Artikel 2. Van het Woord of de Zoon van God, die waarachtig mens geworden is
Artikel 2. Van het Woord of de Zoon van God, die waarachtig mens geworden is
De eerste vijftien Artikelen van de Kerk van Engeland, herzien door de Westminster Vergadering, met hun schriftplaatsen, vergeleken met de tekst van 1638; gratis PDF
Doorgehaald: wat de Vergadering schrapte of veranderde. Onderstreept: wat zij toevoegde of ervoor in de plaats stelde.
Kerk van Engeland (uitgave van 1638)
De Zoon, die het Woord des Vaders is, van eeuwigheid uit de Vader geboren, de ware en eeuwige God, van één wezen met de Vader, heeft de menselijke natuur aangenomen in de schoot van de gezegende Maagd, uit haar wezen: zodat twee gehele en volmaakte naturen, dat is te zeggen de Godheid en mensheid, in één persoon samengevoegd zijn, om nooit gescheiden te worden, waaruit één Christus is, waarachtig God en waarachtig mens, die waarlijk geleden heeft, gekruisigd, gestorven en begraven is, om zijn Vader met ons te verzoenen, en om een offer te zijn niet alleen voor de erfschuld, maar ook voor de dadelijke zonden der mensen.
Herziening door de Vergadering (1647)
De Zoon, die het Woord des Vaders is, van eeuwigheid uit de Vader geborena, de wareb en eeuwige Godc, van één wezen met de Vaderd, heeft de menselijke natuur aangenomen in de schoot van de gezegende Maagd, uit haar wezene. Zodat twee gehele en volmaakte naturen, dat is te zeggen de Godheid en de mensheid, in één persoon samengevoegd zijn, om nooit gescheiden te worden, waaruit één Christus is, waarachtig God en waarachtig mensf, die om onzentwil waarlijk de smartelijkste kwellingen in zijn ziel van God geleden heeftg, gekruisigd, gestorven en begraven ish, om zijn Vader met ons te verzoeneni, en om een offer te zijn niet alleen voor de erfschuld, maar ook voor al de dadelijke zonden der mensenk.
Schriftplaatsen van de druk
- a. Spreuken 8:22-31; Johannes 1:1,2,14.
- b. 1 Johannes 5:20; Romeinen 9:5.
- c. Johannes 17:5; Hebreeën 1:8; Psalm 45:6.
- d. Johannes 10:30; Hebreeën 1:3.
- e. Johannes 1:14; Jesaja 7:14; Lucas 1:35; Galaten 4:4.
- f. Jesaja 7:14; Mattheüs 1:23; Romeinen 1:3,4; Hebreeën 13:8.
- g. Jesaja 53:10,11; Markus 14:33,34.
- h. 1 Petrus 2:24; Filippenzen 2:8; 1 Korintiërs 15:3,4.
- i. Ezechiël 16:63; Romeinen 3:25; 2 Korintiërs 5:19.
- k. Jesaja 53:10; Efeziërs 5:2; 1 Johannes 1:7; Hebreeën 9:26.