Vr. 193. Wat bidden wij in de vierde bede?
Antw. In de vierde bede — welke luidt Geef ons heden ons dagelijks brood — erkennen wij dat wij in Adam en door onze eigen zonde alle recht op de uitwendige zegeningen in dit leven hebben verloren, en dat wij verdienen dat God ze ons helemaal ontneemt en dat ze bij het gebruiken ervan tot een vloek worden %, en dat zij van zichzelf ons niet kunnen onderhouden, en wij ze niet kunnen verdienen of door onze ijver kunnen verkrijgen, maar geneigd zijn om ze te begeren, te krijgen en te gebruiken op onwettige manier, We bidden voor onszelf en voor anderen dat zowel zij en wij, met gebruikmaking van wettige middelen, van dag tot dag alles verwachtende van de voorzienigheid Gods, als een onverdiende gave van Hem en zoals zijn vaderlijke wijsheid dat het beste acht, een toereikend deel ervan mogen ontvangen, en dat dit moge voortgaan en aan ons gezegend mag worden in ons heilig en geriefelijk gebruiken ervan en onze tevredenheid ermee. En ook dat we bewaard blijven voor alles wat ons tijdelijke onderhoud en onze welstand zou tegenstaan.
- Mattheüs 6:11.
- Genesis 2:17.
- Genesis 3:17.
- Romeinen 8:20-22.
- Jeremia 5:25.
- Deuteronomium 28:15-68.
- Deuteronomium 8:3.
- Genesis 32:10.
- Deuteronomium 8:17,18.
- Jeremia 6:13.
- Markus 7:21,22.
- Hosea 12:7.
- Jakobus 4:3.
- Genesis 28:20.
- Genesis 43:12-14.
- Efeziërs 4:28.
- 2 Thessalonicenzen 3:11,12.
- Filippenzen 4:6.
- 1 Timoteüs 4:3-5.
- 1 Timoteüs 6:6-8.
- Spreuken 30:8,9.