Laden

II - Van het bestuur van de Kerk, en van de personen en ambtsdragers aan wie de bediening ervan is toevertrouwd

II - Van het bestuur van de Kerk, en van de personen en ambtsdragers aan wie de bediening ervan is toevertrouwd

Het Tweede Boek der Discipline van de Kerk van Schotland (1578), volledige tekst: de eerste verhandeling over de presbyteriaanse kerkregering, met gratis PDF

ZOALS in het burgerlijk bestuur het gehele gemenebest bestaat uit hen die regeerders of overheden zijn, en hen die geregeerd worden, of onderdanen, zo zijn ook in het bestuur van de Kerk sommigen aangesteld om te regeren, en de overige leden ervan om geregeerd te worden en te gehoorzamen, naar het Woord van God en de ingeving van Zijn Geest, altijd onder één Hoofd en opperste Regeerder, Jezus Christus.

Verder bestaat het gehele bestuur van de Kerk in drie dingen: in leer, tucht en uitdeling. Met de leer is de bediening van de sacramenten verbonden; en naar de delen van deze indeling ontstaat er een soort drievoudige ambtsdragers in de Kerk, te weten: dienaren die prediken, ouderlingen die regeren, en diakenen die uitdelen. En deze allen kunnen met een algemeen woord dienaren van de Kerk genoemd worden. Want hoewel de Kerk van God geregeerd en bestuurd wordt door Jezus Christus, Die haar enige Koning, Hogepriester en Hoofd is, gebruikt Hij toch de bediening van mensen, als het meest noodzakelijke middel tot dit doel.

Want zo heeft Hij van tijd tot tijd, vóór de wet, onder de wet en in de tijd van het Evangelie, tot onze grote troost, mannen verwekt, begiftigd met de gaven van de Geest, voor het geestelijk bestuur van Zijn Kerk, door wie Hij Zijn eigen macht uitoefent, door Zijn Geest en Woord, tot opbouw van diezelfde Kerk.

En om alle gelegenheid tot tirannie weg te nemen, wil Hij dat zij regeren met onderlinge instemming van de broeders en in gelijkheid van macht, ieder naar zijn bediening.

In het Nieuwe Testament en in de tijd van het Evangelie heeft Hij de bediening gebruikt van de apostelen, profeten, evangelisten, herders en doctoren in de bediening van het Woord; het ouderlingschap tot goede orde en bediening van de tucht; het diakenschap om de zorg te hebben over de kerkelijke goederen.

Sommige van deze kerkelijke bedieningen zijn gewoon, en sommige buitengewoon of tijdelijk. Er zijn drie buitengewone bedieningen: het ambt van de apostel, van de evangelist en van de profeet, die niet blijvend zijn en nu in de Kerk van God opgehouden hebben, behalve wanneer het God behaagde er sommigen van op buitengewone wijze voor een tijd weer te verwekken.

Er zijn vier gewone bedieningen of ambten in de Kerk van God: het ambt van de herder, dienaar of bisschop; de doctor; de presbyter of ouderling; en de diaken.

Deze ambten zijn gewoon en behoren blijvend in de Kerk voort te duren, als noodzakelijk voor haar bestuur en orde, en geen andere ambten behoren ontvangen of geduld te worden in de Kerk van God, die naar Zijn Woord ingericht is.

Daarom behoren alle eerzuchtige titels die in het rijk van de Antichrist en in zijn aangematigde hiërarchie verzonnen zijn, en die niet tot een van deze vier soorten behoren, samen met de ambten die daarvan afhangen, in één woord verworpen te worden.