De rechtvaardiging
De rechtvaardiging
De rechtvaardiging - Hoofdstuk van de Westminster Geloofsbelijdenis
Degenen die God krachtdadig roept rechtvaardigt Hij ook uit vrije genade.236 Hij doet dit niet door hun gerechtigheid in te gieten, maar door hun zonden te vergeven, en hen als personen als rechtvaardig te rekenen en te aanvaarden. En dit niet om iets dat in hen gewerkt zou zijn, of door hen gedaan, maar alleen om Christus' wil. Ook niet door het geloof zelf, de daad van het geloven, of een andere vorm van gehoorzaamheid aan het evangelie hun als hun gerechtigheid toe te rekenen, maar door de gehoorzaamheid en voldoening van Christus als de hunne te rekenen,237 waar ze immers Hem en zijn gerechtigheid ontvangen en daarin door geloof rusten. Dat geloof hebben zij niet van zichzelf, maar het is een gave van God.238
- 236. Romeinen 8:30.
- Romeinen 3:24.
- 237. Romeinen 4:5-8.
- 2 Korintiërs 5:19-21.
- Romeinen 3:22,24,25,27,28.
- 238. Handelingen 10:44.
- Galaten 2:16.
- Filippenzen 3:9.
Het geloof dat zo Christus en zijn gerechtigheid aanneemt en daarin rust, is het enige middel ter rechtvaardiging.239 Toch staat het niet op zichzelf in de persoon die gerechtvaardigd is, maar het gaat altijd gepaard met alle andere heilzame genadegaven. Het is geen dood geloof, maar een geloof, door de liefde werkende.240
- 239. Johannes 1:12.
- Romeinen 3:28.
- Romeinen 5:1.
- 240. Jakobus 2:17,22,26.
- Galaten 5:6.
Door zijn gehoorzaamheid en dood heeft Christus de schuld ten volle betaald voor allen die zo gerechtvaardigd worden. Hij heeft ten behoeve van hen de rechte, echte en volledige genoegdoening aan de gerechtigheid van zijn Vader verschaft.241 En toch, aangezien Hij hun door de Vader gegeven was, en zijn gehoorzaamheid en genoegdoening in de plaats van die van hen werd aanvaard,242 en beide vrijwillig, niet om iets dat in hen zou zijn, is hun rechtvaardiging een zaak van vrije genade alleen,243 zodat de strenge gerechtigheid van God en zijn rijke genade beide in de rechtvaardiging van zondaren zouden worden verheerlijkt.244
- 241. Romeinen 5:8,9,10,19.
- 1 Timoteüs 2:5,6.
- 242. Romeinen 8:32.
- 243. 2 Korintiërs 5:21.
- Mattheüs 3:17.
- Efeziërs 5:2.
- 244. Romeinen 3:24.
- Efeziërs 1:7.
- 245. Romeinen 3:26.
- Efeziërs 2:7.
Van alle eeuwigheid heeft God besloten al de uitverkorenen te rechtvaardigen.246 En Christus is, in de volheid des tijds, voor hun zonden gestorven, en weer opgestaan voor hun rechtvaardiging.247 Toch worden zij niet eerder gerechtvaardigd dan wanneer de Heilige Geest te zijner tijd Christus hun metterdaad toeëigent.248
- 246. Galaten 3:8.
- 1 Petrus 1:2,19,20.
- Romeinen 8:30.
- 247. Galaten 4:4.
- 1 Timoteüs 2:6.
- Romeinen 4:25.
- 248. Kolossenzen 1:21,22.
- Galaten 2:16.
God houdt niet op telkens weer de zonden van hen die gerechtvaardigd zijn te vergeven.1 En hoewel zij nooit uit de staat van de rechtvaardiging kunnen vallen,2 kunnen zij toch door hun zonden onder Gods vaderlijk ongenoegen komen te liggen. En het licht van zijn aangezicht valt niet eerder weer over hen dan dat zij zich verootmoedigen, hun zonden belijden, om vergeving vragen, en hun geloof en berouw vernieuwen.3
- 249. Lucas 22:32.
- Johannes 10:28.
- Hebreeën 10:14.
- 250. Psalm 89:31-33.
- Psalm 51:7-12.
De rechtvaardiging van gelovigen onder het Oude Testament was in alle opzichten een en dezelfde als de rechtvaardiging van gelovigen onder het Nieuwe Testament.251
- 251. Galaten 3:9,13,14.
- Romeinen 4:22-24.
- Hebreeën 13:8.