De regels voor een examen
De regels voor een examen
Formulier van de Presbyteriaanse Kerkregering van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: kerkstructuur in presbyteries en synodes, en de regering van ouderlingen
De regels voor het examen zijn de volgende:
(1) Dat de geeëxamineerde broederlijk behandeld wordt, met zachtmoedigheid van geest en met bijzondere achting voor de ernst, bescheidenheid en hoedanigheid van ieder.
(2) Hij zal onderzocht worden wat zijn bekwaamheid in de oorspronkelijke talen betreft, en zijn beproeving zal geschieden door het lezen van het Hebreeuwse en Griekse Testament, en het vertalen van enig gedeelte daarvan in het Latijn; en indien hij daarin gebrekkig is, zal er strenger onderzoek gedaan worden naar zijn overige geleerdheid, en of hij bekwaamheid heeft in de logica en de filosofie.
(3) Welke schrijvers over de godgeleerdheid hij gelezen heeft en het beste kent; en zijn kennis van de grondslagen van de religie zal beproefd worden, en zijn bekwaamheid om de daarin vervatte rechtzinnige leer te verdedigen tegen alle dwalende en onvaste gevoelens, vooral die van de tegenwoordige tijd; zijn bedrevenheid in de zin en betekenis van de Schriftplaatsen die hem voorgelegd worden, in gevallen van geweten, en in de tijdrekening van de Schrift en de kerkgeschiedenis.
(4) Indien hij niet tevoren in het openbaar gepredikt heeft met goedkeuring van hen die daarover kunnen oordelen, zal hij voor het presbyterium, op de bekwame tijd die hem toegewezen wordt, de Schriftplaats uiteenzetten die hem aangewezen wordt.
(5) Hij zal ook, binnen een bekwame tijd, een Latijnse rede opstellen over een gemeenplaats of een twistpunt in de godgeleerdheid dat hem toegewezen wordt, en aan het presbyterium de stellingen tonen die de som daarvan uitdrukken, en daarover een dispuut voeren.
(6) Hij zal voor het volk prediken, terwijl het presbyterium, of enigen van de door hen aangewezen dienaren van het Woord, aanwezig zijn.
(7) De verhouding van zijn gaven tot de plaats waartoe hij geroepen is, zal in aanmerking genomen worden.
(8) Behalve de beproeving van zijn gaven in de prediking, zal hij zich onderwerpen aan een examen ter plaatse gedurende twee dagen, en meer, indien het presbyterium dit nodig oordeelt.
(9) En wat betreft hem die reeds tevoren als dienaar geordend is, en naar een ander ambt overgeplaatst zal worden, zal hij een getuigenis meebrengen van zijn ordening, en van zijn bekwaamheden en wandel, waarna zijn geschiktheid voor die plaats beproefd zal worden door zijn prediking aldaar, en (indien nodig geoordeeld) door een nieuw onderzoek van hem.