Samenvatting van de Christelijke Plichten
Vr. 128. Wat zijn de zonden die ondergeschikten tegen hun meerderen kunnen bedrijven?
Antw. De zonden die ondergeschikten tegen hun meerderen kunnen bedrijven zijn: alle veronachtzaming van de plichten die hun opgelegd zijn, alle afgunst ten aanzien van %, verachting van en opstandigheid tegen hun persoon en stand betreffende hun wettige besluiten 7, bevelen en tucht. Verder: hen vervloeken en bespotten, en alle weerspannig en aanstootgevend gedrag dat hen en hun bestuur schande en oneer aandoer.
- Mattheüs 15:4-6.
- Numeri 11:28,29.
- 1 Samuël 8:7.
- Jesaja 3:5.
- 2 Samuël 15:1-12.
- Exodus 21:15.
- 1 Samuël 10:27.
- 1 Samuël 2:25.
- Deuteronomium 21:18-21.
- Spreuken 30:11,17.
- Spreuken 19:26.