Laden

XXII - Van de rechte bediening van de sacramenten

XXII - Van de rechte bediening van de sacramenten

De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF

Opdat de sacramenten recht bediend worden, achten wij twee dingen noodzakelijk. Het eerste, dat zij bediend worden door wettige dienaren, van wie wij bevestigen dat het alleen zij zijn die tot de prediking van het Woord zijn aangesteld, in wier mond God enige predicatie van vermaning gelegd heeft, en die mannen zijn die daartoe door enige kerk wettig gekozen zijn. Het andere, dat zij bediend worden met zulke elementen en op zulk een wijze als God verordend heeft. Anders, zo bevestigen wij, houden zij op rechte sacramenten van Christus Jezus te zijn. En daarom is het dat wij de gemeenschap met de pauselijke kerk in het deelhebben aan haar sacramenten ontvluchten: ten eerste, omdat haar dienaren geen dienaren van Jezus Christus zijn (ja, Matth. 26.26, enz. Mark. 14.22, enz. Luk. 22.19, enz. 1 Kor. 11.24. wat nog afschuwelijker is: zij laten vrouwen, die de Heilige Geest niet toestaat in de gemeente te leren, dopen); en ten tweede, omdat zij zowel het ene als het andere sacrament zo met hun eigen vindingen vervalst hebben, dat geen deel van de handeling van Christus in haar oorspronkelijke zuiverheid blijft. Want olie, zout, speeksel en dergelijke bij de doop zijn slechts menselijke vindingen; aanbidding, verering, het ronddragen door straten en steden, en het bewaren van het brood in doosjes zijn ontheiliging van de sacramenten van Christus, en geen gebruik daarvan. Want Christus Jezus zei: Neemt, eet, enz. Doet dit tot mijn gedachtenis. Door welke woorden en welk bevel Hij brood en wijn geheiligd heeft om het sacrament van zijn lichaam en bloed te zijn, opdat het ene gegeten zou worden en allen uit het andere zouden drinken, en niet opdat zij bewaard zouden worden om als God aanbeden en geëerd te worden, zoals de blinde papisten tot nu toe gedaan hebben, die ook heiligschennis begaan hebben door het volk een deel van het sacrament te ontroven, namelijk de gezegende beker. Bovendien wordt, opdat de sacramenten recht gebruikt worden, vereist dat het doel en de reden waarom de sacramenten ingesteld zijn, begrepen en in acht genomen worden, zowel door de dienaar als door de ontvangers. Want als de bedoeling in de ontvanger veranderd wordt, houdt het rechte gebruik op; wat zeer duidelijk blijkt uit de verwerping van de offers (zoals ook wanneer de leraar valse leer leert), die God hatelijk en een gruwel waren (hoewel zij zijn eigen inzettingen waren), omdat goddeloze mensen ze tot een ander doel gebruikten dan God verordend had. Hetzelfde bevestigen wij van de sacramenten in de pauselijke kerk, waarin, zo bevestigen wij, de gehele handeling van de Heere Jezus vervalst is, zowel in de uiterlijke vorm als in het doel en de bedoeling. Wat Christus Jezus deed Let wel. en beval te doen, blijkt duidelijk uit de drie evangelisten die van het sacrament spreken, en uit de heilige Paulus; wat de priester aan zijn altaar doet, behoeven wij niet te verhalen. Het doel en de reden van de instelling van Christus, en waarom die zelf gebruikt zou worden, is uitgedrukt in deze woorden: Doet dit tot mijn gedachtenis; 1 Kor. 11.25, 26 zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze beker zult drinken, zult gij de dood des Heeren verkondigen (dat is, verheffen, prediken, grootmaken en prijzen), totdat Hij komt. Maar tot welk doel en in welke bedoeling de priesters hun missen lezen, laten de woorden van hun eigen leraars en geschriften getuigen, namelijk dat zij middelaars zijn tussen Christus en zijn Kerk, Hebr. 9.27, 28 om God de Vader een verzoenend offer op te offeren voor de zonden van de levenden en de doden. Welke leer, als lasterlijk jegens Christus Jezus en afbreuk doende aan de genoegzaamheid van zijn enig offer, eenmaal geofferd tot reiniging van allen die geheiligd zullen worden, wij ten enenmale verfoeien, verafschuwen en verzaken.