1. Onze beklagenswaardige staat van nature
1. Onze beklagenswaardige staat van nature
De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid
Grondslag I.
Onze beklagenswaardige staat van nature, door de verbreking van het verbond der werken. . O Israël, gij hebt uzelf verdorven.
I. De almachtige en eeuwige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, drie onderscheiden Personen in de ene en zelfde ondeelbare Godheid, gelijkelijk oneindig in alle volmaaktheden, heeft, vóór de tijd, zeer wijselijk, tot Zijn eigen heerlijkheid, alles besloten wat in de tijd geschieden zal: en voert al Zijn besluiten zeer heilig en onfeilbaar uit, zonder deel te hebben aan de zonde van enig schepsel.
II. Deze God heeft, in zes dagen, alle dingen uit niets gemaakt, zeer goed in hun eigen soort: in het bijzonder heeft Hij alle engelen heilig gemaakt; en heeft onze eerste ouders, Adam en Eva, de wortel van het mensdom, recht en bekwaam gemaakt om de wet, geschreven in hun hart, te houden, welke wet zij van nature verplicht waren te gehoorzamen op straffe des doods. Maar God was niet verplicht hun dienst te belonen, totdat Hij een verbond of verdrag met hen, en met hun nageslacht, sloot, om hun het eeuwige leven te geven, onder voorwaarde van een volmaakte persoonlijke gehoorzaamheid, en voorts met de dood dreigende, ingeval zij zouden falen. Dit is het verbond der werken.
III. Zowel de engelen als de mensen waren onderworpen aan de verandering van hun eigen wil, zoals de ervaring bewees (God behield Zich het onmededeelbare eigendom voor van natuurlijkerwijze onveranderlijk te zijn:) want vele engelen vielen door eigen wil door de zonde van hun eerste staat, en werden duivelen. Onze eerste ouders, verleid door Satan, een van deze duivelen, sprekende in de gedaante van een slang, verbraken het verbond der werken, door van de verboden vrucht te eten; waardoor zijzelf en hun nageslacht, in hun lenden zijnde, gelijk de takken in de wortel, en in hetzelfde verbond met hen begrepen, niet alleen onderworpen werden aan de eeuwige dood, maar ook alle bekwaamheid verloren om God te behagen; ja, zij werden van nature vijanden van God, en van al het geestelijk goede, en alleen tot het kwade geneigd voortdurend. Dit is onze erfzonde, de bittere wortel van al onze dadelijke overtredingen, in gedachten, woorden en werken.