Laden

Vraag Welke zonden worden er in het eerste gebod verboden? van de Grote Westminster Catechismus

Vraag Welke zonden worden er in het eerste gebod verboden? van de Grote Westminster Catechismus - antwoord met schriftplaatsen
Vr. 105. Welke zonden worden er in het eerste gebod verboden?
Antw. De zonden die in het eerste gebod verboden worden zijn: atheïsme, in het loochenen of niet hebben van een God afgoderij, in het hebben of vereren van meer dan één God of één naast dan wel in plaats van de ware God hebben of vereren het niet hebben en erkennen als God en als onze God; het nalaten of verwaarlozen van iets dat we Hem verschuldigd zijn omdat het in zijn gebod geëist wordt, onwetendheid, vergeetac%ltìgheìd ‚ misvattingen, verkeerde meningen, onwaardige en slechte gedachten over Hem; het vrijpostig en curieus onderzoeken van zijn geheimen alle Goddeloosheid haat jegens God, zelfliefde het zoeken van zichzelf en alle andere manieren van onmatig en buitensporig onze geest, wil of genegenheden zetten op andere dingen, en die geheel of deels van Hem aftrekken; ijdele lichtgelovigheid, ongeloof, ketterij, verkeerd geloof, wantrouwen, wanhoop onverbeterlijkheid 2 en ongevoeligheid onder oordelen, verharding van het hart trots 5, verwaandheid, vleselijke zekerheid, God verzoeken; het gebruiken van ongeoorloofde middelen en het vertrouwen op wettelijke middelen, vleselijke verrukkingen en vreugde, verdorven, blinde en onbescheiden ijver lauwheid, en het dood-zijn in de dingen van God het ons van God vervreemden en van Hem afvallig worden het bidden tot, of religieuze verering geven aan heiligen, engelen of andere schepselen; alle overeenkomsten met de duivel en het bij hem te rade gaan, en het luisteren naar zijn ingevingen; het lacen heersen van mensen over ons geloof en geweten, het geringschatten en verachten van God en zijn geboden; het weerstaan en bedroeven van Zijn Geest; ontevredenheid en ongeduld ten aanzien van zijn beschikkingen, Hem dwaas beschuldigen ten opzichte van de kwade dingen die Hij over ons laat komen % en het toekennen van lof voor alle goed dat wij zijn, hebben of kunnen doen aan het lot, afgoden onszelf of een ahder schepsel.
  • Psalm 14:1; Efeziërs 2:12.
  • Jeremia 2:27-28; 1 Thessalonicenzen 1:9.
  • Psalm 81:11.
  • Jesaja 43:22-24.
  • Jeremia 4:22; Hosea 4:1, 6.
  • Jeremia 2:32.
  • Handelingen 17:23, 29.
  • Jesaja 40:18.
  • Psalm 50:21.
  • Deuteronomium 29:29.
  • Titus 1:16.
  • Hebreeën 12:16.
  • Romeinen 1:30.
  • 2 Timoteüs 3:2.
  • Filippenzen 2:21.
  • 1 Johannes 2:15,16.
  • 1 Samuël 2:29.
  • Kolossenzen 3:2,5.
  • 1 Johannes 4:1.
  • Hebreeën 3:12.
  • Galaten 5:20.
  • Titus 3:10.
  • Handelingen 26:9.
  • Psalm 78:22.
  • Genesis 4:13.
  • Jeremia 5:3.
  • Jesaja 42:25.
  • Romeinen 2:5.
  • Jeremia 13:15.
  • Psalm 19:13.
  • Sefanja 1:12.
  • Mattheüs 4:7.
  • Romeinen 3:8.
  • Jeremia 17:5.
  • 2 Timoteüs 3:4.
  • Galaten 4:17.
  • Johannes 16:2.
  • Romeinen 10:2.
  • Lucas 9:54,55.
  • Openbaring 3:16.
  • Openbaring 3:1.
  • Ezechiël 14:5.
  • Jesaja 1:4,5.
  • Romeinen 1:25.
  • Romeinen 10:13,14.
  • Hosea 4:12.
  • Handelingen 10:25,26.
  • Openbaring 19:10.
  • Mattheüs 4:10.
  • Kolossenzen 2:18.
  • Leviticus 20:6.
  • 1 Samuël 28:7,11.
  • 1 Kronieken 10:13,14.
  • Handelingen 5:3.
  • 2 Korintiërs 1:24.
  • Mattheüs 23:9.
  • Deuteronomium 32:15.
  • 2 Samuël 12:9.
  • Spreuken 13:13.
  • Handelingen 7:51.
  • Efeziërs 4:30.
  • Psalm 73:2-3,13-15,22.
  • Job 1:22.
  • 1 Samuël 6:7-9.
  • Daniël 5:23.
  • Deuteronomium 8:17.
  • Daniël 4:30.
  • Habakuk 1:16.

Samenvatting van de Christelijke Plichten

Vraag Welke zonden worden er in het eerste gebod verboden? van de Grote Westminster Catechismus

Vraag Welke zonden worden er in het eerste gebod verboden? van de Grote Westminster Catechismus - antwoord met schriftplaatsen
  1. Wat is de plicht die God aan de mens oplegt?
  2. Wat heeft God eerst aan de mens bekendgemaakt als de regel voor zijn gehoorzaamheid?
  3. Wat is de zedelijke wet?
  4. Heeft de zedelijke wet ook nut voor de mens sinds de zondeval?.
  5. Welk nut heeft de zedelijke wet voor alle mensen?
  6. Welk bijzonder nut heeft de zedelijke wet voor onwedergeboren mensen?
  7. Welk speciaal nut heeft de zedelijke wet voor de wedergeborenen?
  8. Waar is de zedelijke wet kort samengevat?
  9. Welke regels dienen in acht genomen te worden voor een goed verstaan van de Tien Geboden?
  10. Welke bijzondere dingen in de Tien Geboden hebben wij te overwegen?
  11. Wat is de inleiding tot de Tien Geboden?
  12. Wat is de hoofdinhoud van de vier geboden die onze plicht tegenover God omvatten?
  13. Wat is het eerste gebod?
  14. Wat zijn de plichten die het eerste gebod van ons vereist?
  15. Welke zonden worden er in het eerste gebod verboden?
  16. Wat wordt ons speciaal geleerd door de woorden ‚‚voor mijn aangezicht in het eerste gebod?
  17. War is het tweede gebod?
  18. Wat zijn de plichten die in het tweede gebod vereist worden?
  19. Welke zonden worden in het tweede gebod verboden?
  20. Welke gronden zijn er aan het tweede gebod toegevoegd om het kracht bij te zetten?
  21. Wat is het derde gebod?
  22. Wat wordt er geëist in het derde gebod?
  23. Welke zonden worden in het derde gebod verboden?
  24. Welke gronden zijn er aan het derde gebod toegevoegd?
  25. Wat is het vierde gebod?
  26. Wat wordt er in het vierde gebod geëist?
  27. Hoe moet de sabbat of de dag des Heren geheiligd worden?
  28. Waarom is de opdracht om de sabbat te onderhouden meer speciaal gericht tot de gezinshoofden en andere vooraanstaande personen?
  29. Welke zonden worden er in het vierde gebod verboden?
  30. Wat zijn de gronden die aan het vierde gebod zijn toegevoegd om het kracht bij te zetten?
  31. Waarom is het woord gedenk aan het begin van het vierde gebod geplaatst?
  32. Wat is de hoofdinhoud van de zes geboden die onze plicht tegenover onze medemens bevatten?
  33. Wat is het vijfde gebod?
  34. Wie worden er in het vijfde gebod met vader en moeder bedoeld?
  35. Waarom worden meerderen ‚vader en moeder genoemd?
  36. War is de algemene strekking van het vijfde gebod?
  37. Wat is de eer die ondergeschikten aan hun meerderen verschuldigd zijn?
  38. Wat zijn de zonden die ondergeschikten tegen hun meerderen kunnen bedrijven?
  39. Wat wordt er van meerderen tegenover hun ondergeschikten vereist?
  40. Wat zijn de zonden die meerderen kunnen doen?
  41. Wat zijn de plichten die gelijken tegenover elkaar hebben?
  42. Wat zijn de zonden die gelijken elkaar kunnen aandoen?
  43. Welke grond is er aan het vijfde gebod toegevoegd om het meer kracht te geven?
  44. Hoe luidt het zesde gebod?
  45. Welke plichten worden er in het zesde gebod vereist?
  46. Welke zonden worden er in het zesde gebod verboden?
  47. Hoe luidt het zevende gebod?
  48. Wat zijn de plichten die in het zevende gebod vereist worden?
  49. Welke zonden worden er in het zevende gebod verboden?
  50. Hoe luidt het achtste gebod?
  51. Welke plichten worden er in het achtste gebod vereist?
  52. Welke zonden worden er in het achtste gebod verboden?
  53. Hoe luidt het negende gebod?
  54. Welke plichten worden er in het negende gebod vereist?
  55. Welke zonden worden er in het negende gebod verboden?
  56. Hoe luidt het tiende gebod?
  57. Welke plichten worden er in het tiende gebod vereist?
  58. Welke zonden worden er in het tiende gebod verboden?