4. De zegeningen, medegedeeld door deze middelen
4. De zegeningen, medegedeeld door deze middelen
De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid
Grondslag IV.
De zegeningen, die door deze middelen daadwerkelijk aan de "uitverkorenen" medegedeeld worden. . Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
I. Door middel van deze uitwendige inzettingen, zoals onze Heere de verworpenen onverontschuldigbaar maakt, past Hij, door de kracht van Zijn Geest, aan de uitverkorenen daadwerkelijk al de zaligmakende genaden toe, voor hen verworven in het verbond der verlossing, en brengt een verandering teweeg in hun personen. In het bijzonder, 1. Bekeert of wederbaart Hij hen, hun geestelijk leven gevende, hun verstand openende, hun wil, genegenheden en vermogens vernieuwende, om aan Zijn geboden geestelijke gehoorzaamheid te geven. 2. Geeft Hij hun het zaligmakend geloof, makende dat zij, in het besef van de verdiende verdoemenis, van harte instemmen met het verbond der genade, en Jezus Christus ongeveinsd omhelzen. 3. Geeft Hij hun de bekering, hen doende, met een godvruchtige droefheid, in de haat der zonde en de liefde der gerechtigheid, zich van alle ongerechtigheid tot de dienst van God bekeren. En, 4. Heiligt Hij hen, hen doende voortgaan en volharden in het geloof, en in geestelijke gehoorzaamheid aan de wet Gods, blijkend uit de vruchtbaarheid in alle plichten, en het verrichten van goede werken, naardat God de gelegenheid biedt.
II. Tezamen met deze innerlijke verandering van hun personen, verandert God ook hun staat: want, zodra zij door het geloof in het verbond der genade ingevoerd worden, 1. Rechtvaardigt Hij hen, hun de volmaakte gehoorzaamheid toerekenende die Christus aan de wet bewees, en de voldoening die Christus aan het kruis aan de gerechtigheid gaf in hun naam. 2. Verzoent Hij hen, en maakt hen tot vrienden van God, die tevoren vijanden van God waren. 3. Neemt Hij hen aan tot kinderen, opdat zij niet meer kinderen van Satan zouden zijn, maar kinderen van God, verrijkt met al de geestelijke voorrechten van Zijn kinderen. 4. En ten laatste, wanneer hun strijd in dit leven geëindigd is, volmaakt Hij de heiligheid en de zaligheid, eerst van hun zielen bij hun dood, en daarna zowel van hun zielen als van hun lichamen, met vreugde weder verenigd in de opstanding, op de dag van Zijn heerlijke komst ten oordeel, wanneer alle goddelozen naar de hel gezonden zullen worden, met Satan die zij gediend hebben: maar de eigen uitverkorenen en verlosten van Christus, ware gelovigen, beoefenaars der heiligheid, zullen eeuwig bij Hem blijven, in de staat der verheerlijking.