I - De Geloofsbelijdenis van 1581
I - De Geloofsbelijdenis van 1581
Het Nationaal Verbond van Schotland (National Covenant, 1638), volledige tekst met gratis PDF: de Geloofsbelijdenis van 1581, de wetten van het Parlement en het verbond van 1638
WIJ, allen en een ieder van ons, hieronder getekend, betuigen dat wij, na lang en behoorlijk onderzoek van onze eigen gewetens in zaken van ware en valse religie, nu ten volle in de waarheid verzekerd zijn door het woord en de Geest Gods: en daarom geloven wij met onze harten, belijden met onze monden, ondertekenen met onze handen en bevestigen standvastig, voor God en de gehele wereld, dat dit alleen het ware christelijke geloof en de ware christelijke religie is, Gode welbehaaglijk en de mens de zaligheid aanbrengend, die nu, door de barmhartigheid Gods, aan de wereld geopenbaard is door de prediking van het gezegende evangelie; en die ontvangen, geloofd en verdedigd wordt door vele en onderscheidene aanzienlijke kerken en koninkrijken, maar voornamelijk door de Kerk van Schotland, de Majesteit des Konings en de drie staten van dit koninkrijk, als de eeuwige waarheid Gods en de enige grond van onze zaligheid; zoals meer in het bijzonder uitgedrukt is in de Belijdenis van ons Geloof, ingesteld en openlijk bevestigd door onderscheidene wetten van de Parlementen, en die nu reeds lange tijd openlijk beleden is door de Majesteit des Konings en door het gehele lichaam van dit koninkrijk, zowel in stad als op het land. Met welke Belijdenis en Vorm van Religie wij in ons geweten gewillig instemmen in al haar punten, als met de ontwijfelbare waarheid en zekerheid Gods, alleen gegrond op Zijn geschreven woord. En daarom verafschuwen en verfoeien wij alle tegenstrijdige religie en leer; maar voornamelijk alle soort van pausdom, in het algemeen en in zijn bijzondere hoofdstukken, gelijk die nu veroordeeld en weerlegd zijn door het woord Gods en door de Kerk van Schotland. Maar in het bijzonder verfoeien en verwerpen wij het aangematigde gezag van die Roomse Antichrist over de Schriften Gods, over de kerk, de burgerlijke overheid en de gewetens der mensen; al zijn tirannieke wetten, gemaakt over middelmatige dingen, tegen onze christelijke vrijheid; zijn dwalende leer tegen de genoegzaamheid van het geschreven woord, de volmaaktheid van de wet, het ambt van Christus en Zijn gezegend evangelie; zijn verdorven leer aangaande de erfzonde, onze natuurlijke onmacht en opstand tegen de wet Gods, onze rechtvaardiging door het geloof alleen, onze onvolmaakte heiligmaking en gehoorzaamheid aan de wet; de natuur, het getal en het gebruik van de heilige sacramenten; zijn vijf bastaardsacramenten, met al zijn riten, ceremoniën en valse leer, toegevoegd aan de bediening van de ware sacramenten zonder het woord Gods; zijn wreed oordeel tegen de kinderen die zonder het sacrament heengaan; zijn volstrekte noodzakelijkheid van de doop; zijn godslasterlijk gevoelen van de transsubstantiatie, of werkelijke tegenwoordigheid van het lichaam van Christus in de elementen, en dat de goddelozen, of de lichamen der mensen, hetzelve ontvangen; zijn dispensaties van plechtige eden, van meineden en van graden van huwelijk, in het woord verboden; zijn wreedheid tegen de onschuldige gescheidene; zijn duivelse mis; zijn godslasterlijk priesterschap; zijn onheilig offer voor de zonden van de doden en de levenden; zijn heiligverklaring van mensen; het aanroepen van engelen of ontslapen heiligen, het aanbidden van beelden, relikwieën en kruisen; het toewijden van kerken, altaren en dagen; de geloften aan de schepselen; zijn vagevuur, de gebeden voor de doden; het bidden of spreken in een vreemde taal, met zijn processies en godslasterlijke litanie, en zijn menigte van voorsprekers of middelaars; zijn menigvuldige orden, de oorbiecht; zijn wanhopige en onzekere boetvaardigheid; zijn algemeen en twijfelachtig geloof; zijn genoegdoening der mensen voor hun zonden; zijn rechtvaardiging door de werken, het opus operatum, de werken van overtolligheid, de verdiensten, de aflaten, de bedevaarten en de staties; zijn wijwater, het dopen van klokken, het bezweren van geesten, het bekruisen, het zegenen met het kruisteken, het zalven, het bezweren en het wijden van Gods goede schepselen, met het bijgelovige gevoelen daaraan verbonden; zijn wereldse monarchie en zijn goddeloze hiërarchie; zijn drie plechtige geloften, met al zijn geschorenen van allerlei soort; zijn dwalende en bloedige decreten, gemaakt te Trente, met al de ondertekenaars of goedkeurders van dat wrede en bloedige verbond, samengezworen tegen de kerk Gods. En ten slotte verfoeien wij al zijn ijdele allegorieën, riten, tekenen en overleveringen, in de kerk ingebracht zonder of tegen het woord Gods, en tegen de leer van deze ware gereformeerde kerk; met welke wij ons gewillig verenigen, in leer, geloof, religie, tucht en gebruik van de heilige sacramenten, als levende leden van dezelve in Christus, ons Hoofd: belovende en zwerende, bij de grote naam van de HEERE onze GOD, dat wij zullen volharden in de gehoorzaamheid aan de leer en tucht van deze kerk, en dat wij dezelve zullen verdedigen, naar onze roeping en macht, al de dagen van ons leven; onder de straffen in de wet vervat, en op gevaar van zowel lichaam als ziel in de dag van Gods vreselijk oordeel.
En aangezien velen door satan, en door die Roomse Antichrist, worden opgehitst om bedrieglijk, tegen hun eigen geweten, te beloven, te zweren, te ondertekenen en voor een tijd de heilige sacramenten in de kerk te gebruiken; daarmee bedoelende, eerst, onder de uiterlijke mantel van de religie, de ware religie Gods binnen de kerk heimelijk te bederven en te ondermijnen; en daarna, wanneer de tijd het toelaat, openlijke vijanden en vervolgers van dezelve te worden, onder de ijdele hoop op de dispensatie van de paus, bedacht tegen het woord Gods, tot zijn grotere beschaming en tot hun dubbele verdoemenis in de dag van de Heere Jezus: zo betuigen wij daarom, willende alle verdenking van geveinsdheid en van zulk een dubbelhartig handelen met God en Zijn kerk wegnemen, en roepen de Doorzoeker van alle harten tot getuige, dat onze gemoederen en harten volkomen instemmen met deze onze Belijdenis, belofte, eed en ondertekening: zodat wij door geen werelds aanzien bewogen worden, maar alleen in ons geweten overtuigd zijn, door de kennis en de liefde van de ware religie Gods, door de Heilige Geest in onze harten gedrukt, zoals wij Hem zullen antwoorden in de dag wanneer de verborgenheden van alle harten ontdekt zullen worden.
En omdat wij bemerken dat de rust en de bestendigheid van onze religie en van onze kerk afhangen van de veiligheid en het goede gedrag van de Majesteit des Konings, als van een vertroostend werktuig van Gods barmhartigheid, aan dit land geschonken tot handhaving van Zijn kerk en tot bediening van de gerechtigheid onder ons; zo betuigen en beloven wij met onze harten, onder dezelfde eed, handtekening en straffen, dat wij zijn persoon en gezag zullen verdedigen met onze goederen, lichamen en levens, in de verdediging van Christus, van Zijn evangelie, van de vrijheden van ons land, van de bediening van de gerechtigheid en van de bestraffing van de ongerechtigheid, tegen alle vijanden binnen of buiten dit koninkrijk, zoals wij begeren dat onze God ons een sterke en barmhartige Beschermer zij in de dag van onze dood en van de komst van onze Heere Jezus Christus; Wie, met de Vader en de Heilige Geest, zij alle eer en heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.