in het toekomende; en worde ook het volk vermaand om zich aan hem over te geven, als aan hun dienaar, overeenkomstig de plechtige belofte tevoren gedaan. En zo, door het gebed dat zowel hem als zijn kudde aan de genade Gods aanbeveelt, worde, na het zingen van een psalm, de vergadering met een zegen heengezonden.
10. Indien een dienaar bestemd wordt voor een gemeente, die reeds tevoren als ouderling geordend is volgens de vorm van ordening die in de Kerk van Engeland bestaan heeft, welke wij wat de zaak betreft geldig achten, en die door hen die haar ontvangen hebben niet verworpen kan worden; dan zal hij, na een omzichtige handelwijze wat het onderzoek betreft, zonder enige nieuwe ordening toegelaten worden.
11. En ingeval een persoon die reeds als dienaar geordend is in Schotland, of in enige andere gereformeerde kerk, bestemd wordt voor een andere gemeente in Engeland, zal hij van die kerk aan het presbyterium alhier, binnen hetwelk zich die gemeente bevindt, een voldoende getuigenis meebrengen van zijn ordening, van zijn leven en wandel terwijl hij bij hen woonde, en van de redenen van zijn vertrek; en zich onderwerpen aan een beproeving van zijn geschiktheid en bekwaamheid, en dezelfde gang met hem gehouden worden in de overige zaken, zoals in de onmiddellijk voorgaande regel bepaald is, wat het onderzoek en de toelating betreft.
12. Dat in de onderscheiden presbyteriums zorgvuldig registers bijgehouden worden van de namen van de geordende personen, met hun getuigenissen, de tijd en plaats van hun ordening, van de ouderlingen die hun de handen opgelegd hebben, en van het ambt waartoe zij benoemd zijn.
13. Dat geen presbyterium, noch iemand die tot een van hen behoort, geld of gaven ontvangt van de persoon die geordend zal worden, of van iemand namens hem, voor de ordening, of voor iets anders wat daartoe behoort, onder welk voorwendsel ook.