4. Veel zekerheid van leven, gegeven aan de gelovigen
4. Veel zekerheid van leven, gegeven aan de gelovigen
De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid
De vierde waarborg en bijzondere beweegreden om in Christus te geloven, is de grote zekerheid van leven die gegeven wordt, ingeval de mensen het gebod om te geloven gehoorzamen; en een schrikwekkende verzekering van verderf, ingeval zij niet gehoorzamen; gehandhaafd, Johannes 3:35.
De Vader heeft de Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Vers 36. Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; en die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
Waarin ons deze vijf volgende leerstukken voorgesteld worden:
1. Dat de Vader zeer voldaan is over de verbintenissen van de Zoon, als Verlosser en Borg, om het losgeld der gelovigen te betalen en hen te volmaken in heiligheid en zaligheid: De Vader heeft de Zoon lief, zegt Hij, dat wil zeggen, Hij treedt op als Middelaar in onze naam, Zich verbindende onze verlossing in alle punten te volmaken: De Vader heeft Hem lief, dat wil zeggen, Hij neemt van harte Zijn aanbod aan om het werk te doen, en heeft welbehagen in Hem: Zijn ziel verlustigt zich in Hem, en rust in Hem, en maakt Hem, in dit Zijn ambt, tot het reservoir van liefde, en genade, en welwillendheid, om door Hem overgedragen te worden aan de gelovigen in Hem.
2. Dat, tot de vervulling van het verbond der verlossing, de Vader aan de Zoon (in Zijn hoedanigheid van Middelaar, of God vleesgeworden, het Woord vlees geworden) alle macht gegeven heeft in hemel en op aarde, al de rijkdommen der genade, en des Geestes en des levens, met alle macht en bekwaamheid, die de vereniging van de goddelijke met de menselijke natuur, of die de volheid der Godheid, welke wezenlijk woont in Zijn menselijke natuur, of die de ondeelbare zelfgenoegzaamheid en almacht van de onafscheidelijke en alomtegenwoordige Drie-eenheid inhoudt, of die het werk der verlossing vereisen mag: De Vader (zegt Hij) heeft alle dingen in de hand des Zoons gegeven, dat is, om Zijn werk te volbrengen.
3. Dat een grote zekerheid van leven aangeboden wordt aan allen die van harte Christus en de aanbieding van het verbond der genade en verzoening door Hem aannemen: Die in de Zoon gelooft (zegt Hij) heeft het eeuwige leven; want het is hem vastgesteld, 1. In het voornemen Gods, en het onherroepelijk besluit, aangezien de gelovige een mens is, verkoren ten leven. 2. Door de werkzame roeping daartoe van God, Die getrouw is, en dit zal doen. 3. Door de belofte en het eeuwig verbond, door God gezworen, om de gelovige een sterke vertroosting te geven in leven en in sterven, op onveranderlijke gronden. 4. Door een pand en verzekering onder het grote zegel van het sacrament des avondmaals, telkens wanneer de gelovige komt om de tekenen en pand van het leven te ontvangen. 5. In Christus, de bron en het Hoofd des levens, in bezit genomen, als voorspraak der gelovigen; in Wie ons leven zo weggelegd is, dat het niet weggenomen kan worden. 6. Door het begonnen bezit van het geestelijk leven en de wedergeboorte, en een koninkrijk bestaande in gerechtigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest, opgericht binnen de gelovige, als een pand van het volle bezit van het eeuwige leven.
4. Een schrikwekkende verzekering wordt gegeven, indien een mens de leer aangaande de gerechtigheid en het eeuwige leven, die door Jezus Christus verkregen wordt, niet ontvangt: Die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, dat wil zeggen, hij zal zelfs niet begrijpen wat het betekent.
5. Bovendien verzekert Hij dat, indien een mens de leer van de Zoon van God niet ontvangt, hij tweemaal met de toorn Gods beladen zal worden; eenmaal, als van geboorte af van nature een opstandeling, zal hij de vloek der wet, of het verbond der werken, dragen; en daarna zal hij een grotere verdoemenis ondergaan, doordat, het licht in de wereld gekomen zijnde, en hem aangeboden, hij het verworpen heeft, en de duisternis liever heeft dan het licht: en deze dubbele toorn zal onbeweeglijk aan hem blijven kleven en gevestigd zijn, zolang hij in de staat van ongeloof blijft: De toorn Gods blijft op hem, zegt Hij.
Daarom kan de zwakke gelovige zijn geloof versterken, van deze grondslag aldus redenerende:
"Hij die de leer gelooft, overgeleverd door de Zoon van God, en zich deels krachtig getrokken voelt om in Hem te geloven, door het zicht op het leven in Hem, en deels aangedreven, door de vrees voor de toorn Gods, zich aan Hem vast te klampen, kan zeker zijn van het recht op en het belang bij het eeuwige leven door Hem:
"Maar ik, zondaar en onwaardig (mag de zwakke gelovige zeggen), geloof de leer, overgeleverd door de Zoon van God, en voel mij deels krachtig getrokken om in Hem te geloven, door het zicht op het leven in Hem, en deels aangedreven, door de vrees voor de toorn Gods, mij aan Hem vast te klampen:
"Daarom kan ik zeker zijn van mijn recht op en belang bij het eeuwige leven door Hem."