Laden

Vermaning tot het aannemen van de Liga en Verbond (1644)

Vermaning tot het aannemen van de Liga en Verbond (1644)

De Plechtige Liga en Verbond (Solemn League and Covenant, 1643), met audio en gratis PDF: het bondgenootschap tussen Schotland en Engeland voor het behoud van de gereformeerde religie

Inleiding van westminster1647.com: maakt geen deel uit van de documenten van de Westminster Vergadering.

Vermaning die de Westminster Vergadering op verzoek van het Parlement opstelde, ter begeleiding van het bevel dat de Plechtige Liga en Verbond in heel Engeland gezworen moest worden. Het Lagerhuis keurde haar goed op 9 februari 1644 (1643 volgens de Engelse jaartelling van die tijd, die het jaar op 25 maart liet beginnen) en liet haar drukken. De opstelling ervan wordt toegeschreven aan Philip Nye, lid van de Vergadering. Tekst naar de Londense druk van 1644.

Indien de kracht van de religie of het gezonde verstand, indien de trouw aan de Koning en de piëteit jegens hun vaderland, of de liefde tot zichzelf en de natuurlijke genegenheid voor hun nageslacht, indien het voorbeeld van mannen die door een diep besef van dit alles getroffen zijn, of de buitengewone voorspoed die God hun daarop heeft gegeven, een in verwarring gestort en bloedend overblijfsel kan wekken om het soevereine en enige middel tot zijn herstel te omhelzen, dan kan er geen twijfel bestaan of deze Plechtige Liga en Verbond zal, waar zij ook wordt aangeboden, een volk vinden dat bereid is haar met alle blijmoedigheid en plichtsbesef te ontvangen.

En al werd dit Verbond het Koninkrijk niet aanbevolen door de eenparige aanmoediging van de Achtbare Huizen van het Parlement, de Vergadering der Godgeleerden, de vermaarde Stad Londen, een menigte andere personen van aanzienlijke rang en stand in deze Natie, en het gehele lichaam van Schotland, die het allen gewillig hebben gezworen en ondertekend, zich verblijdend over de eed, die de Hemel reeds zo genadig heeft bekrachtigd door de raadslagen van de Vijand te verijdelen en zijn macht meer dan ooit te breken; toch gaat het uit in zijn eigen kracht, met zo overtuigend bewijs van billijkheid, Waarheid en Gerechtigheid, dat het in allen (die niet moedwillig onwetend of jammerlijk verleid zijn) vurige genegenheden kan wekken om zich met hun Broeders in deze gelukkige Band te verenigen, om een einde te maken aan de tegenwoordige ellenden, en om zowel Koning als Koninkrijk te redden van de volslagen ondergang waaraan nu zo krachtig en openlijk wordt gewerkt door de paapse factie en door zulken die betoverd en verdwaasd zijn door dat adderengebroed en bloeddorstig geslacht.

Want wat staat er toch in dit Verbond dat niet naar de substantie óf uitgedrukt óf klaarblijkelijk begrepen was in die plechtige Protestatie van 5 mei 1641, waardoor het gehele Koninkrijk tot op deze dag verbonden is? Waarvan de zondige verwaarlozing (zoals wij terecht mogen vrezen) een sluis te meer opent om al deze rampen over het Koninkrijk te laten binnenstromen, en het de noodzaak oplegt het verbond te vernieuwen en dit aan te gaan.

Indien men zegt dat de uitroeiing van de prelatuur, namelijk van de gehele hiërarchische regering (die tot nog toe krachtens de bekende wetten van het Koninkrijk bestaat), nieuw en ongeoorloofd is: dan zal het aan alle onpartijdige verstanden blijken dat zij (hoewel nieuw) niet alleen geoorloofd maar noodzakelijk is, indien zij bedenken (om te zwijgen van wat sommigen zeggen, dat deze regering nooit door enige wetten van dit Koninkrijk formeel is ingesteld) dat haar het eigenlijke leven en de ziel reeds ontnomen zijn door een wet die in dit tegenwoordige Parlement is aangenomen, zodat (gelijk het lijk van Izebel, waarvan niet meer overbleef dan de schedel, de voeten en de palmen van haar handen) er van rechtsmacht niets overblijft dan wat bij hen op louter gedogen berust en vrijwillig is bij hen die zich aan hen onderwerpen; dat hun gehele regering op zijn best slechts een menselijke instelling is, en wel een die door beide Huizen van het Parlement (waarin het oordeel van het gehele Koninkrijk begrepen en uitgesproken is) bevonden en geoordeeld is niet alleen zeer nadelig te zijn voor de burgerlijke Staat, maar ook een grote hindernis voor de volkomen hervorming van de religie; ja, wie weet niet dat zij daarvan al te zeer een vijand is, en verderfelijk voor de kracht der godzaligheid en voor de zuivere bediening van de inzettingen van Christus: hetgeen de welgezinden, bijna in het gehele Koninkrijk, reeds lang geleden heeft bewogen dit Parlement bij verzoekschrift te vragen (zoals reeds eerder begeerd was, zelfs onder de regering van Koningin Elizabeth en van Koning Jacobus) om de algehele afschaffing daarvan. Ook wordt niemand hierdoor verplicht enig geweld aan hun personen te doen, maar alleen om in zijn plaats en roeping op wettige wijze naar hun uitroeiing te streven.

En wat betreft die geestelijken die voorgeven dat zij (boven alle anderen) zich niet door een verbond kunnen verplichten die regering uit te roeien, omdat zij (zoals zij zeggen) een plechtige eed hebben afgelegd om de bisschoppen te gehoorzamen in licitis et honestis: zij kunnen, als zij willen, weten dat zij die gehoorzaamheid hebben gezworen aan de wetten van het land, daardoor niet verhinderd worden met alle wettige middelen naar de afschaffing van die wetten te streven, wanneer zij ongeschikt of schadelijk blijken. En mocht er toch enige eed gevonden worden, door enige dienaren of anderen afgelegd, die niet gerechtvaardigd is door de wetten van God en van het land, dan moeten zij in dit geval zichzelf en anderen leren dat zulke eden om bekering vragen, niet om halsstarrig volharden daarin.

Indien men aanvoert dat dit Verbond in strijd is met de Eed van Supremacie en de Eed van Trouw, dan kan niets verder van de waarheid zijn: want dit Verbond bindt allen, en verplicht hen des te sterker, de persoon en de autoriteit van de majesteit des konings te bewaren en te verdedigen, in de bewaring en verdediging van de ware religie en de vrijheden der koninkrijken.

Dat bezwaar, dat dit geschiedt zonder de toestemming van de Koning, zal spoedig weggenomen zijn, indien men bedenkt dat de voornoemde Protestatie van de vijfde mei op dezelfde wijze door beide Huizen werd aangenomen en uitgevoerd, en daarna (op bevel van één Huis alleen) naar het gehele Koninkrijk werd uitgezonden, zonder dat Zijne Majesteit daartegen bezwaar maakte of het afleggen ervan op enige wijze tegenhield, hoewel hij toen in persoon te Whitehall verbleef.

Ezra 10. Neh. 9.Zo brachten Ezra en Nehemia het gehele volk in een verbond, zonder enige bijzondere opdracht van de Perzische vorsten (toen hun soevereinen) om dit te doen, hoewel zij geen vrije onderdanen waren, maar vazallen, en een van hen de huisdienaar van Artaxerxes, Neh. 1. die toen door verovering ook koning van Juda was.

Ook is deze leer of praktijk door de vorsten die op de Engelse troon hebben gezeten niet voor oproerig of ongeoorloofd gehouden, maar gerechtvaardigd en verdedigd door Koningin Elizabeth, zaliger gedachtenis, met besteding van veel schatten en edel bloed, in de Verenigde Provinciën der Nederlanden, die zich niet alleen zonder, maar tegen het onrechtvaardige geweld van Filips van Spanje hadden verbonden; Koning Jacobus trad zo ver in haar voetstappen dat hij hun unie goedkeurde en met hen als vrije Staten een bondgenootschap sloot; hetgeen door Zijne thans regerende Majesteit tot op deze dag wordt voortgezet, die, zowel door zijn expeditie tot ontzet van La Rochelle in Frankrijk als door zijn nauw bondgenootschap met de Prins van Oranje en de Staten-Generaal, ondanks alle aandringen van Spanje in tegengestelde zin, er zijn zegel aan heeft gehecht dat alles wat door zijn koninklijke voorvaderen was gedaan tot onderhoud van hen die zich aldus hadden verplicht en verbonden, rechtvaardig en geoorloofd was.

En wat zou er geworden zijn van de religie, de wetten en de vrijheden van onze zusternatie Schotland, indien zij niet bij het begin van de jongste beroeringen aldaar zulk een plechtige Liga en Verbond waren aangegaan? Welke weg weliswaar aanvankelijk door de paapse en prelatische intriganten aan Zijne Majesteit werd voorgesteld als een misdrijf van de zwaarste aard, dat terecht tuchtiging verdiende door de woede van een machtig leger; maar toen de zaak daarna in koelen bloede werd besproken, eerst door gecommitteerden van beide koninkrijken en daarna hier in het openbaar Parlement (toen allen uit beide Huizen die nu te Oxford aan de zijde van de Koning staan in het Parlement aanwezig waren en daarin hun stem uitbrachten), werd door de Koning in het Parlement bevonden, geoordeeld en verklaard dat onze dierbare Broeders van Schotland niets anders hadden gedaan dan wat trouwe en gehoorzame onderdanen betaamde; en zij werden daarop bij akte van het Parlement openlijk in ere hersteld in alle kerken van dit Koninkrijk waar zij belasterd waren.

Daarom, al mogen sommige mensen, geblinddoekt en verblind door de kunstgrepen van die jezuïtische intriganten, die lang hebben samengezworen om onze religie te offeren aan de afgoderij van Rome, onze wetten, vrijheden en personen aan willekeurige slavernij, en onze bezittingen aan hun onverzadelijke hebzucht, wellicht afgeschrikt en verbijsterd worden door hoogmoedige dreigementen en verklaringen, die op de vleugels van de Koninklijke Naam en het Koninklijk aanzien (nu gevangengenomen en geprostitueerd om al hun lusten te dienen) heen en weer vliegen, om allen die dit Verbond aannemen tot rebellen en verraders te verklaren; laat toch geen trouw Engels hart bevreesd zijn zich met onze Broeders van alle drie de koninkrijken te verenigen in deze plechtige Liga, zoals eertijds de mannen van Israël (hoewel onder een andere koning) deden met de mannen van Juda, 2 Kron. 30. op de uitnodiging van Hizkia.

Wat nood, al lasteren en dreigen die tongen die door de hel in brand gestoken zijn? Die God, Die het behaagde de onschuld van Mordechai en de Joden aan het licht te brengen tegen al de boosaardige lasteringen van de goddeloze Haman bij zijn en hun soeverein, zodat al zijn samenzweren niets anders uitwerkte dan dit, Est. 9. dat, toen het gebod en het bevel van de koning op het punt stond ten uitvoer gebracht te worden, en de vijanden der Joden hoopten over hen te heersen, het in het tegendeel werd veranderd; en de Joden heersten over hen die hen haatten, en sloegen de hand aan zulken die hun kwaad zochten, zodat niemand tegen hen kon bestaan; en diezelfde God, Die Zich nog als het ware gisteren verwaardigde die donkere wolken en nevelen te verdrijven en te verstrooien die dat trouwe en godsdienstige Koninkrijk Schotland overschaduwden, en hun gerechtigheid zo helder te doen schijnen als de zon op de middag, voor de ogen zelf van hun grootste vijanden, zal zonder twijfel bijstaan allen die met eenvoudigheid des harten, en een behoorlijk besef van hun eigen zonden en van de noodzaak van hervorming, nu een eeuwig verbond met de Heere zullen aangaan, dat nooit vergeten zal worden, om een einde te maken aan al die ongelukkige en onnatuurlijke breuken tussen de Koning en hen die in het land getrouw zijn; en Hij zal hun gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken, tot schrik en verwarring van die mannen des bloeds, de verbonden vijanden van God en de Koning, die lang hebben samengespannen en nu het uitschot en schuim van vele koninkrijken bijeengeschraapt hebben, om al de heerlijkheid, eer en vrijheid van deze Natie te begraven in het eeuwige graf van schande en verderf.

Die Veneris 9. Februar. 1643.

Een Vermaning aangaande het aannemen van de Plechtige Liga en Verbond, en tot het wegnemen van zulke bezwaren als bij het aannemen ervan kunnen rijzen, werd heden voor de eerste en tweede maal gelezen; en bij stemming over de vraag goedgekeurd, en er werd bevolen dat zij terstond gedrukt zou worden.

H. Elsynge Cler. Parl. D. Com.