Laden

Van het openbare gebed vóór de prediking

Van het openbare gebed vóór de prediking

Directionarium voor de Openbare Godsdienst van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: een complete gids voor de gereformeerde openbare eredienst

NA het lezen van het Woord (en het zingen van de psalm), moet de dienaar die zal prediken, ernaar streven dat zijn eigen hart en dat van zijn hoorders geraakt worden door hun zonden, opdat allen zich naar behoren voor de Heere bedroeven, en hongeren en dorsten naar de genade Gods in Jezus Christus, voortgaande tot een vollediger belijdenis van zonden, met schaamte en heilige schaamrood, en de Heere daartoe aanroepend:

Onze grote zondigheid erkennen, ten eerste, vanwege de erfzonde, die (behalve de schuld die ons vatbaar maakt voor de eeuwige verdoemenis) het zaad is van alle andere zonden, alle vermogens en krachten van ziel en lichaam bedorven en vergiftigd heeft, onze beste daden bevlekt, en (indien niet beteugeld, of onze harten door genade vernieuwd) zou uitbarsten in ontelbare overtredingen, en in de grootste opstanden tegen de Heere die ooit door de snoodste der mensenkinderen begaan zijn; en vervolgens, vanwege de dadelijke zonden, onze eigen zonden, de zonden van de overheden, van de dienaren, en van de gehele natie, waaraan wij velen medeplichtig zijn: welke zonden vele en vreselijke verzwaringen ontvangen, aangezien wij alle geboden van Gods heilige, rechtvaardige en goede wet overtreden hebben, doende wat verboden is en nalatende wat geboden is; en dat niet alleen door onwetendheid en zwakheid, maar ook, meer vermetel, tegen het licht van ons verstand, de aanwijzingen van ons geweten en de bewegingen van Zijn eigen Heilige Geest in tegengestelde zin, zodat wij geen dekmantel hebben voor onze zonden; ja, niet alleen de rijkdom van Gods goedheid, geduld en lankmoedigheid verachtende, maar ons verzettende tegen vele uitnodigingen en aanbiedingen van genade in het Evangelie; ons niet inspannende, zoals wij behoorden, om Christus door het geloof in onze harten te ontvangen, noch om waardiglijk van Hem te wandelen in ons leven.

Onze blindheid van verstand betreuren, de hardheid des harten, de ongelovigheid, de onboetvaardigheid, de zorgeloosheid, de lauwheid, de onvruchtbaarheid; of het niet streven naar de doding en de vernieuwing des levens, noch naar de oefening der godzaligheid in de kracht daarvan; en dat de besten onder ons niet zo standvastig met God gewandeld hebben, noch hun klederen zo onbevlekt bewaard hebben, noch zo ijverig geweest zijn voor Zijn eer, en voor het welzijn van anderen, als wij behoorden: en te wenen over andere zonden waaraan de gemeente in het bijzonder schuldig is, ondanks de menigvuldige en grote barmhartigheden van onze God, de liefde van Christus, het licht van het evangelie en de hervorming der religie, onze eigen voornemens, beloften, geloften, plechtig verbond en andere bijzondere verplichtingen, in tegengestelde zin.

Erkennen en belijden dat, zoals wij van onze schuld overtuigd zijn, door een diep besef daarvan, wij onszelf onwaardig achten van de geringste weldaden, meer waardig van de felste toorn Gods, en van alle vervloekingen der wet, en van de zwaarste oordelen die de meest opstandige zondaars opgelegd worden; en dat Hij met alle recht ons Zijn rijk en Zijn evangelie zou wegnemen, ons zou kwellen met allerlei geestelijke en tijdelijke oordelen in dit leven, en ons daarna zou werpen in de volslagen duisternis, in het meer dat brandt van vuur en zwavel, waar het geween en het knersen der tanden eeuwig is.

Desondanks, tot de troon der genade naderen, ons bemoedigend met de hoop op een genadig antwoord op onze gebeden, in de rijkdom en de genoegzaamheid van die ene offerande, de voldoening en de voorbede van de Heere Jezus Christus, aan de rechterhand van Zijn Vader en onze Vader; en in het vertrouwen op de allergrootste en kostbare beloften van barmhartigheid en genade in het nieuwe verbond, door dezelfde Middelaar daarvan, om de zware toorn en vervloeking Gods te bewenen, welke wij noch kunnen ontgaan, noch verdragen; en ootmoedig en vurig om barmhartigheid te smeken, in de vrije en volkomen vergeving van al onze zonden, en dat alleen om de bittere lijdens en kostbare verdiensten van deze onze enige Zaligmaker Jezus Christus.

Dat de Heere Zich gewaardige Zijn liefde in onze harten uit te storten door de Heilige Geest; dat Hij ons, door dezelfde Geest der aanneming, verzegele met de volle verzekering van onze vergeving en verzoening; dat Hij allen troost die in Sion treuren, dat Hij tot de gewonde en verslagen geest van vrede spreke, en de gebroken harten geneze: en wat betreft de zorgeloze en aanmatigende zondaars, dat Hij hun ogen opene, hun gewetens overtuige en hen bekere van de duisternis tot het licht, en van de macht van Satan tot God, opdat ook zij vergeving van zonden mogen ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden door het geloof in Christus Jezus.

Met de vergeving der zonden door het bloed van Christus, bidden om de heiligmaking door Zijn Geest; de doding van de zonde die in ons woont en ons dikwijls overheerst; de levendmaking van onze dode geesten met het leven Gods in Christus; de genade om ons te bekwamen en in staat te stellen tot alle plichten van de wandel en de roepingen jegens God en de mensen; de sterkte tegen verzoekingen; het geheiligde gebruik van zegeningen en kruisen; en de volharding in geloof en gehoorzaamheid tot het einde.

Bidden om de verbreiding van het evangelie en het koninkrijk van Christus onder alle natiën; om de bekering der Joden, de volheid der heidenen, de val van de Antichrist en het bespoedigen van de wederkomst van onze Heere; om de bevrijding van de bedrukte kerken in het buitenland van de tirannie der antichristelijke factie, en van de wrede verdrukkingen en godslasteringen van de Turk; om de zegen Gods over de gereformeerde kerken, in het bijzonder over de kerken en koninkrijken van Schotland, Engeland en Ierland, thans nauwer en godsdienstiger verenigd in de Nationale Plechtige Liga en Verbond; en om onze plantingen in de verre delen van de wereld: meer in het bijzonder om die kerk en dat koninkrijk waarvan wij leden zijn, opdat God daarin vrede en waarheid vestige, de zuiverheid van al Zijn inzettingen en de kracht der godzaligheid; ketterij, scheuring, goddeloosheid, bijgeloof, zorgeloosheid en onvruchtbaarheid onder de middelen der genade verhindere en wegneme; al onze scheuringen en verdeeldheden geneze, en ons bewaart voor het verbreken van ons Plechtig Verbond.

Bidden voor alle overheden, in het bijzonder voor de Majesteit des Konings; dat God hem rijk make in zegeningen, zowel in zijn persoon als in zijn regering; zijn troon in de religie en de gerechtigheid bevestige, hem redde van kwade raadgevingen, en hem make tot een gezegend en heerlijk werktuig tot de bewaring en verbreiding van het Evangelie, tot aanmoediging en bescherming van hen die goed doen, tot schrik van alle kwaaddoeners, en tot groot welzijn van de gehele kerk, en van al zijn koninkrijken; om de bekering van de Koningin, de godsdienstige opvoeding van de Prins en het overige koninklijke nageslacht; om de vertroosting van de bedrukte Koningin van Bohemen, zuster van onze Soeverein; en om het herstel en de vestiging van de doorluchtige Vorst Karel, Keurvorst Palatijn aan de Rijn, in al zijn landen en waardigheden; om de zegen over het Hoge Gerechtshof van het Parlement, (wanneer het in enig van deze koninkrijken respectievelijk vergadert) de adel, de rechters en ondergeschikte overheden, de burgerij en het gehele gewone volk; voor alle herders en leraars, dat God hen vervulle met Zijn Geest, hen voorbeeldig heilig, matig, rechtvaardig, vreedzaam en welwillend make in hun leven; gezond, getrouw en krachtig in hun bediening; en al hun arbeid vergezelle met overvloed van voorspoed en zegen; en aan Zijn gehele volk herders geve naar Zijn eigen hart; voor de universiteiten, en alle scholen en godsdienstige kweekscholen van kerk en gemenebest, opdat zij meer en meer bloeien in geleerdheid en godzaligheid; voor de stad of bijzondere gemeente, opdat God een zegen uitgiete over de bediening van het Woord, de sacramenten en de tucht, over het burgerlijk bestuur en over alle gezinnen en personen die daartoe behoren; opdat Hij Zich ontferme over de bedrukten in enige innerlijke of uiterlijke verdrukking; opdat de tijd gunstig en vruchtbaar zij, naar het de tijd vereist; opdat Hij de oordelen afwende die wij gevoelen of vrezen, of waaraan wij blootgesteld zijn, zoals hongersnood, pest, zwaard en dergelijke.

En, met het vertrouwen op Zijn barmhartigheid jegens Zijn gehele kerk, en de aanneming van onze personen, door de verdiensten en de bemiddeling van onze grote Hogepriester, de Heere Jezus, belijden dat het de begeerte van onze zielen is gemeenschap met God te hebben in het eerbiedig en bewust gebruik van Zijn heilige inzettingen; en, te dien einde, Hem vurig bidden dat Hij ons Zijn genade en krachtige bijstand verlene tot de heiliging van Zijn heilige sabbat, de dag des Heeren, in al zijn plichten, openbaar en bijzonder, zowel voor onszelf als voor alle andere gemeenten van Zijn volk, naar de rijkdom en de voortreffelijkheid van het Evangelie, die op deze dag gevierd en genoten wordt.

En omdat wij in vroegere tijden onnutte hoorders geweest zijn, en nu niet uit onszelf kunnen ontvangen, zoals wij behoorden, de diepe dingen Gods, de verborgenheden van Jezus Christus, die een geestelijk onderscheidingsvermogen vereisen; om te bidden dat de Heere, Die leert nuttig te zijn, Zich gewaardige de Geest der genade uit te storten, tezamen met de uitwendige middelen daarvan, ons zulk een mate van de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, onze Heere, te doen bereiken, en, in Hem, van de dingen die tot onze vrede behoren, dat wij alle dingen als drek achten in vergelijking met Hem; en opdat wij, de eerstelingen proevende van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden, mogen verlangen naar een voller en volmaakter gemeenschap met Hem, opdat wij, waar Hij is, ook mogen zijn, en de volheid genieten van de vreugden en genoegens die aan Zijn rechterhand zijn tot in eeuwigheid.

Meer in het bijzonder, dat God Zijn dienaar (nu geroepen om het brood des levens aan Zijn huis uit te delen) op bijzondere wijze voorzie van wijsheid, trouw, ijver en welsprekendheid, opdat hij het Woord Gods recht mag snijden, aan ieder zijn deel, in bewijs en betoning van de Geest en de kracht; en dat de Heere de oren en de harten der hoorders besnijde, opdat zij het ingeplante Woord, dat hun zielen kan behouden, mogen horen, liefhebben en met zachtmoedigheid ontvangen; dat Hij hen make als een goede aarde om het goede zaad des Woords te ontvangen, en hen sterke tegen de verzoekingen van Satan, de zorgen der wereld, de hardheid van hun eigen harten, en al hetgeen hun nuttig en zaligmakend gehoor zou kunnen belemmeren; opdat aldus Christus in hen gevormd worde, en in hen leve, opdat al hun gedachten gevangengenomen worden tot de gehoorzaamheid van Christus, en hun harten gevestigd worden in alle goed woord en werk voor eeuwig.

Wij achten dit een gepaste orde, in het gewone openbare gebed; nochtans, evenals de dienaar (naar de voorzichtigheid die hij gepast acht) enig deel van deze verzoeken kan uitstellen tot na zijn preek, of enige van de dankzeggingen die hierna vermeld worden aan God kan opdragen, in zijn gebed vóór zijn preek.