Laden

God en de heilige Drieëenheid

God en de heilige Drieëenheid

God en de heilige Drieëenheid - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
  1. Er is maar één enige25 levende en ware God,26 die oneindig is in wezen en volmaaktheid,27 geheel en al geest,28 onzichtbaar,29 zonder lichaam, delen30 of zwakheden,31 onveranderlijk,32 onmetelijk,33 eeuwig,34 onbegrijpelijk,35 almachtig,36 volkomen wijs,37 allerheiligst,38 geheel en al vrij,39 geheel volmaakt,40 die alle dingen werkt naar de raad van zijn onveranderlijke en allerrechtvaardigste wil,41 tot zijn eigen eer;42 vol liefde, genade, barmhartigheid, lankmoedigheid, overvloedig in goedertierenheid en trouw, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft,43 een Beloner van hen die Hem ijverig zoeken,44 en daarbij allerrechtvaardigst en vreselijk in zijn oordelen,45 die alle zonde haat,46 en de schuldige zeker niet onschuldig houdt.47

    • 25. Deuteronomium 6:4.
    • 1 Korintiërs 8:4-6.
    • 26. Jeremia 10:10.
    • 27. Job 11:7-9.
    • 28. Johannes 4:24.
    • 29. 1 Timoteüs 1:17.
    • 30. Deuteronomium 4:15,16.
    • 31. Handelingen 14:15,16.
    • 32. Maleachi 3:6.
    • 33. 1 Koningen 8:27.
    • 34. Psalm 90:2.
    • 1 Timoteüs 1:17.
    • 35. Psalm 145:3.
    • 36. Genesis 17:1.
    • Openbaring 4:8.
    • 37. Romeinen 16:27.
    • 38. Jesaja 6:3.
    • Openbaring 4:8.
    • 39. Psalm 115:3.
    • 40. Exodus 3:14.
    • 41. Efeziërs 1:11.
    • 42. Spreuken 16:4.
    • Romeinen 11:36.
    • 43. 1 Johannes 4:8,16.
    • 44. Exodus 34:6,7.
    • 45. Hebreeën 11:6.
    • 46. Nehemia 9:32,33.
    • 47. Psalm 5:5,6.
    • 48. Nahum 1:2,3.
    • Exodus 34:7.
  2. God heeft alle leven,49 heerlijkheid,50 goedheid51 en zaligheid52 in en van Zichzelf. Hij is alleen in en tot Zichzelf zelfgenoegzaam. Hij heeft niets nodig van enig schepsel dat Hij gemaakt heeft.53 Hij ontleent geen enkele heerlijkheid aan hen.54 Maar Hij toont slechts zijn eigen heerlijkheid duidelijk in hen, door hen, tot hen en over hen: Hij is de enige bron van alle bestaan, uit wie, door wie en tot wie alle dingen zijn.55 En Hij heeft de hoogste soevereiniteit over hen, om door hen, voor hen, en over hen te doen al wat Hem behaagt.56 Alle dingen liggen open en ontbloot voor zijn ogen.57 Zijn kennis is oneindig, onfeilbaar en onafhankelijk van het schepsel;58 zodat niets voor Hem toevallig of onzeker is.59 Hij is volkomen heilig in al zijn raadslagen, werken en bevelen.60 Aan Hem komt van engelen, mensen en elk ander schepsel alle aanbidding, dienst of gehoorzaamheid toe, die Hij naar zijn welbehagen van hen vraagt.61

    • 49. Johannes 5:26.
    • 50. Handelingen 7:2.
    • 51. Psalm 119:68.
    • 52. 1 Timoteüs 6:15.
    • Romeinen 9:5.
    • 53. Handelingen 17:24,25.
    • 54. Job 22:2,3.
    • 55. Romeinen 11:36.
    • 56. Daniël 4:25.
    • Daniël 4:35.
    • Openbaring 4:11.
    • 1 Timoteüs 6:15.
    • 57. Hebreeën 4:13.
    • 58. Romeinen 11:33,34.
    • Psalm 147:5.
    • 59. Exodus 11:5.
    • Handelingen 15:18.
    • 60. Psalm 145:17.
    • Romeinen 7:12.
    • 61. Openbaring 5:12-14.
  3. In de eenheid van de Godheid zijn er drie Personen, van één wezen, macht en eeuwigheid: God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest.62 De Vader is uit niemand, noch geboren, noch uitgaande van iemand. De Zoon is van eeuwigheid uit de Vader geboren.63 De Heilige Geest gaat van eeuwigheid van de Vader en de Zoon uit.64

    • 62. Mattheüs 3:16,17.
    • Mattheüs 28:19.
    • 2 Korintiërs 13:14.
    • 63. Johannes 1:14.
    • Johannes 1:18.
    • 64. Johannes 15:26.
    • Galaten 4:6.