De wet van God
De wet van God
De wet van God - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
God gaf aan Adam een wet, als een verbond van werken, waarmee Hij hem en al zijn nageslacht verplicht heeft tot een persoonlijke, allesomvattende, grondige en gedurige gehoorzaamheid; het leven beloofde bij vervulling ervan, en met de dood dreigde bij de verbreking ervan. Hij bekleedde hem met de kracht en het vermogen om haar te houden.366
- 366. Genesis 1:26.
- Genesis 2:17.
- Romeinen 2:14,15.
- Romeinen 10:5.
- Romeinen 5:12,19.
- Galaten 3:10,12.
- Prediker 7:29.
- Job 28:28.
Na de val bleef deze wet de volmaakte regel voor gerechtigheid. Ze werd als zodanig door God op de berg Sinaï gegeven in tien geboden, geschreven op twee tafelen.367 De eerste vier geboden beschrijven onze plicht ten opzichte van God, de andere zes onze plicht ten opzichte van de mens.368
- 367. Jakobus 1:25.
- Jakobus 2:8,10,11,12.
- Romeinen 13:8,9.
- Deuteronomium 5:32.
- Deuteronomium 10:4.
- Exodus 34:1.
- 368. Mattheüs 22:37-40.
Het behaagde God om, behalve deze wet, die gewoonlijk de zedelijke wet genoemd wordt, aan het volk Israël als een minderjarige kerk, ceremoniële wetten te geven, die verscheidene zinnebeeldige bepalingen bevatten; die deels ten aanzien van de eredienst, Christus, zijn genadegaven, werken, zijn lijden en weldaden voorafschaduwden;369 deels ook uitvoerige en uiteenlopende voorschriften van zedelijke plichten gaven.370 Maar al deze ceremoniële wetten zijn nu onder het Nieuwe Testament ingetrokken.371
- 369. Hebreeën 9:1-28.
- Galaten 4:1-3.
- Kolossenzen 2:17.
- 370. 1 Korintiërs 5:7.
- 2 Korintiërs 6:17.
- Judas 1:23.
- 371. Kolossenzen 2:14,16,17.
- Daniël 9:27.
- Efeziërs 2:15,16.
Hij gaf hun ook, als een staatkundig lichaam, allerlei rechtswetten, die samen met de staat van dat volk wegvielen, en nu niemand meer verplichten anders dan hun algemene billijkheid kan eisen.372
- 372. Exodus 21:1-36.
- Exodus 22:1-29.
- Genesis 49:10.
- 1 Petrus 2:13,14.
- Mattheüs 5:17,38,39.
- 1 Korintiërs 9:8-10.
De zedelijke wet bindt voor altijd iedereen tot gehoorzaamheid eraan, zowel de gerechtvaardigden als anderen.373 En dit niet alleen met betrekking tot haar inhoud, maar ook met het oog op het gezag van God, de Schepper, die ze heeft uitgevaardigd.374 En ook heeft Christus deze verplichting in het evangelie in het geheel niet opgeheven, Hij heeft ze eerder versterkt.375
- 373. Romeinen 13:8-10.
- Efeziërs 6:2.
- 1 Johannes 2:3,4,7,8.
- 374. Jakobus 2:10,11.
- 375. Mattheüs 5:17-19.
- Jakobus 2:8.
- Romeinen 3:31.
Hoewel de ware gelovigen niet onder de wet als een verbond van werken leven om daardoor gerechtvaardigd of verdoemd te worden, toch is ze voor hen van veel nut, zoals ook voor anderen. Daarin namelijk dat ze, als een leefregel, hen over de wil van God en hun plicht inlicht en hen leidt en verplicht om ernaar te wandelen.376 Ze legt ook de zondige bezoedeling van hun natuur, hart en leven bloot.377 Zodat zij, wanneer zij zichzelf aan de hand ervan beproeven, tot een diepere overtuiging van vernedering om en haat tegen de zonde kunnen komen,378 die samengaan met een helderder inzicht dat zij Christus en zijn volkomen gehoorzaamheid nodig hebben.379 Ze is evenzo nuttig voor de wedergeborenen om hun verdorvenheid in bedwang te houden doordat zij zonde verbiedt.380 En haar dreigementen dienen ertoe om te laten zien wat zelfs hun zonden verdienen, en welke smart zij daarom in dit leven kunnen verwachten, hoewel zij verlost zijn van de vloek waarmee de wet dreigt.381 De beloften ervan laten eveneens Gods welgevallen over hun gehoorzaamheid zien, en welke zegeningen zij kunnen verwachten wanneer zij die opbrengen,382 hoewel die hun niet verschuldigd zijn op grond van de wet als een verbond van werken.383 Zoals trouwens 's mensen doen van het goede en het zich weerhouden van het kwade, omdat de wet tot het een aanspoort en van het ander afschrikt, evenmin een bewijs is dat hij onder de wet zou zijn, en niet onder de genade.384
- 376. Romeinen 6:14.
- Galaten 2:16.
- Galaten 3:13.
- Galaten 4:4,5.
- Handelingen 13:39.
- Romeinen 8:1.
- 377. Romeinen 7:12,22,25.
- Psalm 119:4-6.
- 1 Korintiërs 7:19.
- Galaten 5:14,16.
- Galaten 5:18-23.
- 378. Romeinen 7:7.
- Romeinen 3:20.
- 379. Jakobus 1:23-25.
- Romeinen 7:9,14,24.
- Romeinen 8:3,4.
- 380. Galaten 3:24.
- Romeinen 7:24,35.
- Romeinen 8:3,4.
- 381. Jakobus 2:11.
- Psalm 119:101,104,128.
- 382. Ezra 9:13,14.
- Psalm 89:30-34.
- 383. Leviticus 26:1-14.
- 2 Korintiërs 6:16.
- Efeziërs 6:2,3.
- Psalm 37.
- Mattheüs 5:5.
- Psalm 19:11.
- 384. Galaten 2:16.
- Lucas 17:10.
- 385. Romeinen 6:12,14.
- 1 Petrus 3:8.
- Psalm 34:12-16.
- Hebreeën 12:28,29.
De zojuist vermelde manieren waarop de wet gebruikt moet worden zijn niet in strijd met de genade van het evangelie, maar zijn in schone harmonie ermee.386 Want de Geest van Christus bedwingt de wil van de mens en stelt hem ertoe in staat om gewillig en met vreugde te doen wat de wil van God, in de wet geopenbaard, eist dat gedaan moet worden.387
- 386. Galaten 3:21.
- 387. Ezechiël 36:27.
- Jeremia 31:33.
- Hebreeën 8.