Laden

XXI - Van de sacramenten

XXI - Van de sacramenten

De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF

ZOALS de vaderen onder de wet, Gen. 17.10. Ex. 12.32. Gen. 17.4. Num. 9.13. behalve de waarheid van de offers, twee voorname sacramenten hadden, namelijk de besnijdenis en het pascha, en zij die deze verachtten en versmaadden niet voor Gods volk werden gerekend, zo erkennen en belijden wij dat wij nu, in de tijd van het Evangelie, alleen twee voorname sacramenten hebben, door de Heere Jezus ingesteld en bevolen om gebruikt te worden door allen die voor leden van zijn lichaam gerekend willen worden, namelijk Matth. 28.19. Mark. 16.17. Matth. 26.26. Mark. 14.22. Luk. 22.19. 1 Kor. 11.24. & 10.16. de doop en het Avondmaal of de tafel van de Heere Jezus, genoemd de gemeenschap van zijn lichaam en bloed. En deze sacramenten (zowel die van het Oude als die van het Nieuwe Testament) zijn door God ingesteld, niet alleen om een zichtbaar onderscheid te maken tussen zijn volk en hen die buiten zijn verbond waren, maar ook om het geloof van zijn kinderen te oefenen, en om door het deelhebben aan diezelfde sacramenten in hun harten te verzegelen de verzekerdheid van zijn belofte, en van die allergezegendste verbinding, vereniging en gemeenschap die de uitverkorenen hebben met hun Hoofd, Christus Jezus. En zo veroordelen wij ten enenmale de ijdelheid van hen die beweren dat de sacramenten niets anders zijn dan naakte en blote tekenen. Rom. 6.3, 4, 5. Gal. 3.27. Nee, wij geloven zeker dat wij door de doop in Jezus Christus worden ingeplant, om deelgenoten te worden van zijn gerechtigheid, waardoor onze zonden bedekt en vergeven worden; en ook dat in het Avondmaal, recht gebruikt, Christus Jezus zo met ons verenigd wordt dat Hij de ware voeding en spijs van onze zielen wordt. Niet dat wij ons enige transsubstantiatie van het brood in het natuurlijke lichaam van Christus en van de wijn in zijn natuurlijke bloed inbeelden (zoals de papisten verderfelijk geleerd en verdoemelijk geloofd hebben); maar deze vereniging en gemeenschap die wij hebben met het lichaam en bloed van Christus Jezus in het rechte gebruik van de sacramenten, wordt gewerkt door de werking van de Heilige Geest, Die ons door een waar geloof boven alle dingen verheft die zichtbaar, Mark. 16.19. Luk. 24.51. Hand. 1.11. Hand. 3.21. 1 Kor. 10, enz. vleselijk en aards zijn, en ons doet voeden met het lichaam en bloed van Christus Jezus, dat eenmaal voor ons gebroken en vergoten is, dat nu in de hemel is en voor ons verschijnt in de tegenwoordigheid van zijn Vader. En niettegenstaande de verre afstand van plaats die er is tussen zijn lichaam, nu verheerlijkt in de hemel, en ons, nu sterfelijk op deze aarde, geloven wij toch zeer zeker dat het brood dat wij breken de gemeenschap is van het lichaam van Christus, en de beker die wij zegenen de gemeenschap van zijn bloed. Zodat wij belijden en zonder twijfel geloven dat de gelovigen in het rechte gebruik van de tafel des Heeren Ef. 5.30. Matth. 27.50. Mark. 15.31. Luk. 23.46. Joh. 14.30. & 6.51, 53, 54, 55, 56, 57, 58. zo het lichaam van de Heere Jezus eten en zijn bloed drinken, dat Hij in hen blijft en zij in Hem; ja, dat zij zo vlees van zijn vlees en been van zijn benen gemaakt worden, dat, zoals de eeuwige Godheid aan het vlees van Christus Jezus (dat uit eigen staat en natuur sterfelijk en vergankelijk was) leven en onsterfelijkheid gegeven heeft, zo ook het vlees en bloed van Christus Jezus, door ons gegeten en gedronken, ons dezelfde voorrechten geeft; welke, zo belijden wij, ons noch alleen op dat ogenblik gegeven worden, noch ook alleen door de eigen kracht en deugd van de sacramenten; toch bevestigen wij dat de gelovige in het rechte gebruik van de tafel des Heeren zulk een verbinding met Christus Jezus heeft als de natuurlijke mens niet kan begrijpen; ja, en verder bevestigen wij dat, hoewel de gelovige, door nalatigheid en menselijke zwakheid bezwaard, bij de handeling van het Avondmaal zelf niet zoveel profijt heeft als hij zou willen, het toch daarna vrucht zal voortbrengen, als levend zaad gezaaid in goede aarde; want de Heilige Geest, Die nooit van de rechte instelling van de Heere Jezus gescheiden kan worden, zal de gelovigen de vrucht van die geheimzinnige handeling niet onthouden. Maar dit alles, zeggen wij, komt door een waar geloof, dat Christus Jezus aangrijpt, Die alleen zijn sacramenten voor ons krachtdadig maakt. En daarom, al wie ons belastert alsof wij beweerden of geloofden dat de sacramenten alleen naakte en blote tekenen zijn, doet ons onrecht en spreekt tegen een kennelijke waarheid. Maar dit moeten wij vrijuit en rondborstig belijden, dat wij onderscheid maken tussen Christus Jezus in zijn eeuwige wezen en de elementen in de sacramentele tekenen. 1 Kor. 11.28, 29. Zodat wij noch de tekenen zullen aanbidden in plaats van hetgeen daardoor betekend wordt, noch ook hen verachten en uitleggen als onnut en ijdel, maar hen gebruiken met alle eerbied, onszelf nauwkeurig beproevend voordat wij dat doen, omdat wij door de mond van de apostel verzekerd zijn dat zulken die van dat brood eten en uit die beker drinken op onwaardige wijze, schuldig zijn aan het lichaam en bloed van de Heere Jezus.