Laden

XIV - Welke werken voor God als goed gerekend worden

XIV - Welke werken voor God als goed gerekend worden

De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF

WIJ belijden en erkennen Ex. 20.3, enz. Deut. 4.7, enz. dat God aan de mens zijn heilige wet gegeven heeft, waarin niet alleen verboden worden al zulke werken als zijn goddelijke Majesteit mishagen en beledigen, maar ook geboden worden al zulke als Hem behagen en die Hij beloofd heeft te belonen. En deze werken zijn van tweeërlei soort: de ene worden gedaan tot eer van God, de andere tot nut van onze naasten; Luk. 1.75. Micha 6.7. en beide hebben de geopenbaarde wil van God tot hun verzekering. Eén God te hebben, Hem te aanbidden en te eren, Hem in al onze noden aan te roepen, zijn heilige Naam te eerbiedigen, zijn Woord te horen, het te geloven, aan zijn heilige sacramenten deel te hebben, zijn de werken van de eerste tafel. Ef. 6.17. Ezech. 22.1, enz. 1 Kor. 6.19, 20 1 Thess. 4.4, 5, 6 Jer. 22.3 9 9, enz. Vader en moeder te eren, en vorsten, regeerders en hogere machten; hen lief te hebben, hen te ondersteunen, ja, hun bevelen te gehoorzamen (voor zover die niet strijden met het gebod van God); het leven van onschuldigen te redden, de tirannie te beteugelen, de verdrukten te verdedigen, onze lichamen rein en heilig te houden, Jes. 50.1, enz. 1 Thess. 4 6. Rom. 13.2. Ezech. 22.13. 1 Joh. 3 4. in soberheid en matigheid te leven, rechtvaardig met alle mensen te handelen, zowel in woord als in daad, en ten slotte de begeerte om onze naaste schade te doen te onderdrukken, zijn de goede werken van de tweede tafel, die God zeer welgevallig en aangenaam zijn, omdat deze werken door Hemzelf geboden zijn. Het tegendeel daarvan is een allerhatelijkste zonde, die Hem altijd mishaagt en Hem tot toorn verwekt; zoals: niet Hem alleen aan te roepen wanneer wij in nood zijn, zijn Woord niet met eerbied te horen, het te verachten en te versmaden, afgoden te hebben of te aanbidden, afgoderij te handhaven en te verdedigen, de eerbiedwaardige Naam van God licht te achten, de sacramenten van Christus Jezus te ontheiligen, te misbruiken of te verachten, Rom. 14.23. ongehoorzaam te zijn aan of weerstand te bieden aan iemand die God in gezag heeft gesteld (zolang zij de grenzen van hun ambt niet overschrijden), te moorden of daarin toe te stemmen, Hebr. 11.6. haat te dragen, of toe te laten dat onschuldig bloed vergoten wordt, 1 Sam. 15.22. als wij het kunnen verhinderen; en ten slotte belijden en bevestigen wij dat de overtreding van enig ander gebod van de eerste of de tweede tafel zonde is, 1 Kor. 10.31. waardoor Gods brandend ongenoegen ontstoken wordt tegen de hoogmoedige en ondankbare wereld. 1 Joh. 3.4. Zodat wij bevestigen dat goede werken alleen die zijn welke gedaan worden in het geloof en op het gebod van God, Die in zijn wet heeft uitgedrukt wat de dingen zijn die Hem behagen; Jes. 29.19. en boze werken, zo bevestigen wij, zijn niet alleen die welke uitdrukkelijk tegen Gods gebod gedaan worden, Matth. 15.9. maar ook die welke in zaken van religie en van de aanbidding van God geen andere verzekering hebben dan de vinding en het goeddunken van de mens, Mark. 7.7. die God van het begin af altijd verworpen heeft, zoals wij door de profeet Jesaja en door onze Meester Christus Jezus geleerd worden met deze woorden: Tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen die geboden van mensen zijn.