IV - Van de ambtsdragers in het bijzonder, en eerst van de herders of dienaren
IV - Van de ambtsdragers in het bijzonder, en eerst van de herders of dienaren
Het Tweede Boek der Discipline van de Kerk van Schotland (1578), volledige tekst: de eerste verhandeling over de presbyteriaanse kerkregering, met gratis PDF
Herders, bisschoppen of dienaren zijn zij die over bijzondere gemeenten aangesteld zijn, die zij regeren door het Woord van God, en waarover zij waken. Met het oog daarop worden zij soms herders genoemd, omdat zij hun gemeente weiden; soms Episcopi of bisschoppen, omdat zij over hun kudde waken; soms dienaren, vanwege hun dienst en ambt; en soms ook presbyters of oudsten, vanwege de ernst van zeden die zij behoren te hebben in de zorg voor het geestelijk bestuur, dat hun zeer dierbaar behoort te zijn.
Zij die tot de bediening geroepen worden, of die zich daartoe aanbieden, behoren niet verkozen te worden zonder dat hun een bepaalde kudde toegewezen wordt.
Niemand behoort zich in dit ambt in te dringen of het zich aan te matigen zonder wettige roeping.
Zij die eenmaal door God geroepen en door mensen behoorlijk verkozen zijn, mogen, nadat zij eenmaal de last van de bediening aanvaard hebben, hun bediening niet verlaten.
Zij die haar verlaten, moeten vermaand worden, en in geval van hardnekkigheid tenslotte geëxcommuniceerd.
Geen herder mag zijn kudde verlaten zonder verlof van de provinciale of nationale vergadering; en indien hij dat doet, laten dan, nadat vermaningen niet opgevolgd zijn, de censuren van de Kerk hem treffen.
Aan de herders behoort het onderwijzen van het Woord van God, tijdig en ontijdig, in het openbaar en in het bijzonder, altijd arbeidend om te stichten en zijn geweten te kwijten, zoals Gods Woord hem voorschrijft.
Aan de herders alleen behoort de bediening van de sacramenten, op dezelfde wijze als de bediening van het Woord; want beide zijn door God ingesteld als middelen om ons te onderwijzen, het ene door het oor, en het andere door de ogen en de andere zintuigen, opdat door beide de kennis naar het verstand overgebracht wordt.
Om dezelfde reden behoort het aan de herder, voor het volk te bidden, en met name voor de kudde die aan zijn zorg toevertrouwd is, en hen te zegenen in de Naam van de Heere, Die niet zal toelaten dat de zegeningen van Zijn getrouwe knechten vergeefs zijn.
Hij behoort ook te waken over de zeden van zijn kudde, opdat hij de leer des te beter op hen kan toepassen, door de losbandigen te bestraffen en de godvrezenden te vermanen te volharden in de vreze des Heeren.
Het behoort aan de dienaar, na wettige behandeling door het ouderlingschap, het vonnis van binden en ontbinden over enig persoon uit te spreken, naar de macht van de sleutels die aan de Kerk verleend is.
Evenzo behoort het hem, na wettige behandeling van de zaak door het ouderlingschap, het huwelijk te voltrekken tussen hen die daarin verenigd zullen worden, en de zegen van de Heere uit te spreken over hen die in de vreze Gods die heilige band aangaan.
En in het algemeen alle openbare afkondigingen die in de Kerk voor de gemeente gedaan moeten worden aangaande de kerkelijke zaken die tot het ambt van een dienaar behoren; want hij is als een bode en heraut tussen God en het volk in al deze zaken.