De schepping
De schepping
De schepping - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Het heeft God de Vader, Zoon en Heilige Geest86 behaagd, ter betoning van de heerlijkheid van zijn eeuwige macht, wijsheid en goedheid,87 om in den beginne de wereld en alles wat daarin is, hetzij het zichtbaar is of onzichtbaar, te scheppen of uit niets te maken, en dat in de tijd van zes dagen, en alles zeer goed.88
- 86. Hebreeën 1:2.
- Johannes 1:2,3.
- Genesis 1:2.
- Job 26:13.
- Job 38:4.
- 87. Romeinen 1:20.
- Jeremia 10:12.
- Psalm 104:24.
- Psalm 33:5,6.
- 88. Hebreeën 11:3.
- Genesis 1:1-31.
- Kolossenzen 1:16.
Nadat God alle andere schepselen had gemaakt, schiep Hij de mens, man en vrouw,89 met redelijke en onsterfelijke zielen,90 begiftigd met kennis, gerechtigheid en ware heiligheid, naar zijn eigen beeld.91 Zij hadden de wet van God in hun harten geschreven,92 en de kracht om die te vervullen,93 maar tegelijk ook de mogelijkheid om haar te overtreden, overgelaten als zij waren aan de vrijheid van hun wil die voor verandering vatbaar was.94 Behalve deze wet die in hun harten was geschreven ontvingen zij een gebod om niet te eten van de boom van kennis van goed en kwaad.95 Zolang zij zich daaraan hielden waren zij gelukkig in hun gemeenschap met God en hadden zij heerschappij over de schepselen.96
- 89. Genesis 1:27.
- 90. Genesis 2:7.
- Lucas 23:43.
- Prediker 12:7.
- Mattheüs 10:28.
- 91. Genesis 1:26.
- Kolossenzen 3:10.
- Efeziërs 4:24.
- 92. Romeinen 2:14,15.
- 93. Prediker 7:29.
- 94. Genesis 3:6.
- Prediker 7:29.
- 95. Genesis 2:17.
- 96. Genesis 1:26,28.