Laden

Het voorwoord

Het voorwoord

De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF

De Geloofsbelijdenis, beleden en geloofd door de protestanten in het koninkrijk Schotland, door hen in het Parlement bekendgemaakt, en door de Staten daarvan bekrachtigd en goedgekeurd als heilzame en gezonde leer, gegrond op de onfeilbare waarheid van Gods Woord.

MATTH. 24. En dit blijde bericht van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde komen.

De Staten van Schotland, met de inwoners daarvan die het heilig Evangelie van Christus Jezus belijden, aan hun landgenoten en aan alle andere koninkrijken en volken die met hen dezelfde Heere Jezus belijden, wensen genade, barmhartigheid en vrede van God de Vader van onze Heere Jezus Christus, met de Geest van rechtvaardig oordeel, tot groet.

Lang hebben wij ernaar gedorst (geliefde broeders) de wereld bekend te maken met de hoofdsom van de leer die wij belijden, en om welke wij smaad en gevaar hebben verduurd. Maar zo groot is de woede van Satan geweest tegen ons, en tegen de eeuwige waarheid van Christus Jezus, die nu onlangs opnieuw onder ons geboren is, dat ons tot op deze dag geen tijd gegund is om ons geweten te ontlasten, zoals wij allerliefst gedaan zouden hebben: want hoe wij een heel jaar lang heen en weer geslingerd zijn, weet het grootste deel van Europa (naar wij veronderstellen) wel. Maar nu wij door de oneindige goedheid van onze God (die de zijnen die verdrukt worden nooit volkomen laat beschaamd worden) boven verwachting enige rust en vrijheid verkregen hebben, konden wij niet nalaten deze korte en eenvoudige belijdenis uit te geven van zodanige leer als ons is voorgesteld en als wij geloven en belijden; deels tot voldoening van onze broeders, van wie de harten, daaraan twijfelen wij niet, gewond zijn geweest en nog zijn door het hatelijke schelden van hen die nog niet hebben geleerd goed te spreken; en deels om de mond te stoppen van onbeschaamde lasteraars, die stoutmoedig veroordelen wat zij noch gehoord noch verstaan hebben. Niet dat wij menen dat de verkankerde boosaardigheid van zulken door deze eenvoudige belijdenis kan worden genezen; nee, wij weten dat de zoete reuk van het Evangelie de kinderen des verderfs tot de dood is en zal zijn. Maar wij hebben voornamelijk het oog op onze zwakke en tere broeders, aan wie wij de grond van ons hart zouden willen meedelen, opdat zij niet verontrust of meegesleept worden door de veelheid van geruchten die Satan tegen ons verspreidt, om deze onze allergodvruchtigste onderneming te verijdelen; en wij betuigen dat, indien iemand in deze onze belijdenis enig artikel of enige uitspraak zal opmerken die strijdt met Gods heilig Woord, het hem moge behagen ons uit zijn goedheid en omwille van de christelijke liefde daarvan schriftelijk te vermanen; en wij beloven hem op onze eer en trouw voldoening uit de mond van God (dat is, uit zijn heilige Schriften), of anders verbetering van hetgeen hij zal bewijzen verkeerd te zijn. Want wij nemen God tot getuige in ons geweten dat wij van harte alle ketterse sekten en alle leraars van dwaalleer verfoeien, en dat wij met alle ootmoed de zuiverheid van het Evangelie van Christus omhelzen, dat de enige spijs van onze zielen is, en ons daarom zo kostbaar, dat wij besloten zijn het uiterste wereldse gevaar te lijden, liever dan dat wij ons daarvan zouden laten beroven. Want hiervan zijn wij ten stelligste overtuigd, dat al wie Christus Jezus verloochent of zich voor Hem schaamt in de tegenwoordigheid van de mensen, verloochend zal worden voor de Vader en voor zijn heilige engelen. En daarom nemen wij ons vast voor, door de bijstand van de machtige Geest van diezelfde onze Heere Jezus, tot het einde te blijven in de belijdenis van dit ons geloof, volgens de artikelen die volgen.