Laden

VII - Van de ouderlingschappen, de vergaderingen en de tucht

VII - Van de ouderlingschappen, de vergaderingen en de tucht

Het Tweede Boek der Discipline van de Kerk van Schotland (1578), volledige tekst: de eerste verhandeling over de presbyteriaanse kerkregering, met gratis PDF

Ouderlingschappen en vergaderingen zijn gewoonlijk samengesteld uit herders, doctoren en zulken die wij gewoonlijk ouderlingen noemen, die niet in het Woord en de leer arbeiden, van wie en van wier afzonderlijke macht gesproken is.

Vergaderingen zijn er van vier soorten. Want zij zijn óf van bijzondere kerken en gemeenten, één of meer, óf van een provincie, óf van een geheel volk, óf van alle en verscheidene volken die de ene Jezus Christus belijden.

Alle kerkelijke vergaderingen hebben macht om wettig samen te komen tot behandeling van dingen die de Kerk aangaan en tot hun last behoren.

Zij hebben macht om daartoe tijden en plaatsen vast te stellen, en in de ene bijeenkomst de dag, tijd en plaats voor een andere te bepalen.

In alle vergaderingen moet een moderator gekozen worden met algemene instemming van alle broeders die samengekomen zijn, die de zaken moet voorstellen, de stemmen opnemen, en goede orde in de vergaderingen doen bewaren.

Er moet zorg gedragen worden, voornamelijk door de moderator, dat alleen kerkelijke zaken in de vergaderingen behandeld worden, en dat men zich niet inlaat met iets wat tot de burgerlijke rechtsmacht behoort.

Iedere vergadering heeft macht om uit haar midden, uit haar eigen getal, één of meer visitatoren uit te zenden, om te zien hoe alle dingen geregeld worden binnen het gebied van haar rechtsmacht.

De visitatie van meer kerken is geen gewoon kerkelijk ambt in de persoon van één man, en ook mag de naam van bisschop niet alleen aan de visitator toegekend worden, en het is ook niet noodzakelijk dat die altijd bij de persoon van één man blijft; maar het is de taak van het ouderlingschap, bekwame personen uit te zenden om pro re nata te visiteren.

Het einddoel van de vergaderingen is ten eerste de religie en de leer zuiver te bewaren, zonder dwaling en verderf. Ten tweede, welvoeglijkheid en goede orde in de Kerk te bewaren.

Ter wille van deze orde mogen zij zekere regels en bepalingen maken die betrekking hebben op het goede gedrag van alle leden van de Kerk in hun roeping.

Zij hebben ook macht om alle verordeningen en inzettingen aangaande kerkelijke zaken af te schaffen en op te heffen, die schadelijk en onnut bevonden worden, en niet met de tijd overeenkomen, of door het volk misbruikt worden.

Zij hebben macht om kerkelijke tucht en straf uit te oefenen over alle overtreders en hoogmoedige verachters van de goede orde en het bestuur van de Kerk; en zo is de gehele tucht in hun handen.

De eerste soort van vergaderingen, hoewel zij binnen bijzondere gemeenten zijn, oefent toch de macht, het gezag en de rechtsmacht van de Kerk uit met onderlinge instemming, en draagt daarom soms de naam van de kerk.

Wanneer wij spreken van de ouderlingen van de bijzondere gemeenten, bedoelen wij niet dat iedere bijzondere parochiekerk haar eigen bijzonder ouderlingschap kan of mag hebben, vooral op het platteland; maar wij menen dat drie, vier, meer of minder bijzondere kerken één ouderlingschap mogen hebben dat hun allen gemeen is, om hun kerkelijke zaken te oordelen.

Toch is dit gepast, dat sommigen van de ouderlingen uit iedere bijzondere gemeente gekozen worden, om met de overige broeders in de gemeenschappelijke vergadering samen te werken, en de aanklachten van ergernissen binnen hun eigen kerken op te nemen en die voor de vergadering te brengen.

Dit maken wij op uit de praktijk van de eerste Kerk, waar ouderlingen of colleges van oudsten in steden en aanzienlijke plaatsen ingesteld waren.

De macht van deze bijzondere ouderlingschappen is, naarstig te arbeiden in het gebied dat aan hun zorg toevertrouwd is, opdat de kerken in goede orde gehouden worden; naarstig onderzoek te doen naar slechte en ongeregelde personen, en moeite te doen om hen weer op de weg te brengen, hetzij door vermaning of bedreiging met Gods oordelen, hetzij door tuchtiging.

Het behoort aan het ouderlingschap, er acht op te geven dat het Woord van God binnen zijn gebied zuiver gepredikt wordt, de sacramenten recht bediend, de tucht recht gehandhaafd, en de kerkelijke goederen onbedorven uitgedeeld worden.

Het behoort aan deze soort van vergadering, de verordeningen die door de provinciale, nationale en algemene vergaderingen gemaakt zijn, te doen onderhouden en ten uitvoer te brengen.

Bepalingen te maken die τὸ πρέπον in de Kerk betreffen, tot welvoeglijke orde van die bijzondere kerken die zij regeren; mits zij geen regels veranderen die door de algemene of provinciale vergaderingen gemaakt zijn, en mits zij de provinciale vergaderingen vooraf in kennis stellen van de regels die zij zullen maken, en die afschaffen welke tot schade daarvan strekken.

Zij heeft macht om de hardnekkigen te excommuniceren.

De macht van verkiezing van hen die kerkelijke lasten dragen, behoort aan deze soort van vergadering binnen haar eigen gebied, wanneer zij goed opgericht is en samengesteld uit vele herders en ouderlingen van voldoende bekwaamheid.

Om dezelfde reden behoort ook hun afzetting aan deze soort van vergadering, zoals van hen die dwalende en bedorven leer onderwijzen, die van ergerlijk leven zijn en na vermaning niet ophouden, die zich overgeven aan scheuring of opstand tegen de Kerk, openbare godslastering, simonie, omkoping door geschenken, valsheid, meineed, hoererij, diefstal, dronkenschap, vechten dat naar de wet strafwaardig is, woeker, dansen, eerloosheid, en alle anderen die afscheiding van de Kerk verdienen.

Ook zij die geheel onbekwaam bevonden worden om hun last uit te oefenen, moeten afgezet worden, waarvan andere kerken verwittigd moeten worden, opdat zij de afgezette personen niet ontvangen.

Toch behoren zij niet afgezet te worden, die door ouderdom, ziekte of andere voorvallen ongeschikt worden om hun ambt te vervullen; in welk geval hun eer hun behoort te blijven, hun kerk hen moet onderhouden, en anderen voorzien moeten worden om hun ambt te vervullen.

Provinciale vergaderingen noemen wij wettige bijeenkomsten van de herders, doctoren en andere ouderlingen van een provincie, vergaderd voor de gemeenschappelijke zaken van de kerken daarvan, die ook de conferentie van de kerk en de broeders genoemd kunnen worden.

Deze vergaderingen zijn ingesteld om gewichtige zaken te behandelen met onderlinge instemming en bijstand van de broeders binnen die provincie, naar de nood het vereist.

Deze vergadering heeft macht om alle dingen te behandelen, te regelen en te herstellen die in de bijzondere vergaderingen misdaan of verkeerd gedaan zijn.

Zij heeft macht om de ambtsdragers van die provincie af te zetten om goede en rechtvaardige redenen die ontzetting verdienen.

En in het algemeen hebben deze vergaderingen de gehele macht van de bijzondere ouderlingschappen waaruit zij samengesteld zijn.

De nationale vergadering, die voor ons de algemene is, is een wettige bijeenkomst van alle kerken van het rijk of volk waar zij gebruikt en vergaderd wordt, voor de gemeenschappelijke zaken van de Kerk, en kan het algemeen ouderlingschap van alle kerken in het rijk genoemd worden. Niemand is verplicht zich naar deze vergadering te begeven om te stemmen, dan kerkelijke personen, in zulk een getal als door diezelfde vergadering goedgevonden zal worden, zonder andere personen uit te sluiten die zich naar de genoemde vergadering willen begeven om voor te stellen, te horen en te beraadslagen.

Deze vergadering is ingesteld opdat alle dingen die in de provinciale vergaderingen misdaan of verkeerd gedaan zijn, hersteld en behandeld worden, en opdat de dingen die in het algemeen dienen tot welzijn van het gehele lichaam van de Kerk binnen het rijk, voorzien, behandeld en tot Gods eer voorgesteld worden.

Zij moet er zorg voor dragen dat er kerken geplant worden op plaatsen waar zij niet geplant zijn.

Zij moet de regel voorschrijven hoe de andere twee soorten van vergaderingen in alle dingen moeten handelen.

Deze vergadering moet er acht op geven dat de geestelijke en de burgerlijke rechtsmacht niet tot schade van de Kerk vermengd worden; dat het patrimonium van de Kerk niet verteerd noch misbruikt wordt; en in het algemeen behoort zij, aangaande alle gewichtige zaken die het welzijn en de goede orde van alle kerken van het rijk aangaan, haar gezag daarin te doen gelden.

Er is behalve deze nog een andere, meer algemene soort van vergadering, die van alle volken en alle standen van personen binnen de Kerk is, die de algemene Kerk van Christus vertegenwoordigt, en die eigenlijk de algemene vergadering of het algemeen concilie van de Kerk van God genoemd kan worden.

Deze vergaderingen werden in het bijzonder aangesteld en samengeroepen wanneer er enige grote scheuring of strijd in de leer in de Kerk ontstond, en werden bijeengeroepen op bevel van de godvrezende keizers die er in die tijd waren, om scheuringen binnen de algemene Kerk van God te vermijden; en omdat zij niet tot de bijzondere staat van enig rijk behoren, houden wij op er verder over te spreken.