3. Zijn gebod, dat allen gelast te geloven
3. Zijn gebod, dat allen gelast te geloven
De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid
De derde waarborg en bijzondere beweegreden om in Christus te geloven, is het strenge en verschrikkelijke gebod Gods, dat alle hoorders van het evangelie gelast tot Christus te naderen op de door Hem gestelde wijze, en in Hem te geloven; gehandhaafd, 1 Johannes 3:23.
En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.
Waar de apostel ons deze vijf leerstukken te verstaan geeft:
1. Dat, indien iemand zich niet laat leiden door de zoete uitnodiging Gods, noch door het ootmoedige en liefdevolle verzoek Gods, gedaan om verzoening, hij zal bevinden dat hij te doen heeft met het soeverein gezag van de Allerhoogste Majesteit; want dit is Zijn gebod, dat wij in Hem geloven, zegt Hij.
2. Dat, indien iemand naar dit gebod kijkt zoals hij tot nu toe naar de veronachtzaamde geboden der wet gekeken heeft, hij moet overwegen dat dit een evangeliegebod is, geplaatst na de wet, gegeven om gebruik te maken van het geneesmiddel voor alle zonden; hetwelk, indien het ongehoorzaamd wordt, geen ander gebod overlaat om te volgen dan dit: Gaat weg, gij vervloekten, in het eeuwige vuur der hel; want dit is Zijn gebod, wiens gehoorzaamheid Hem zeer aangenaam is, vers 22, en zonder hetwelk het onmogelijk is Hem te behagen, Hebreeën 11:6.
3. Dat een ieder die het Evangelie hoort, zich in zijn geweten gebonden moet achten aan de plicht van een levend geloof in Christus; de zwakke gelovige moet niet menen dat het aanmatigend is te doen wat hem geboden is; de tot wanhoop geneigde persoon moet zich oprichten en denken aan de gehoorzaamheid aan dit zoete en zaligmakende gebod; de sterke gelovige moet zich nog dieper indompelen in het besef van zijn behoefte aan Jezus Christus, en meer en meer groeien in de gehoorzaamheid aan dit gebod; ja, de meest onboetvaardige, goddeloze en verdorven persoon mag zichzelf niet uitsluiten, noch door anderen uitgesloten worden, van het gestelde doel van deze plicht, hoe wanhopig zijn toestand ook moge schijnen; want Hij Die alle mensen gebiedt in Christus te geloven, gebiedt daardoor allen mensen te geloven dat zij zonder Christus veroordeeld en verloren zijn: Daarom gebiedt Hij allen mensen hun zonden en hun behoefte aan Christus te erkennen, en gebiedt in feite allen mensen zich te bekeren, opdat zij in Hem mogen geloven. En zij die weigeren zich van hun vroegere zonden te bekeren, zijn schuldig aan ongehoorzaamheid aan dit gebod, gegeven aan alle hoorders, maar in het bijzonder aan hen die binnen de zichtbare kerk zijn: Want dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, zegt Hij.
4. Dat hij die dit gebod gehoorzaamt, zijn zaligheid op een vaste grond gebouwd heeft, want, ten eerste, heeft hij de beloofde Messias gevonden, volkomen toegerust met alle volmaaktheden tot de volmaakte uitoefening van de ambten van Profeet, Priester en Koning; want Hij is die Christus in Wie de mens gelooft. 2. Heeft hij een Zaligmaker omhelsd, Die in staat is tot het uiterste zalig te maken, ja, Die daadwerkelijk zalig maakt ieder die door Hem tot God gaat; want het is Jezus, de ware Zaligmaker van Zijn volk van hun zonden. 3. Heeft hij die dit gebod gehoorzaamt, zijn zaligheid gebouwd op de Rots, dat is, op de Zoon van God, Die het geen roof acht Gode evengelijk te zijn, en Die waardig is het voorwerp te zijn van het zaligmakend geloof, en van de geestelijke verering: want dit is Zijn gebod, (zegt Hij) dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus.
5. Dat hij die in Jezus Christus geloofd heeft, ofschoon hij bevrijd is van de vloek der wet, niet bevrijd is van het gebod en de gehoorzaamheid der wet, maar daaraan gebonden blijft door een nieuwe verplichting en een nieuw gebod van Christus; dit nieuwe gebod van Christus houdt de hulp in om het gebod te gehoorzamen: aan dit gebod van Christus voegt de Vader ook Zijn eigen gezag en gebod toe; want dit is Zijn gebod, (zegt Johannes) dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft. Het eerste deel van dit gebod, dat gebiedt in Hem te geloven, sluit noodzakelijk de liefde tot God in, en dus de gehoorzaamheid aan de eerste tafel; want in God geloven en God liefhebben zijn onafscheidelijk; en het tweede deel van het gebod gebiedt de liefde tot onze naaste, (inzonderheid tot het huisgezin des geloofs) en dus de gehoorzaamheid aan de tweede tafel der wet.
Daarom kan een zwakke gelovige zichzelf versterken, van deze grondslag aldus redenerende:
"Wie, in het besef van zijn eigen zondigheid, en de vrees voor de toorn Gods, op gebod van God, tot Jezus Christus vlucht, het enige geneesmiddel voor zonde en ellende, en zijn hart verbonden heeft aan de gehoorzaamheid van de wet der liefde, diens geloof is niet aanmatigend of dood, maar waar en zaligmakend:
"Maar ik, (mag de zwakke gelovige zeggen,) heb, in het besef van mijn eigen zondigheid, en de vrees voor de toorn Gods, tot Jezus Christus gevlucht, het enige geneesmiddel voor zonde en ellende, en heb mijn hart verbonden aan de gehoorzaamheid van de wet der liefde:
"Daarom is mijn geloof geen aanmatigend en dood geloof, maar een waar en zaligmakend geloof."