Laden

XXV - De gaven die de Kerk om niet gegeven zijn

XXV - De gaven die de Kerk om niet gegeven zijn

De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF

Hoewel het Woord van God waarachtig gepredikt, de sacramenten recht bediend en de tucht uitgeoefend naar het Woord van God, de zekere en onfeilbare tekenen van de ware Kerk zijn, Matth. 13.24, 25, 26, enz. bedoelen wij toch niet dat ieder bijzonder persoon die met zulk een gezelschap verenigd is, een uitverkoren lid van Christus Jezus is; want wij erkennen en belijden dat dolik, onkruid en kaf gezaaid kunnen worden, in grote overvloed opgroeien en midden tussen de tarwe liggen, Matth. 13 20, 21 dat is, dat de verworpenen met de gemeenschap van de uitverkorenen verenigd kunnen zijn en uiterlijk met hen de weldaden van het Woord en de sacramenten kunnen gebruiken. Rom. 10.9, 13. Maar zulken, die slechts tijdelijke belijders zijn met de mond maar niet met het hart, vallen af en volharden niet tot het einde. En daarom hebben zij geen vrucht van de dood, de opstanding en de hemelvaart van Christus. Maar zulken die met een ongeveinsd hart geloven en met de mond vrijmoedig de Heere Jezus belijden (zoals wij hiervoor gezegd hebben), zullen zeer zeker deze gaven ontvangen, Rom. 7, enz. 2 Kor. 5.21. ten eerste, in dit leven de vergeving van de zonden, en dat alleen door het geloof in het bloed van Christus, in zoverre dat, hoewel de zonde in deze sterfelijke lichamen overblijft en voortdurend blijft, Joh. 5.28, 29. Openb. 20.13. Job 19.25, 26, 27. zij ons toch niet wordt toegerekend, maar vergeven en bedekt wordt met de gerechtigheid van Christus. Ten tweede, in het algemene oordeel zal aan iedere man en vrouw de opstanding van het vlees gegeven worden. Want de zee zal haar doden teruggeven, de aarde hen die daarin besloten zijn; ja, de Eeuwige, onze God, zal zijn hand uitstrekken over het stof, Matth. 25 31. Openb. 14.10. en de doden zullen onverderfelijk opstaan, en dat in het wezen van hetzelfde vlees dat ieder mens nu draagt, om naar hun werken heerlijkheid of straf te ontvangen. Want zulken die nu behagen scheppen in ijdelheid, Rom. 2.7, 8, 9, 10. wreedheid, onreinheid, bijgeloof of afgoderij, zullen verwezen worden tot het onuitblusbare vuur, Fil. 3 21. 1 Kor. 15.28. waarin zij voor eeuwig gepijnigd zullen worden, zowel in hun lichaam als in hun zielen, die zij nu overgeven om de duivel te dienen in alle gruwel. Maar zulken die tot het einde volharden in het goeddoen, de Heere Jezus vrijmoedig belijdend, zo geloven wij standvastig, zullen heerlijkheid, eer en onsterfelijkheid ontvangen, om voor eeuwig te regeren in het eeuwige leven met Christus Jezus, aan Wiens verheerlijkt lichaam al zijn uitverkorenen gelijkvormig gemaakt zullen worden, wanneer Hij weer zal verschijnen ten oordeel en het Koninkrijk zal overgeven aan God, zijn Vader, Die dan zal zijn en altijd zal blijven alles in allen, God, geloofd tot in eeuwigheid. Hem, met de Zoon en met de Heilige Geest, zij alle eer en heerlijkheid, nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Sta op, o Heere, en laat Uw vijanden beschaamd worden; laat hen die Uw heilige Naam haten, vlieden van Uw aangezicht. Geef Uw dienstknechten kracht om Uw Woord met vrijmoedigheid te spreken, en laat alle volken tot Uw ware kennis komen.