Laden

Samenvatting van de Christelijke Plichten

Vr. 129. Wat wordt er van meerderen tegenover hun ondergeschikten vereist?

Antw. Van meerderen wordt, gezien de macht die zij van God hebben ontvangen en de verhouding waarin zij staan, vereist dat ze hun ondergeschikten liefhebben, voor hen bidden, en hen zegenen, hen onderwijzen, hen raadgeven, hen vermanen, terwijl ze bemoedigen, prijzen en belonen degenen die goed doen, maar hun afkeuring laten weten aan en berispen en bestraffen wie kwaad doen. Ze moeten hen beschermen en hen voorzien van alles wat voor ziel en lichaam nodig is. En door een serieus, wijs, heilig en voorbeeldig gedrag God verheerlijken, zichzelf eer bereiden en zo het gezag dat God hun opgelegd heeft handhaven.
  • Kolossenzen 3:19.
  • Titus 2:4.
  • 1 Samuël 12:23.
  • Job 1:5.
  • 1 Koningen 8:55,56.
  • Hebreeën 7:7.
  • Genesis 49:28.
  • Deuteronomium 6:6,7.
  • Efeziërs 6:4.
  • 1 Petrus 3:7.
  • 1 Petrus 2:14.
  • Romeinen 13:3.
  • Ester 6:3.
  • Romeinen 13:3,4.
  • Spreuken 29:15.
  • 1 Petrus 2:14.
  • Job 29:12-17.
  • Jesaja 1:10,17.
  • Efeziërs 6:4.
  • 1 Timoteüs 5:8.
  • 1 Timoteüs 4:12.
  • Titus 2:3-5.
  • 1 Koningen 3:28.
  • Titus 2:15.