Laden

Samenvatting van de Christelijke Plichten

Vr. 113. Welke zonden worden in het derde gebod verboden?

Antw. De zonden die in het derde gebod verboden worden zijn: het niet gebruiken van de naam van God zoals wordt vereist, en het misbruik ervan door die naam te noemen op een onwetende, onnodige, oneerbiedige, profane, bijgelovige of slechte manier, of het gebruiken van zijn titels, eigenschappen verordeningen, of werken in lastertaal, meineed; alle zondige vloeken eden geloften, loten; het schenden van onze eden en geloften als deze wettig gezworen of gedaan zijn, en het ons eraan houden als ze onwettige dingen betreffen; het murmureren en twisten tegen of het curieus proberen in te dringen in Gods besluiten, het verkeerd toepassen van Gods besluiten en voorzienig bestel, of verkeerd uitleggen, verkeerd toepassen dan wel verdraaien in enig opzicht van het Woord of een deel ervan voor profane grappen nieuwsgierige en nutteloze vragen, leeg gekibbel of voor het verdeägen van valse leringen, het misbruiken ervan of van schepselen dan wel iets anders dat onder de naam van God begrepen is, in toverformules of zondige lusten en praktijken. Verder het kwaadspreken, bespotten en beschimpen of op de een of andere manier tegenstaan van Gods waarheid, genade en wegen; het afleggen van geloofsbelijdenis terwijl men huichelt, of voor boze doeleinden % het zich daarvoor schamen, of dat te schande maken door een wandel die niet ermee in overeenstemming is, onwijs, onvruchtbaar en ergelijk is; of het ervan afvallig worden.
  • Maleachi 2:2.
  • Handelingen 17:23.
  • Spreuken 30:9.
  • Maleachi 1:6,7,12.
  • Maleachi 3:14.
  • 1 Samuël 4:3-5.
  • Jeremia 7:4,9,10,14,31.
  • Kolossenzen 2:20-22.
  • 2 Koningen 18:30,35.
  • Exodus 5:2.
  • Psalm 139:20.
  • Psalm 50:16,17.
  • Psalm 50:16,17.
  • Jesaja 5:12.
  • 2 Koningen 19:22.
  • Leviticus 24:11.
  • Zacharia 5:4.
  • Zacharia 8:17.
  • 1 Samuël 17:43.
  • 2 Samuël 16:5.
  • Jeremia 5:7.
  • Jeremia 23:10.
  • Deuteronomium 23:18.
  • Handelingen 23:12,14.
  • Ester 3:7.
  • Ester 9:24.
  • Psalm 22:18.
  • Psalm 24:4.
  • Ezechiël 17:16,18,19.
  • Markus 6:26.
  • 1 Samuël 25:22,32-34.
  • Romeinen 9:14,19,20.
  • Deuteronomium 29:29.
  • Romeinen 3:5,7.
  • Romeinen 6:1-2.
  • Prediker 8:11.
  • Prediker 9:3.
  • Psalm 39.
  • Mattheüs 5:21-48.
  • Ezechiël 13:22.
  • 2 Petrus 3:16.
  • Mattheüs 22:24-31.
  • Jesaja 22:18.
  • Jeremia 23:34,36,38.
  • 1 Timoteüs 1:4,6,7.
  • 1 Timoteüs 6:4,5,20.
  • 2 Timoteüs 2:14.
  • Titus 3:9.
  • Deuteronomium 18:10-14.
  • Handelingen 19:13.
  • 2 Timoteüs 4:3,4.
  • Romeinen 13:13,14.
  • 1 Koningen 21:9,10.
  • Judas 1:4.
  • Handelingen 13:45.
  • 1 Johannes 3:12.
  • Psalm 1:1.
  • 2 Petrus 3:3.
  • 1 Petrus 4:4.
  • Handelingen 4:18.
  • Handelingen 13:45,46,50.
  • Handelingen 19:9.
  • 1 Thessalonicenzen 2:16.
  • Hebreeën 10:29.
  • 2 Timoteüs 3:5.
  • Mattheüs 6:1,2,5,16.
  • Mattheüs 23:14.
  • Markus 8:38.
  • Psalm 73:14,15.
  • 1 Korintiërs 6:5,6.
  • Efeziërs 5:15-17.
  • Jesaja 5:4.
  • 2 Petrus 1:8,9.
  • Romeinen 2:23,24.
  • Galaten 3:1,3.
  • Hebreeën 6:6.