Van het plechtig openbaar vasten
Van het plechtig openbaar vasten
Directorium voor de Openbare Godsdienst van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: een complete gids voor de gereformeerde openbare eredienst
WANNEER enige grote en merkwaardige oordelen aan een volk opgelegd worden, of blijkbaar dreigend zijn, of om enige buitengewone tergingen, klaarblijkelijk verdiend; alsook wanneer enige bijzondere zegen gezocht en verkregen moet worden, is het plechtig openbaar vasten (dat de gehele dag moet voortduren) een plicht die God van die natie of dat volk verwacht.
Een godsdienstig vasten vereist een volkomen onthouding, niet alleen van alle spijs (tenzij lichaamszwakte klaarblijkelijk verhindert het tot het einde van het vasten vol te houden, in welk geval iets, doch met grote matigheid, genomen mag worden om de natuur te ondersteunen, wanneer zij op het punt staat te bezwijken), maar ook van alle wereldse arbeid, gesprekken en gedachten, en van alle lichamelijke genoegens en dergelijke (hoewel op andere gelegenheden geoorloofd), van kostbare kleding, sieraden en dergelijke, gedurende het vasten; en nog veel meer van al hetgeen van aard of gebruik aanstootgevend en ergerlijk is, zoals opzichtige dracht, wulpse gewoonten en gebaren, en andere ijdelheden van beide geslachten. Wij bevelen alle dienaren aan, in hun plaatsen, om met naarstigheid en ijver te bestraffen, zoals bij andere gelegenheden, en in het bijzonder bij een vasten, zonder aanzien des persoons, wanneer daartoe aanleiding is.
Vóór de openbare samenkomst moet ieder gezin en iedere afzonderlijke persoon alle godsdienstige zorg gebruiken om hun harten voor te bereiden op zulk een plechtig werk, en vroeg in de gemeente aanwezig zijn.
Het grootste deel van de dag zal, zoals gevoeglijk is, besteed worden aan het openbaar lezen en de prediking van het Woord, met het zingen van psalmen, om de gepaste gevoelens voor zulk een plicht op te wekken, maar bovenal aan het gebed, tot dit of een soortgelijk doel:
"De grote Majesteit Gods, de Schepper, Onderhouder en opperste Regeerder van de gehele wereld, eer gevende, om ons zo met een heilige eerbied en vreze voor Hem aan te doen; Zijn menigvuldige, grote en tedere barmhartigheden erkennende, in het bijzonder jegens de kerk en de natie, om onze harten daardoor krachtiger te vermurwen en te verootmoedigen voor Hem; ootmoedig de zonden van allerlei aard belijdende, met hun onderscheiden verzwaringen; de rechtvaardige oordelen Gods rechtvaardigende, als veel minder dan onze zonden verdienen; maar ootmoedig en vurig Zijn barmhartigheid en genade afsmekend voor ons, de kerk en de natie, voor onze koning en alle overheden, en voor alle anderen voor wie wij behoren te bidden (naar de tegenwoordige nood het vereist) met meer bijzondere aandrang en uitbreiding dan bij andere gelegenheden; door het geloof de beloften en de goedheid Gods toepassend voor de vergeving, de hulp en de bevrijding van de kwaden die gevoeld, gevreesd of verdiend worden; en voor het verkrijgen van de zegeningen die wij nodig hebben en verwachten; tezamen met de gehele en eeuwige overgave van onszelf aan de Heere."
In dit alles moeten de dienaren, die de mond van het volk tot God zijn, van harte spreken, na een ernstige en volledige voorafgaande overweging daarvan, opdat zowel zijzelf als hun volk daardoor sterk aangedaan, ja zelfs erdoor vertederd worden, in het bijzonder over de droefheid om hun zonden; opdat het waarlijk een dag zij van diepe verootmoediging en droefheid der ziel.
Er moet een bijzondere keuze gemaakt worden van de Schriftgedeelten die gelezen zullen worden, en van de stof voor de prediking, die het best de harten der hoorders kunnen bewerken voor de bijzondere zaak van de dag, en hen het meest tot verootmoediging en bekering geneigd maken: het meest aandringend op die bijzonderheden die de waarneming en de ervaring van iedere dienaar hem zeggen het meest bevorderlijk te zijn voor de stichting en de hervorming van die gemeente waaraan hij predikt.
Vóór het einde van de openbare plichten moet de dienaar, in zijn eigen naam en die van het volk, hun hart en het zijne verbinden om des Heeren te zijn, met het beleden voornemen en besluit om alles te hervormen wat verkeerd is onder hen, en meer in het bijzonder de zonden waaraan zij het meest opvallend schuldig geweest zijn; en tot God te naderen, en nauwer en getrouwer met Hem te wandelen in nieuwe gehoorzaamheid, dan ooit tevoren.
Hij moet het volk ook met alle aandrang vermanen, dat het werk van die dag niet eindigt met de openbare plichten daarvan, maar dat zij de rest van de dag, en van hun gehele leven, moeten verbeteren, door in het bijzonder, in zichzelf en in hun gezinnen, al die godvruchtige gevoelens en besluiten te versterken die zij in het openbaar beleden hebben, opdat deze zich voor altijd in hun harten vestigen, en zijzelf gevoeliger mogen bevinden dat God een liefelijke reuk in Christus geroken heeft van hun verrichtingen, en jegens hen verzoend wordt, door genadige antwoorden, in de vergeving der zonden, in het wegnemen van de oordelen, in het voorkomen of afwenden van plagen, en in het schenken van zegeningen, passend bij de toestand en de gebeden van Zijn volk, door Jezus Christus.
Behalve de plechtige en algemene vastendagen die door de overheid bevolen worden, achten wij het geoorloofd dat, bij andere gelegenheden, gemeenten vastendagen mogen houden, naardat de goddelijke voorzienigheid hun een bijzondere aanleiding geeft; en ook dat gezinnen hetzelfde mogen doen, zodat het niet zij op de dagen waarop de gemeente waartoe zij behoren, samen moet komen om te vasten, of voor andere openbare plichten van eredienst.