2. Dat de gelovige de regels der godzaligheid en oprechtheid beoefene
2. Dat de gelovige de regels der godzaligheid en oprechtheid beoefene
De Som der Zaligmakende Kennis door David Dickson en James Durham, met audio en gratis PDF: een gereformeerde theologische verhandeling over het Evangelie en de zaligheid
Het tweede wat vereist wordt om het ware geloof te bewijzen, is dat de gelovige zich beijvere de regels der godzaligheid en gerechtigheid in praktijk te brengen, en daarin dagelijks te groeien, naar 2 Petrus 1:5.
En gij, tot ditzelfde ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis; Vers 6. En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid; Vers 7. En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen. Vers 8. Want zo deze dingen bij u zijn, en overvloedig zijn, zij zullen u niet ledig noch onvruchtbaar laten in de kennis van onze Heere Jezus Christus.
Waarin,
1. De apostel de gelovigen leert, om het kostbare geloof in henzelf te bewijzen, zich te beijveren aan hun geloof zeven andere zustergenaden toe te voegen. De eerste is de Deugd, of de dadelijke oefening en beoefening van alle zedelijke plichten, opdat het geloof zo niet ledig zij, maar in werken openbaar worde. De tweede is de Kennis, welke dient om het geloof te voorzien van kennis der waarheid die geloofd moet worden, en om de deugd te voorzien van de leiding der plichten die gedaan moeten worden, en hoe deze wijselijk te volbrengen. De derde is de Matigheid, welke dient om het gebruik van alle aangename dingen te matigen, opdat de mens daardoor niet verhinderd worde, noch onbekwaam gemaakt worde tot enige plicht waartoe hij geroepen wordt. De vierde is de Lijdzaamheid, welke dient om de genegenheden des mensen te matigen, wanneer hij enige moeilijkheid of onaangename zaak ontmoet; opdat hij niet moede worde door de moeiten die in het welgedaan vereist worden, noch versage wanneer de Heere hem kastijdt, noch murmureert wanneer Hij hem kruist. De vijfde is de Godzaligheid, welke hem staande houdt in alle oefeningen der religie, zowel inwendig als uitwendig, waardoor hij door God voorzien kan worden voor alle andere plichten die hij te vervullen heeft. De zesde is de Broederlijke Liefde, welke de achting en genegenheid onderhoudt jegens het gehele huisgezin des geloofs, en jegens het beeld Gods, overal waar het gezien wordt. De zevende is de Liefde, welke het hart bereid houdt om goed te doen aan alle mensen, wie zij ook zijn, bij alle gelegenheden die God aanbiedt.
2. Ofschoon het waar is dat er veel verdorvenheid en zwakheid is bij de godzaligen; wil de apostel toch dat de mensen zich rechtvaardig beijveren en al hun best doen, naar hun vermogen, om al deze genaden onderling te verenigen, en te groeien in de mate van hun oefening: Alle naarstigheid toebrengende, (zegt hij) voegt bij uw geloof, enz.
3. Verzekert hij alle belijdende gelovigen, dat, zoals zij baat zullen vinden bij de gehoorzaamheid aan deze aanwijzing, zij ook nuttig de echtheid van hun eigen geloof zullen beproeven; en, indien hun deze genaden ontbreken, dat zij bevonden zullen worden blinde bedriegers van zichzelf, vers 9.