Vr. 159. Hoe moet het Woord van God gepredikt worden door wie daartoe geroepen zijn?
Antw. Wie geroepen zijn om te arbeiden in de dienst des Woords moeten de gezonde leer prediken, nauwgezet, gelegen of ongelegen; duidelijk, niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht; trouw, met bekendmaking van de hele raad van God; wijs, met inrekeningbrenging van de behoeften en vermogens van hun hoorders; ijverig, met brandende liefde voor God en de zielen van zijn volk; oprecht zich richtende op zijn verheerlijking en de bekering van hun hoorders, en hun opbouw in het geloof en zaligheid.
- Titus 2:1,8.
- Handelingen 18:25.
- 2 Timoteüs 4:2.
- 1 Korintiërs 14:19.
- 1 Korintiërs 2:4.
- Jeremia 23:28.
- 1 Korintiërs 4:1,2.
- Handelingen 20:27.
- Kolossenzen 1:28.
- 2 Timoteüs 2:15.
- 1 Korintiërs 3:2.
- Hebreeën 5:12-14.
- Lucas 12:42.
- Handelingen 18:25.
- 2 Korintiërs 5:13,14.
- Filippenzen 1:15-17.
- Kolossenzen 4:12.
- 2 Korintiërs 12:15.
- 2 Korintiërs 2:17.
- 2 Korintiërs 4:2.
- 1 Thessalonicenzen 2:4-6.
- Johannes 7:18.
- 1 Korintiërs 9:19-22.
- 2 Korintiërs 12:19.
- Efeziërs 4:12.
- 1 Timoteüs 4:16.
- Handelingen 26:16-18.