Laden

XI - De hemelvaart

XI - De hemelvaart

De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF

WIJ twijfelen er in het geheel niet aan Luk. 24.51. Hand. 1.6. Matth. 28.6. Matth. 16.9. Luk. 24 6. Joh. 20.9. Matth. 28 18. 1 Joh. 2.1. 1 Tim. 2.5. Ps. 110 1. Matth. 22 44. Matth. 12 36. Luk. 20.42.43 Hand. 1.1. Hand. 3.19. 1 Thess. 1.4, 5, 6, 7, 8. of hetzelfde lichaam dat uit de maagd geboren werd, gekruisigd werd, stierf en begraven werd, en dat weer opstond, is opgevaren naar de hemelen, tot vervulling van alle dingen; waar Hij in onze naam en tot onze troost alle macht in de hemel en op de aarde ontvangen heeft; waar Hij zit aan de rechterhand van de Vader, op de troon gezet in zijn Koninkrijk, Voorspraak en enige Middelaar voor ons; welke heerlijkheid, eer en voorrecht Hij alleen onder de broeders zal bezitten, totdat al zijn vijanden gemaakt zijn tot een voetbank van zijn voeten, zoals wij zonder twijfel geloven dat zij zullen worden in het laatste oordeel; tot de voltrekking waarvan, zo geloven wij zeker, dezelfde onze Heere Jezus zichtbaar en openlijk zal wederkeren, zoals Hij gezien werd op te varen. En dan, zo geloven wij vast, zal de tijd van verkoeling en van de wederoprichting van alle dingen komen, Matth. 25.34. Openb. 21.27. Jes. 66.24 Matth. 25.41. Mark. 9.44, 46, 48 zodat zij die van het begin af geweld, onrecht en ongelijk geleden hebben om der gerechtigheid wil, de gelukzalige onsterfelijkheid zullen beërven die van het begin af beloofd is. Maar daarentegen zullen de hardnekkigen, de wreden, de ongehoorzamen, de verdrukkers, de onreinen, de overspelers en allerlei ongelovige mensen geworpen worden in de kerker van de buitenste duisternis, Matth. 22.13. 2 Petr. 3 11. 2 Kor. 5.11. Luk. 21.28. Joh. 15.4, enz. Jes. 7.14. Ef. 1.22. Kol. 1.18. Hebr. 9.11, 15. Hebr. 10.21. 1 Joh. 2.1. 1 Tim. 2.5. waar hun worm niet zal sterven en hun vuur ook niet zal worden uitgeblust; de gedachtenis van welke dag, en van het oordeel dat daarop voltrokken zal worden, voor ons niet alleen een teugel is waardoor onze vleselijke lusten bedwongen worden, maar ook zulk een onschatbare troost, dat noch het dreigen van wereldse vorsten, noch ook de vrees voor de tijdelijke dood en het tegenwoordige gevaar ons kan bewegen die gezegende gemeenschap te verzaken en te verlaten die wij, de leden, hebben met ons Hoofd en enige Middelaar Christus Jezus; Die wij belijden en betuigen de beloofde Messias te zijn, het enige Hoofd van de Kerk, onze rechtvaardige Wetgever, onze enige Hogepriester, Voorspraak en Middelaar. Indien een mens of een engel het waagt zich in zijn eer en ambten in te dringen, dan verafschuwen en verfoeien wij hen ten enenmale, als lasteraars van onze soevereine en opperste Regeerder Christus Jezus.