Voorwoord van de Vergadering (1647)
Voorwoord van de Vergadering (1647)
De eerste vijftien Artikelen van de Kerk van Engeland, herzien door de Westminster Vergadering, met hun schriftplaatsen, vergeleken met de tekst van 1638; gratis PDF
Aan het achtbare Huis der GEMEENTEN, in het Parlement vergaderd.
De Vergadering ontving bij haar eerste zitting een bevel van beide achtbare Huizen van het Parlement, gedagtekend 5 juli 1643, waarbij haar werd opgedragen de tien eerste Artikelen van de 39 Artikelen van de Kerk van Engeland in overweging te nemen, om de leer daarvan van alle lasteringen en valse uitleggingen te bevrijden en te verdedigen. In gehoorzaamheid daaraan namen zij terstond de genoemde tien eerste Artikelen in overweging. Daarna ontvingen zij een ander bevel voor de negen daaropvolgende, en namen die dienovereenkomstig in overweging. Maar daar wij door beide genoemde bevelen alleen beperkt waren tot het ophelderen en verdedigen daarvan, hebben wij, hoewel wij ons daartoe genoodzaakt zagen er enige aan te brengen, toch minder veranderingen daarin en toevoegingen daaraan gemaakt dan wij anders dienstig zouden hebben geacht, indien de gehele zaak ons zonder zulk een beperking was overgelaten, daar wij van oordeel waren dat vele dingen nog gebrekkig bleven, en ook andere uitdrukkingen verdienden veranderd te worden. En hierin zijn wij slechts gekomen tot de voltooiing van vijftien Artikelen, omdat het beide Huizen behaagde ons bij een bevel gedagtekend 12 oktober 1643 op te dragen het overige ter zijde te leggen en het werk van de kerkregering aan te vatten; en ons daarna bij een ander bevel te belasten met het opstellen van een Geloofsbelijdenis voor de drie Koninkrijken, overeenkomstig de Plechtige Liga en Verbond. In welke Belijdenis wij niets hebben weggelaten van wat in de vorige Artikelen wezenlijk was en noodzakelijk behouden moest worden. Nadat wij die voltooid en aan beide Huizen aangeboden hadden, zouden wij ons ervan onthouden hebben deze vijftien Artikelen aan te bieden (zowel als een in verscheidene opzichten onvolkomen stuk, als omdat het geheel alleen betrekking heeft op de Kerk van Engeland), ware het niet dat ons anders bevolen werd door een bevel van het achtbare Huis der Gemeenten, gedagtekend 7 december 1646. Overeenkomstig daarmee bieden wij ze aan als volgt.