Voorwoord
Voorwoord
Directorium voor de Openbare Godsdienst van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: een complete gids voor de gereformeerde openbare eredienst
Bij het begin van de gezegende Hervorming hebben onze wijze en godvruchtige voorvaderen zich beijverd om een orde in te stellen tot verbetering van vele dingen die zij toen, door middel van het Woord, ontdekten dat ijdel, dwalend, bijgelovig en afgodisch waren in de openbare eredienst van God. Dit gaf aanleiding dat vele godvruchtige en geleerde mannen zich zeer verheugden over het Book of Common Prayer, destijds ingesteld; want doordat de mis en de rest van de Latijnse dienst werden afgeschaft, werd de openbare eredienst in onze eigen taal gehouden: ook vele van de gewone burgers hadden er baat bij de Schriften in hun eigen taal te horen lezen, die tevoren voor hen een verzegeld boek waren.
Nochtans heeft de lange en droevige ervaring aan het licht gebracht dat de liturgie die in de Kerk van Engeland gebruikt werd, (ondanks alle inspanningen en godsdienstige bedoelingen van hen die haar hebben samengesteld) een aanstoot is gebleken, niet alleen voor velen der godzaligen in eigen land, maar ook voor de gereformeerde kerken in het buitenland. Want, om niet te spreken van het aandringen op het lezen van alle gebeden, hetgeen de last daarvan zeer vergrootte, hebben de vele nutteloze en drukkende ceremoniën die daarin vervat zijn, veel schade aangericht, zowel door de gewetens van vele godzalige dienaren en personen te verontrusten, die zich daaraan niet konden onderwerpen, als door hen te beroven van de inzettingen Gods, welke zij niet konden genieten zonder zich aan die ceremoniën te conformeren of die te ondertekenen. Verscheidene goede christenen zijn hierdoor van de tafel des Heeren verwijderd geworden; en verscheidene bekwame en getrouwe dienaren zijn uitgesloten geweest van de uitoefening van hun bediening, (waardoor vele duizenden zielen in gevaar gebracht zijn, in een tijd van zo grote schaarste aan getrouwe herders) en beroofd van hun levensonderhoud, tot verderf van henzelf en hun gezinnen. De prelaten en hun aanhang hebben zich beijverd om haar achting tot zulk een hoogte te verheffen, alsof er onder ons geen andere eredienst, of wijze om God te aanbidden, was, dan het dienstboek; tot grote belemmering van de prediking van het Woord, en (op sommige plaatsen, inzonderheid laatstelijk) tot uitsluiting daarvan als onnodig, of hoogstens als zeer ondergeschikt aan het lezen van het gemeenschappelijk gebed; hetwelk door vele onwetende en bijgelovige personen tot niet beter dan een afgod gemaakt is, die, zich verheugende in hun tegenwoordigheid bij die dienst, en in hun welbespraaktheid bij het daaraan deelnemen, zich aldus verhard hebben in hun onwetendheid en verwaarlozing van de zaligmakende kennis en de ware godzaligheid.
Ondertussen beroemden de papisten zich erop dat het boek hun diende voor een groot deel van hun dienst; en zij versterkten zich zo niet weinig in hun bijgeloof en afgoderij, meer verwachtende dat wij tot hen zouden wederkeren, dan dat zij zich zouden beijveren zich te hervormen: in deze verwachting werden zij laatstelijk zeer aangemoedigd, toen, onder het voorgewende recht om de oude ceremoniën op te leggen, dagelijks andere nieuwe in de Kerk verkregen werden.
Voeg hierbij (hetgeen niet voorzien was, maar reeds gebeurd is) dat de Liturgie een groot middel geweest is, enerzijds om een ledige en weinig stichtelijke bediening te maken en te vermeerderen, die zich tevreden stelde met vaste vormen, hun door anderen kant en klaar gemaakt, zonder zich te oefenen in de gave des gebeds, waarmee onze Heere Jezus Christus het Hem behaagt al Zijn dienaren te begiftigen die Hij tot dat ambt roept: anderzijds is het (en zal het altijd zijn, indien voortgezet) een zaak van eindeloze twisten en geschillen in de Kerk geweest, en een valstrik zowel voor vele godzalige en getrouwe dienaren, die daarom vervolgd en tot zwijgen gebracht zijn, als voor anderen van hoopvolle gaven, van wie velen daardoor afgeleid zijn geweest, en nog meer zouden zijn, van alle gedachten aan de bediening tot andere studiën; inzonderheid in deze laatste tijden, waarin God Zijn volk meer en betere middelen verleent om dwaling en bijgeloof te ontdekken, en om te komen tot de kennis der verborgenheden van de godzaligheid, en de gaven der prediking en des gebeds.
Om deze en vele andere gewichtige overwegingen aangaande het gehele boek in het algemeen, en aangaande verscheidene bijzonderheden daarin vervat; niet uit liefde tot nieuwigheid, noch met het voornemen om onze eerste hervormers te kleineren (van wie wij overtuigd zijn dat zij, indien zij nog leefden, zich met ons in dit werk zouden verenigen, en die wij erkennen als uitnemende werktuigen, door God verwekt, om de reiniging en opbouw van Zijn huis te beginnen, en die wij wensen dat door ons en het nageslacht in eeuwige gedachtenis gehouden worden, met dankbaarheid en eer) maar opdat wij in enige mate mogen beantwoorden aan de goedertieren voorzienigheid Gods, die ons op dit ogenblik roept tot een verdere hervorming, en opdat wij onze eigen gewetens mogen bevredigen, en beantwoorden aan de verwachting van andere gereformeerde kerken, en aan de wensen van velen der godzaligen onder ons, en bovendien enig openbaar getuigenis mogen geven van onze pogingen tot eenvormigheid in de goddelijke eredienst, welke wij in onze Plechtige Liga en Verbond beloofd hebben; nadat wij ernstig en menigmaal de naam Gods aangeroepen hebben, en nadat wij veel geraadpleegd hebben, niet met vlees en bloed, maar met Zijn Heilig Woord, hebben wij besloten de oude Liturgie ter zijde te stellen, met de vele riten en ceremoniën die tevoren in de eredienst Gods gebruikt werden; en wij zijn dit volgende Directorium overeengekomen voor alle delen van de openbare eredienst, in gewone en buitengewone tijden. Waarin wij er zorg voor gedragen hebben de dingen die van goddelijke instelling zijn in iedere inzetting uiteen te zetten; en andere dingen die wij getracht hebben uiteen te zetten naar de regels der christelijke voorzichtigheid, overeenkomstig de algemene regels van het Woord Gods; ons voornemen slechts zijnde dat de algemene hoofdzaken, de zin en de strekking van de gebeden, en andere delen van de openbare eredienst, aan allen bekend zouden zijn, opdat er een overeenstemming van alle kerken zij in die dingen die de zaak zelf van de dienst en de eredienst Gods bevatten; en de dienaren hierdoor geleid mogen worden, in hun verrichtingen, om dezelfde soliditeit te handhaven in de leer en in het gebed, en enige hulp en toerusting mogen hebben, indien nodig, en toch daardoor niet lui en nalatig worden om de gaven van Christus in zich op te wekken; maar dat ieder, door overdenking, zorg dragende voor zichzelf en voor de kudde Gods die hem toevertrouwd is, en de wegen der Goddelijke Voorzienigheid wijselijk in acht nemende, zorg drage om zijn hart en zijn tong te voorzien van meer of andere stof van gebed en vermaning, naar het bij alle gelegenheden nodig zal zijn.