Acten van goedkeuring (Schotland, 1647-1649)
Acten van goedkeuring (Schotland, 1647-1649)
Acten van goedkeuring (Schotland, 1647-1649) - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Assemblee te EDINBURGH, 27 augustus 1647. Zitting 23.
Acte van goedkeuring van de GELOOFSBELIJDENIS.
AANGEZIEN een Geloofsbelijdenis voor de Kerken van God in de drie koninkrijken het voornaamste deel is van die eensgezindheid in de godsdienst, waarnaar wij, krachtens de Plechtige Liga en het Verbond, verplicht zijn te streven: En er dienovereenkomstig een Geloofsbelijdenis is overeengekomen door de Vergadering der Godgeleerden die te Westminster zitting houdt, met bijstand van gecommitteerden van de Kerk van Schotland; welke Belijdenis door onze gecommitteerden te Londen gezonden werd aan de gecommitteerden van de Kerk, bijeengekomen te Edinburgh in januari laatstleden, en in deze Assemblee tweemaal in het openbaar geheel voorgelezen, onderzocht en overwogen is; terwijl er ook exemplaren van zijn gedrukt, opdat zij door alle leden van deze Assemblee in bijzonderheden doorgelezen zou kunnen worden, aan wie herhaaldelijk in het openbaar kennis werd gegeven hun twijfels en bezwaren in te dienen, indien zij die hadden: En genoemde Belijdenis, na behoorlijk onderzoek daarvan, door de Assemblee bevonden is ten zeerste overeen te stemmen met het Woord van God, en in niets strijdig te zijn met de aanvaarde leer, eredienst, tucht en regering van deze Kerk. En, ten slotte, aangezien het zo noodzakelijk is, en zo zeer begeerd wordt, dat genoemde Belijdenis met alle mogelijke ijver en spoed in beide koninkrijken goedgekeurd en vastgesteld worde, als een voornaam deel van de beoogde eensgezindheid in de godsdienst, en als een bijzonder middel tot krachtiger onderdrukking van de vele gevaarlijke dwalingen en ketterijen van deze tijden; zo stemt de Generale Assemblee daarom, na rijp beraad, in met genoemde Belijdenis en keurt haar goed, wat de waarheid van de zaak betreft (haar oordelende zeer rechtzinnig te zijn en gegrond op het Woord van God); en eveneens, wat het punt van de eensgezindheid betreft, waarbij wij van onze kant instemmen dat zij een gemeenschappelijke Geloofsbelijdenis voor de drie koninkrijken zal zijn. De Assemblee zegent ook de Heere, en erkent dankbaar Zijn grote barmhartigheid, dat zulk een voortreffelijke Geloofsbelijdenis is voorbereid, en in zoverre in beide koninkrijken overeengekomen; hetgeen wij beschouwen als een grote versterking van de ware gereformeerde godsdienst tegen haar gemeenschappelijke vijanden. Maar, opdat onze bedoeling en mening in sommige bijzonderheden niet verkeerd begrepen worde, wordt hierbij uitdrukkelijk verklaard en bepaald: Dat het niet vermelden in deze Belijdenis van de onderscheiden soorten van kerkelijke ambtsdragers en vergaderingen geen afbreuk zal doen aan de waarheid van Christus in deze bijzonderheden, die ten volle uitgedrukt zal worden in het Directorium van de Kerkregering. Verder wordt verklaard: Dat de Assemblee sommige delen van het tweede artikel van het eenendertigste hoofdstuk alleen verstaat van kerken die niet gevestigd of niet geconstitueerd zijn wat de regering betreft: En dat, hoewel in zulke kerken een synode van dienaren en andere geschikte personen door het gezag en de benoeming van de overheid, zonder enige andere roeping, bijeengeroepen mag worden, om met hen te beraadslagen en hen te raadplegen over zaken van de godsdienst; en hoewel eveneens de dienaren van Christus, zonder afvaardiging door hun kerken, uit zichzelf en krachtens hun ambt, in zulke nog niet geconstitueerde kerken synodaal mogen samenkomen, toch behoort geen van beide te geschieden in geconstitueerde en gevestigde kerken; daar het de overheid altijd vrijstaat te beraadslagen met synodes van dienaren en regerende ouderlingen, die bijeenkomen op afvaardiging door hun kerken, hetzij op de gewone wijze, hetzij, door haar gezag uitgeschreven, bij gelegenheid en pro re nata: daar het ook vrijstaat synodaal samen te komen, zowel pro re nata als op de gewone tijden, op afvaardiging door de kerken, krachtens de innerlijke macht van Christus ontvangen, zo dikwijls als het voor het welzijn van de Kerk nodig is aldus samen te komen, ingeval de overheid, tot schade van de Kerk, haar toestemming onthoudt of weigert; nadat haar eerst de noodzaak van gelegenheidsvergaderingen bij ootmoedig smeekschrift is voorgehouden.
A. KER.
KAREL I. Parl. 2. Zitting 2. Wet 16.
Acte betreffende de CATECHISMUSSEN, de GELOOFSBELIJDENIS en de bekrachtiging daarvan.
Te EDINBURGH, 7 februari 1649.
DE Staten van het Parlement, thans bijeen in deze tweede Zitting van het tweede driejaarlijkse Parlement, krachtens een Acte van het Comité van de Staten, dat van het laatste Parlement macht en gezag had tot het bijeenroepen van het Parlement, na de Catechismussen, te weten de Grote en de Kleine, met de Geloofsbelijdenis, met drie Acten van Goedkeuring daarvan door de gecommitteerden van de Generale Assemblee, hun aangeboden door de gecommitteerden van genoemde Generale Assemblee, ernstig te hebben overwogen; bekrachtigen en keuren goed genoemde Catechismussen, Geloofsbelijdenis en Acten van Goedkeuring daarvan, zoals zij zijn voorgelegd; en gelasten dat zij te boek gesteld, bekendgemaakt en in praktijk gebracht worden.