Vr. 195. Wat bidden wij in de zesde bede?
Antw. In de zesde bede — die luidt: ‚En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze — erkennen wij dat de hoogst wijze, rechtvaardige en genadige God, om verschillende heilige en rechtvaardige redenen, de dingen zo kan schikken dat wij worden aangevallen, verslagen en voor een tijd gevangengenomen door verzoekingen; dat Satan, de wereld en ons vlees klaarstaan om ons met kracht te verlokken en te verleiden, dat wij, zelfs nadat ons onze zonden vergeven zijn, krachtens onze verdorvenheid, zwakheid en gebrek aan waakzaamheid 7 niet alleen onderhevig zijn aan verzoekingen, en zo vrijpostig zijn, om onszelf daaraan bloot te stellen, maar ook dat we zelf niet in staat en gewillig zijn om ze te weerstaan, ons eruit te herstellen en er lering uit te trekken, en dat we waard zijn om in de macht ervan te worden gelaten. We bidden hier dat God de wereld in alles wat erin is zo moge overheersen, het vlees beteugelen, Satan bedwingen álle dingen schikken alle genademiddelen geven en die zegenen en ons opwekken tot waakzaamheid in het gebruik ervan, dat wij en heel zijn volk door zijn voorzienigheid bewaard worden van de verzoeking om te zondigen. Of, als we verzocht worden, dat we dan krachtig door zijn Geest worden gesteund en 1n staat gesteld om vast te staan in het uur der verzoeking. En als we gevallen zijn, dat we weer eruit mogen opstaan en mogen herstellen, en er een geheiligd nut van hebben en eruit geleerd hebben. Dat onze heiliging en zaligheid moge worden volmaakt, Satan onder onze voeten worden getreden en wij ten volle worden bevrijd van zonde, verzoeking en alle kwaad, voor eeuwig.
- Mattheüs 6:13.
- 2 Kronieken 32:31.
- 1 Kronieken 21:1.
- Lucas 21:34.
- Markus 4:19.
- Jakobus 1:14.
- Galaten 5:17.
- Mattheüs 26:41.
- Mattheüs 26:69-72.
- Galaten 2:11-14.
- 2 Kronieken 18:3.
- 2 Kronieken 19:2.
- Romeinen 7:23,24.
- 1 Kronieken 21:1-4.
- 2 Kronieken 16:7-10.
- Psalm 81:11,12.
- Johannes 17:15.
- Psalm 51:10.
- Psalm 119:133.
- 2 Korintiërs 12:7,8.
- 1 Korintiërs 10:12,13.
- Hebreeën 13:20,21.
- Mattheüs 26:41.
- Psalm 19:13.
- Efeziërs 3:14-17.
- 1 Thessalonicenzen 3:13.
- Judas 1:24.
- Psalm 51:12.
- 1 Petrus 5:8-10.
- 2 Korintiërs 13:7,9.
- Romeinen 16:20.
- Zacharia 3:2.
- Lucas 22:31,32.
- Johannes 17:15.
- 1 Thessalonicenzen 5:23.