XVIII - Van de kentekenen waardoor de ware Kerk van de valse onderscheiden wordt, en wie rechter zal zijn over de leer
XVIII - Van de kentekenen waardoor de ware Kerk van de valse onderscheiden wordt, en wie rechter zal zijn over de leer
De Schotse Geloofsbelijdenis van 1560 (Scots Confession), volledige tekst: de geloofsbelijdenis van de Kerk van Schotland tot de Westminster Geloofsbelijdenis, met gratis PDF
Omdat Satan van het begin af gepoogd heeft zijn verderfelijke synagoge te tooien met de titel van de Kerk van God, Gen. 4.8. Gen. 21.9. Gen. 27.41. Matth. 23.34. Joh. 15.18, 19. en de harten van wrede moordenaars heeft ontstoken om de ware Kerk en haar leden te vervolgen, te kwellen en te verontrusten, zoals Kaïn deed met Abel, Ismaël met Izak, Ezau met Jakob, en het gehele priesterdom van de Joden met Jezus Christus Zelf Joh. 11 35. Joh. 15.20, 24. en met zijn apostelen na Hem, is het een zeer noodzakelijke zaak dat de ware Kerk van de vuile synagoge onderscheiden wordt door duidelijke en volmaakte kentekenen, Hand. 4.1, enz. Hand. 5.17, enz. Gen. 4 1. Ps. 48.1, 2. opdat wij niet, bedrogen zijnde, tot onze eigen verdoemenis het ene voor het andere aannemen en omhelzen. De kentekenen, tekenen en zekere merktekenen waardoor de onbevlekte bruid van Christus Jezus gekend wordt van de afschuwelijke hoer, de boosaardige kerk, Matth. 5.35. Joh. 12.42. Ef. 2.20. Hand. 2.42. zijn, zo bevestigen wij, noch ouderdom, noch aangematigde titel, noch opvolging in rechte lijn, noch een aangewezen plaats, noch een menigte van mensen die enige dwaling goedkeurt. Want Kaïn werd in leeftijd en titel boven Abel en Seth gesteld; Jeruzalem had voorrang boven alle plaatsen van de aarde, Joh. 10, 27. waar ook de priesters waren die in rechte lijn van Aäron afstamden, en een grotere menigte volgde de schriftgeleerden, Joh. 18.37. farizeeën en priesters dan er ongeveinsd in Christus Jezus en zijn leer geloofden en die goedkeurden; 1 Kor. 1 13. en toch zal (naar wij veronderstellen) niemand met een gezond oordeel toegeven dat iemand van de voornoemden de Kerk van God was. De kentekenen dan van de ware Kerk van God, zo geloven, belijden en betuigen wij, zijn ten eerste de ware prediking van het Woord van God, 1 Kor. 11.20, 23. waarin God Zich aan ons geopenbaard heeft, zoals de geschriften van de profeten en apostelen verklaren; Matth. 28 19 20 Mark. 16.15. Rom. 4 11. Matth. 18 20. 1 Kor. 1.2. 2 Kor. 1.1. Gal. 1 2. Ef. 1 1. Hand. 16.9, 10.18. ten tweede, de rechte bediening van de sacramenten van Christus Jezus, die met het woord en de belofte van God verbonden moeten zijn, om die in onze harten te verzegelen en te bevestigen; ten laatste, de kerkelijke tucht, oprecht bediend zoals Gods Woord voorschrijft, waardoor de ondeugd onderdrukt en de deugd gevoed wordt. Waar dan deze voornoemde kentekenen gezien worden en enige tijd voortduren (al is het getal nog zo klein, boven twee of drie), daar is zonder enige twijfel de ware Kerk van Christus, Die volgens zijn belofte in het midden van hen is; 1 Kor. 1. enz. Hand. 20.17, enz. Joh. 20.31. 2 Tim. 3 16 17 2 Petr. 1 20, 21. niet die algemene (waarvan wij hiervoor gesproken hebben), maar een bijzondere, zoals die was in Korinthe, Galatië, Efeze en andere plaatsen, waarin de bediening door Paulus geplant was, en die door hemzelf de gemeenten van God genoemd werden. En zulke kerken, belijden wij, de inwoners van het koninkrijk Schotland, belijders van Christus Jezus, te hebben in onze steden, dorpen en gereformeerde plaatsen. Want de leer die in onze kerken geleerd wordt, is vervat in het geschreven Woord van God, namelijk in de boeken van het Nieuwe en het Oude Testament; wij bedoelen die boeken die van oudsher als canoniek beschouwd zijn, waarin, zo bevestigen wij, alle dingen die tot de zaligheid van het mensdom geloofd moeten worden, genoegzaam uitgedrukt zijn. Joh. 5 29. De uitlegging daarvan, belijden wij, komt noch aan enig bijzonder of openbaar persoon toe, noch ook aan enige kerk vanwege enige voorrang of enig voorrecht, persoonlijk of plaatselijk, dat de ene boven de andere heeft, maar komt toe aan de Geest van God, Ef. 4 4 door Wie ook de Schrift geschreven is. Wanneer er dan onenigheid ontstaat over het rechte verstand van enige plaats of uitspraak van de Schrift, of over de hervorming van enig misbruik binnen de Kerk van God, moeten wij niet zozeer letten op wat mensen vóór ons gezegd en gedaan hebben, als wel op hetgeen de Heilige Geest eenstemmig spreekt in het lichaam van de Schriften, en op hetgeen Christus Jezus Zelf deed en beval te doen. Want dit is een zaak die algemeen wordt toegestemd, dat de Geest van God, Die de Geest van eenheid is, in niets met Zichzelf in strijd is. Indien dan de uitlegging, bepaling of uitspraak van enige leraar, kerk of concilie strijdt met het duidelijke Woord van God, geschreven in enige andere plaats van de Schrift, dan is het een zeer zekere zaak dat daarin niet het ware verstand en de ware bedoeling van de Heilige Geest is, al zouden concilies, koninkrijken en volken die goedgekeurd en aangenomen hebben. Want wij durven geen uitlegging aannemen en toelaten die strijdt met enig hoofdpunt van ons geloof, of met enige andere duidelijke tekst van de Schrift, of ook met de regel van de liefde.