3. Dat de gehoorzaamheid aan de Wet loopt door het rechte kanaal van het geloof in Christus
3. Dat de gehoorzaamheid aan de Wet loopt door het rechte kanaal van het geloof in Christus
De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid
Het derde vereiste om het ware geloof te bewijzen, is dat de gehoorzaamheid aan de wet loopt door het rechte kanaal, dat is, door het geloof in Christus, enz., zoals gehandhaafd, 1 Timoteüs 1:5.
Het einde nu van het gebod is liefde uit een rein hart, en uit een goed geweten, en uit een ongeveinsd geloof.
Waar de apostel deze zeven leerstukken leert:
1. Dat de gehoorzaamheid der wet moet voortvloeien uit de liefde, en de liefde uit een rein hart, en een rein hart uit een goed geweten, en een goed geweten uit een ongeveinsd geloof: dit is het enige rechte kanaal der goede werken: Het einde van het gebod is liefde, enz.
2. Dat het einde der wet niet is, dat de mensen door hun gehoorzaamheid daaraan gerechtvaardigd worden, want het is onmogelijk dat zondaars door de wet gerechtvaardigd kunnen worden, die door elke overtreding door de wet veroordeeld worden: Want het einde van het gebod is liefde, uit een rein hart, enz.
3. Dat het ware einde der wet, aan het volk gepredikt, is, dat dit, door de wet zijn verdiende verdoemenis ziende, ongeveinsd tot Christus vluchte, om door het geloof in Hem gerechtvaardigd te worden; zo zegt de tekst, terwijl hij de liefde doet voortvloeien uit het geloof in Christus.
4. Dat geen mens zich tot liefde kan zetten om de wet te gehoorzamen, dan naarmate zijn geweten door het geloof gerust gesteld wordt, of tracht gerust gesteld te worden in Christus; want het einde der wet is liefde, uit een goed geweten, en een ongeveinsd geloof.
5. Dat het geveinsde geloof tot Christus gaat zonder acht te slaan op de wet, en daarom een boodschap wil; maar het ongeveinsde geloof slaat acht op de wet, en wordt genoodzaakt tot Christus te vluchten om toevlucht te zoeken, als het einde der wet tot gerechtigheid, zo dikwijls het zich schuldig bevindt aan overtreding der wet: Want het einde van de wet is een ongeveinsd geloof.
6. Opdat de vruchten der liefde bijzonder blijken, is het nodig dat het hart gebracht worde tot de haat van alle zonde en onreinheid, en tot een vast voornemen alle heiligheid algemeen na te volgen: Want het einde der wet is liefde uit een rein hart.
7. Dat het ongeveinsde geloof in staat is het geweten goed te maken en het hart rein, en de mens de wet met liefde te doen gehoorzamen; want wanneer het bloed van Christus door het geloof gezien wordt om de gerechtigheid te bevredigen, dan wordt ook het geweten bevredigd, en laat het hart niet toe de liefde tot de zonde te koesteren, maar zet de mens aan het werk om God te vrezen om Zijn barmhartigheid, en al Zijn geboden te gehoorzamen, uit liefde tot God, om Zijn vrije gave der rechtvaardigmaking, om de genade die hem geschonken is: want dit is het einde der wet, waardoor het van de mens meer gehoorzaamheid verkrijgt dan op enige andere wijze.