Samenvatting van de Christelijke Plichten
Vr. 130. Wat zijn de zonden die meerderen kunnen doen?
Antw. De zonden die meerderen kunnen doen zijn: behalve het veronachtzamen van de plichten die hun zijn opgelegd, een buitensporig zoeken van zichzelf %, hun eigen glorie, gemak, belang of genoegen; dingen te bevelen die onwettig zijn, of die ondergeschikten niet kunnen opbrengen, hen te raden, aan te sporen tot of te begunstigen in wat kwaad is; hen te ontraden, te ontmoedigen of afkeuring te uiten ten aanzien van wat goed is; hen op onbehoorlijke manier te straffen op zorgeloze wijze hen bloot te stellen of over te laten aan wat verkeerd is, aan verzoeking en gevaar % hen tot toorn te verwekken, of op de een of andere manier zichzelf te onteren of hun gezag te verkleinen door een onrechtvaardig, onverstandig, onbuigzaam of slap gedrag.
- Ezechiël 34:2-4.
- Filippenzen 2:21.
- Johannes 5:44.
- Johannes 7:18.
- Jesaja 56:10,11.
- Deuteronomium 17:17.
- Daniël 3:4-6.
- Handelingen 4:17,18.
- Exodus 5:10-18.
- Mattheüs 23:2,4.
- Mattheüs 14:8.
- Markus 6:24.
- 2 Samuël 13:28.
- 1 Samuël 3:13.
- Johannes 7:46-49.
- Kolossenzen 3:21.
- Exodus 5:17.
- 1 Petrus 2:18-20.
- Hebreeën 12:10.
- Deuteronomium 25:3.
- Genesis 38:11,26.
- Handelingen 18:17.
- Efeziërs 6:4.
- Genesis 9:21.
- 1 Koningen 1:6.
- 1 Koningen 12:13-16.
- 1 Samuël 2:29-31.