Laden

1. De hartelijke uitnodiging Gods

1. De hartelijke uitnodiging Gods

De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid

De eerste hiervan is de hartelijke uitnodiging Gods, gehandhaafd, Jesaja 55:1,2,3,4,5.

Ieder die dorst heeft, kome tot de wateren, en die geen geld heeft, kome, koopt en eet; ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk. Vers 2. Waarom weegt gij geld af voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigt? Hoort aandachtig naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Vers 3. Neigt uw oor, en komt tot Mij, hoort, en uw ziel zal leven; en Ik zal met u een eeuwig verbond maken, de gewisse weldadigheden van David. Vers 4. Zie, Ik heb hem tot een getuige der volken gegeven, tot een vorst en gebieder der volken, &c.

Hier (na in de twee voorgaande hoofdstukken het kostbare losgeld onzer verlossing door het lijden van Christus, en de rijke zegeningen daardoor verworven, uiteengezet te hebben) doet de Heere, in dit hoofdstuk,

1. Een open aanbod van Christus en Zijn genade, door de uitroeping van een vrije en genadige markt van gerechtigheid en zaligheid, die door Christus te verkrijgen is voor iedere ziel, zonder uitzondering, die waarlijk verlangt van zonde en toorn behouden te worden: Ho, ieder die dorst heeft, zegt Hij.

2. Nodigt Hij alle zondaars uit die, om welke reden ook, van God vervreemd zijn, om te komen en van Hem de rijkdommen der genade te nemen, die in Christus vloeien als een rivier, om de zonde af te wassen en de toorn te blussen: Komt tot de wateren, zegt Hij.

3. Opdat niemand blijve stilstaan bij het besef van zijn eigen zondigheid of onwaardigheid, en zijn onbekwaamheid om enig goed te doen, roept de Heere juist deze personen, zeggende: Die geen geld heeft, kome.

4. Hij vraagt niets meer van Zijn koper, dan dat hij zich verlustige in de aangeboden waar, welke genade en nog meer genade is; en dat hij van harte instemme en deze aanbieding van genade aanneme, opdat hij aldus een formele koop en verbond met God sluite: Komt, koopt zonder geld, (zegt Hij) komt, eet: dat wil zeggen, stem toe om al de zaligmakende genaden voor uzelf te hebben en te nemen; maak de waar tot de uwe, bezit haar en gebruik al de zegeningen in Christus; alles wat tot uw geestelijk leven en welzijn dient, gebruik en geniet dat vrijelijk, zonder er iets voor te betalen: Komt, koopt wijn en melk zonder geld en zonder prijs, zegt Hij.

5. Want de Heere weet hoezeer wij geneigd zijn gerechtigheid en leven te zoeken door onze eigen verrichtingen en voldoeningen, gerechtigheid en leven te hebben als het ware door de weg der werken, en hoezeer wij ons verzetten tegen het omhelzen van Christus Jezus, en het leven aan te nemen door vrije genade door Jezus Christus, op de voorwaarden waarop het ons aangeboden wordt; daarom roept de Heere ons liefdevol van deze onze verkeerde en ellendige weg af met een zachte en tijdige waarschuwing, ons te verstaan gevende dat wij niets anders dan onze arbeid op deze onze weg zullen verliezen: Waarom weegt gij uw geld af (zegt Hij) voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigt?

6. De Heere belooft ons een vaste voldoening op de weg van onszelf aan de genade van Christus over te geven, ja zelfs de ware tevredenheid en de volheid van geestelijk genoegen, zeggende: Hoort naarstig naar Mij, en eet het goede, en laat uw ziel zich in vettigheid verlustigen.
7. Want daar het geloof komt uit het gehoor, vraagt Hij dat de verklaring van het aanbod gehoord worde, en vraagt dat de waarheid, die de toepassing van het zaligmakend geloof kan verwekken, en de ziel tot het vertrouwen op God kan trekken, geloofd en gehoord worde: Neigt uw oor, en komt tot Mij, zegt Hij. Tot dit doel belooft de Heere dat dit aanbod, ontvangen zijnde, de dode zondaar levend zal maken; en dat Hij, bij het aannemen van dit aanbod, het verbond der genade met de mens die daarin toestemt, zal sluiten, ja een onverbrekelijk verbond van eeuwigdurende verzoening en vrede: Hoort, en uw ziel zal leven; en Ik zal een eeuwig verbond met u maken. Dit verbond, verklaart Hij, zal wat de zaak betreft bestaan in de toewijzing en de overgave van al de zaligmakende genaden die David (dat is Jezus Christus, Handelingen 13:34) voor ons verworven heeft in het verbond der verlossing: Ik zal een verbond met u maken (zegt Hij), de gewisse weldadigheden van David. Met gewisse weldadigheden bedoelt Hij zaligmakende genaden, zoals gerechtigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest, aanneming tot kinderen, heiligmaking en verheerlijking, en al wat tot de godzaligheid en het eeuwige leven behoort.

8. Om de werkelijke toekenning van deze zaligmakende weldaden te bevestigen en te verzekeren, en om ons te overtuigen van de werkelijkheid van het verbond tussen God en de gelovige van dit woord, heeft de Vader een viervoudige gave gedaan van Zijn eeuwige en eniggeboren Zoon:

Ten eerste, Hem te doen mens worden en voor ons geboren worden, uit het zaad van David, zijn voorafbeelding; waarom Hij hier, en Handelingen 13:34, DAVID genoemd wordt, de ware en eeuwige Koning van Israël. Dit is de grote gave Gods aan de mens, Johannes 4:10. En hier: Ik heb Hem gegeven om David te zijn, of uit David geboren, aan het volk.

Ten tweede, heeft Hij Christus gegeven om een getuige te zijn voor het volk, zowel van de gewisse en zaligmakende weldadigheden, aan de verlosten toegekend in het verbond der verlossing; als ook van de wil en het voornemen des Vaders om die toe te passen, en die vast te maken in het verbond der verzoening, gesloten met hen die het aanbod aannemen: Ik heb Hem gegeven (zegt de Heere hier) tot een getuige der volken. En waarlijk, Hij is in deze zaak in vele opzichten een genoegzame getuige: 1. Omdat Hij een van de Personen der gezegende Drie-eenheid is, en met ons medecontractant, in het verbond der verlossing, vóór de wereld was. 2. Omdat Hij, als Middelaar, de bode des verbonds is en de last heeft dit te openbaren. 3. Begon Hij het te openbaren in het paradijs, waar Hij beloofde dat het zaad der vrouw de kop der slang zou vermorzelen. 4. Heeft Hij Zijn eigen dood en lijden, en de grote weldaden die daaruit voor ons zouden voortvloeien, uiteengezet in de voorafschaduwingen en beelden van offeranden en ceremoniën vóór Zijn komst. 5. Heeft Hij, van eeuw tot eeuw, door Zijn Geest sprekende in de heilige profeten, meer en meer licht over dit verbond gegeven. 6. Kwam Hij Zelf, in de volheid des tijds, en getuigde van al de dingen die tot dit verbond behoren, en van de wil Gods om de gelovigen daarin te ontvangen; deels, door onze natuur in één Persoon met de goddelijke natuur te verenigen; deels, door de blijde boodschap van het verbond met Zijn eigen mond te prediken; deels, door de prijs der verlossing aan het kruis te betalen; en deels, door nog altijd, van het begin tot heden, met het volk te handelen om de verlosten in dit verbond te trekken en te behouden.
Ten derde, heeft God Christus gegeven als leidsman van het volk, om ons door alle moeilijkheden, alle verdrukkingen en verzoekingen heen, tot het leven te brengen, door middel van dit verbond; en Hij, en niemand anders, leidt waarlijk de Zijnen tot het verbond; en, in het verbond, de gehele weg naar de zaligheid: 1. Door de leiding van Zijn woord en Zijn Geest. 2. Door het voorbeeld van Zijn eigen leven, in geloof en gehoorzaamheid, tot de dood des kruises. 3. Door Zijn machtige werking, Zijn verlosten in Zijn armen dragende, en hen doende steunen op Hem, terwijl zij door de woestijn opgaan.
Ten vierde, heeft God Zijn volk Christus gegeven als gebieder, welk ambt Hij getrouw uitoefent, aan Zijn kerk en Zijn volk wetten en inzettingen gevende, herders en regeerders, en alle nodige ambtsdragers; rechtbanken en vergaderingen onder hen onderhoudende, om te zien dat Zijn wetten gehoorzaamd worden; door Zijn woord, Geest en tucht de verdorvenheden van Zijn volk onderwerpende; en, door Zijn wijsheid en macht, het beschermende tegen al zijn vijanden.

Daarom kan hij die een verbond met God gesloten heeft, zijn geloof versterken, aldus redenerende:

"Wie de aanbieding van vrije genade, hier aan zondaars gedaan, die dorsten naar gerechtigheid en zaligheid, van harte aanneemt: aan hem behoort, door een eeuwig verbond, Christus, de ware David, met al Zijn gewisse en zaligmakende weldadigheden:

"Maar ik (mag de zwakke gelovige zeggen) neem van harte de aanbieding van vrije genade aan, hier aan zondaars gedaan, die dorsten naar gerechtigheid en zaligheid:

"Daarom behoort mij, door een eeuwig verbond, Jezus Christus, met al Zijn gewisse en zaligmakende weldadigheden."