De Heilige Schrift
De Heilige Schrift
De Heilige Schrift - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Hoewel het licht der natuur en de werken van schepping en voorzienigheid de goedheid, wijsheid en kracht van God in zoverre duidelijk tonen dat zij de mensen alle verontschuldiging ontnemen,1 zijn deze toch niet voldoende om die kennis over God en over zijn wil te geven die tot behoud nodig is.2 Daarom heeft het de HERE behaagd om vele malen en op vele wijzen Zich te openbaren en zijn wil aan zijn kerk bekend te maken;3 en daarna heeft Hij, om de waarheid beter te bewaren en te verbreiden, en ook voor de verdere fundering en vertroosting van de kerk tegen het bederf van het vlees en de kwaadwilligheid van Satan en van de wereld, die wil in zijn geheel op schrift laten stellen.4
Dat maakt de heilige Schrift allernoodzakelijkst,5 omdat de wegen die God vroeger ging om zijn wil aan zijn volk bekend te maken nu hebben opgehouden te bestaan.6
- 1. Romeinen 1:19,20.
- Romeinen 2:14,15.
- Psalm 19:1-3.
- Romeinen 1:32.
- Romeinen 2:1.
- 2. 1 Korintiërs 1:21.
- 1 Korintiërs 2:13,14.
- 3. Hebreeën 1:1.
- 4. Spreuken 22:19-21.
- Mattheüs 4:2.
- Jesaja 8:19,20.
- Mattheüs 4:7.
- Mattheüs 4:20.
- 5. 2 Timoteüs 3:15.
- 2 Petrus 1:19.
- 6. Hebreeën 1:1,2.
Onder de naam heilige Schrift, of het geschreven Woord van God, zijn nu alle boeken van het Oude en het Nieuwe Testament begrepen. Zij zijn de volgende: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium, Jozua, Richteren, Ruth, 1 Samuël, 2 Samuël, 1 Koningen, 2 Koningen, 1 Kronieken, 2 Kronieken, Ezra, Nehemia, Ester, Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied, Jesaja, Jeremia, Klaagliederen, Ezechiël, Daniël, Hosea, Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Habakuk, Sefanja, Haggai, Zacharia, Maleachi; Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes, Handelingen der Apostelen, Paulus' brieven aan de Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen, 1 Tessalonicenzen, 2 Tessalonicenzen, 1 Timoteüs, 2 Timoteüs, Titus, Filemon, de brief aan de Hebreeën, de brief van Jakobus, 1 Petrus, 2 Petrus, 1 Johannes, 2 Johannes, 3 Johannes, Judas, en de Openbaring aan Johannes. Al deze boeken zijn gegeven door inspiratie van Godswege als een regel voor geloof en leven.7
- 7. Lucas 16:29.
- Lucas 16:31.
- Efeziërs 2:20.
- 2 Timoteüs 3:16.
De boeken die gewoonlijk de Apocriefen worden genoemd maken geen deel uit van de canon van de Schrift, omdat ze niet Goddelijk geïnspireerd zijn. En daarom hebben ze ook geen gezag in Gods kerk, en dienen ze niet anders te worden goedgekeurd of gebruikt dan andere menselijke geschriften.8
- 8. Lucas 24:27.
- Lucas 24:44.
- Romeinen 3:2.
- 2 Petrus 1:21.
Het gezag dat de heilige Schrift heeft en waarom ze moet worden geloofd en gehoorzaamd rust niet op het getuigenis van de een of andere mens of van een kerk, maar geheel en al op God — die de Waarheid Zelf is —, haar Auteur. Daarom dient ze te worden aanvaard omdat ze het Woord van God is.9
- 9. 2 Petrus 1:19.
- 2 Petrus 1:21.
- 2 Timoteüs 3:16.
- 1 Johannes 5:9.
- 1 Thessalonicenzen 2:13.
Het getuigenis van de kerk kan ons bewegen en leiden tot een eerbiedige hoogachting voor de heilige Schrift;10 en het hemelse van haar inhoud, de kracht van haar leer, de majesteit van haar stijl, de onderlinge overeenstemming van al haar delen, de strekking van het geheel — namelijk om alle eer aan God te geven —, de volledige openbaring die zij geeft van de enige weg tot zaligheid voor de mens, haar vele andere onvergelijkelijke uitmuntende eigenschappen, en haar absolute volmaaktheid, het zijn allemaal gronden waarmee zij overvloedig bewijst dat ze het Woord van God is. Niettemin komt onze volle overtuiging en zekerheid van de onfeilbare waarheid en haar goddelijk gezag van het innerlijke werk van de Heilige Geest, die getuigenis geeft in onze harten door en met het Woord.11
- 10. 1 Timoteüs 3:15.
- 11. Jesaja 59:21.
- Johannes 16:13,14.
- 1 Korintiërs 2:10-12.
- 1 Johannes 2:20.
- 1 Johannes 2:27.
De hele raad van God betreffende alle dingen die nodig zijn voor zijn eigen heerlijkheid, voor het heil, het geloof en het leven van de mens, is óf uitdrukkelijk in de Schrift opgetekend, óf kan per goede en noodzakelijke gevolgtrekking uit de Schrift worden afgeleid. Niets mag ooit daaraan toegevoegd worden, hetzij door nieuwe openbaring van de Geest of door menselijke overleveringen.12 Toch erkennen wij dat de innerlijke verlichting door de Geest van God noodzakelijk is voor het zaligmakende verstaan van zulke dingen als in het Woord worden geopenbaard;13 en ook dat er bepaalde omstandigheden zijn wat betreft de eredienst en de kerkregering die aan menselijke handelingen en groeperingen gemeen zijn, en daarom door het licht der natuur en door Christelijk beleid moeten worden geordend, naar de algemene regels van het Woord, die te allen tijde in acht genomen moeten worden.14
- 12. 2 Timoteüs 3:15-17.
- Galaten 1:8,9.
- 2 Thessalonicenzen 2:2.
- 13. Johannes 6:45.
- 1 Korintiërs 2:9-12.
- 14. 1 Korintiërs 11:13,14.
- 1 Korintiërs 14:26.
- 1 Korintiërs 14:40.
In de Schrift zijn alle dingen niet even duidelijk op zichzelf, en ook niet even helder voor iedereen.15 Toch worden die zaken die voor ons heil nodig gekend, geloofd en in acht genomen moeten worden op de een of andere plaats in de Schrift ons zo duidelijk voorgehouden en opengelegd, dat niet alleen een geleerde maar ook een ongeleerde met gepaste gebruikmaking van de normale middelen tot een voldoende verstaan ervan kan komen.16
- 15. 2 Petrus 3:16.
- 16. Psalm 119:105.
- Psalm 119:130.
Het Oude Testament in het Hebreeuws — wat de moedertaal van het oude volk van God was — en het Nieuwe Testament in het Grieks — de taal die in de tijd waarin het geschreven werd onder de volken algemeen bekend was — zijn onmiddellijk door God geïnspireerd en door zijn bijzondere zorg en voorzienigheid zuiver bewaard door alle eeuwen heen, en zijn daarom authentiek.17 In alle religieuze geschillen moet de kerk zich uiteindelijk daarop beroepen.18 Maar omdat deze oorspronkelijke talen niet bekend zijn aan heel het volk van God, dat recht heeft op de Schriften en er belang bij heeft, en het gebod heeft ontvangen om, in de vreze Gods, ze te lezen en te onderzoeken,19 moeten ze in de landstaal van elk volk waartoe ze komen worden vertaald,20 opdat die allen, doordat het Woord van God rijkelijk in hen woont, Hem op een Hem welgevallige manier vereren,21 en door volharding en de vertroosting der Schriften hoop mogen hebben.22
- 17. Mattheüs 5:18.
- 18. Handelingen 15:15.
- Jesaja 8:20.
- Johannes 5:39-46.
- 19. Johannes 5:39.
- 20. 1 Korintiërs 14:6-9.
- 1 Korintiërs 14:12,24.
- 1 Korintiërs 14:27,28.
- 21. Kolossenzen 3:16.
- 22. Romeinen 15:4.
De onfeilbare regel voor Schriftuitleg is de Schrift zelf. En daarom, wanneer er zich een kwestie voordoet inzake de ware en volle betekenis van de een of andere Schriftplaats — die niet veelvoudig is, maar slechts één enkele — moet men die opsporen en leren kennen met behulp van andere plaatsen die meer duidelijk spreken.23
- 23. 2 Petrus 1:20,21.
- Handelingen 15:15,16.
De Opperste Rechter, door wie alle religieuze geschillen moeten worden beslecht, en alle besluiten van concilies, meningen van kerkvaders, leringen van mensen en beweerde openbaringen aan particuliere personen beoordeeld moeten worden, en in wiens oordeel wij dienen te berusten, kan niemand anders zijn dan de Heilige Geest die in de Schrift spreekt.24
- 24. Mattheüs 22:29.
- Mattheüs 22:31,32.
- Efeziërs 2:20.
- Handelingen 28:25.