De sacramenten
De sacramenten
De sacramenten - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Sacramenten zijn heilige tekenen en zegels van het verbond der genade,514 door God Zelf ingesteld515 om Christus en zijn weldaden duidelijk voor te stellen, en om ons deelhebben in Hem te bevestigen,516 en ook om een zichtbaar onderscheid te maken tussen wie tot de kerk behoren en de rest van de wereld.517 En op plechtige manier verbinden ze hen aan de dienst van God in Christus, naar zijn Woord.518
- 514. Romeinen 4:11.
- Genesis 17:7,10.
- 515. Mattheüs 28:19.
- 1 Korintiërs 11:23.
- 516. 1 Korintiërs 10:16.
- 1 Korintiërs 11:25,26.
- Galaten 3:17.
- 517. Romeinen 15:8.
- Exodus 12:48.
- Genesis 34:14.
- 518. Romeinen 6:3,4.
In elk sacrament is er een geestelijke relatie of sacramentele eenheid tussen het teken en de zaak die afgebeeld wordt. Daarvandaan komt het dat de namen en werkingen van het een aan het ander worden toegeschreven.519
- 519. Mattheüs 26:27,28.
- Genesis 17:10.
- Titus 3:5.
De genade die in of door de sacramenten wordt tentoongesteld, wordt, bij juist gebruik, niet door de een of andere kracht die in haar zou liggen geschonken. Ook hangt de kracht van een sacrament niet af van de vroomheid of intentie van hem die het bedient,520 maar van het werk van de Geest521 en het instellingswoord. Dat laatste bevat, samen met een voorschrift dat tot het gebruik ervan machtigt, een belofte dat het ten goede komt aan wie het waard zijn het te ontvangen.522
- 520. Romeinen 2:28,29.
- 521. Mattheüs 3:11.
- 1 Korintiërs 12:13.
- 522. Mattheüs 26:27,28.
In de bedeling van het evangelie zijn er maar twee sacramenten door Christus onze Here ingesteld, namelijk de doop en het avondmaal des Heren. Geen van deze beide mag door iemand anders worden bediend dan door een dienaar des Woords die wettig in het ambt gesteld is.523
- 523. Mattheüs 28:19.
- 1 Korintiërs 11:20,23.
- 1 Korintiërs 4:1.
- Hebreeën 5:4.
De sacramenten van het Oude Testament waren, met betrekking tot de geestelijke dingen die erdoor afgebeeld en tentoongesteld werden, in wezen dezelfde als die van het Nieuwe.524
- 524. 1 Korintiërs 10:1-4.