Van de heiliging van de dag des Heeren
Van de heiliging van de dag des Heeren
Directorium voor de Openbare Godsdienst van de Westminster Vergadering (1645), met audio en gratis PDF: een complete gids voor de gereformeerde openbare eredienst
Aan de dag des Heeren moet vooraf gedacht worden, zodat alle wereldse zaken van onze gewone bezigheden tijdig geordend en terzijde gesteld kunnen worden, opdat zij geen beletsel zijn voor de behoorlijke heiliging van de dag wanneer deze aanbreekt.
De gehele dag moet als heilig voor de Heere gevierd worden, zowel in het openbaar als in het bijzonder, zijnde de christelijke sabbat. Daartoe is het nodig dat er de gehele dag een heilige rust of ophouding zij van alle onnodige arbeid, en een onthouding, niet alleen van alle spelen en tijdverdrijven, maar ook van alle wereldse woorden en gedachten.
Dat de maaltijden op die dag zo geregeld worden dat noch de dienstboden onnodig van de openbare eredienst weerhouden worden, noch enig ander persoon verhinderd wordt die dag te heiligen. Dat er particuliere voorbereidingen zijn van ieder persoon en gezin, door gebed voor zichzelf, en opdat God de dienaar helpe, en zijn bediening zegene; en door andere heilige oefeningen, die hen mogen bekwamen tot een gemakkelijker gemeenschap met God in Zijn openbare inzettingen.
Dat het gehele volk zich zo tijdig vergadere voor de openbare eredienst, dat de gehele gemeente van het begin af aanwezig is, en met één hart zich plechtig verenige in alle delen van de openbare eredienst, en niet vertrekke dan na de zegen.
Dat de tijd die vrij overblijft, tussen of na de plechtige samenkomsten van de gemeente in het openbaar, besteed worde aan lezing, overdenking, herhaling van de preken; in het bijzonder door hun gezinnen te roepen om rekenschap te geven van hetgeen zij gehoord hebben, en hen te catechiseren, heilige onderhoudingen, gebed om zegen over de openbare inzettingen, het zingen van psalmen, het bezoeken van de zieken, het bijstaan van de armen en andere dergelijke plichten van godzaligheid, liefdadigheid en barmhartigheid, die de sabbat tot een verlustiging maken.